logo-bns-app.png



« Tienduizend keer op letter d drukken | Index | De merites van de softwareboer »

February 01, 2003, by Léon Krijnen

Mijn digitale Christoffel heet SpamAssassin   

Uit het niets is mijn digitale Sint Christoffel opgestaan, patroonheilige van de afwezige webmaster. Zijn naam is SpamAssassin en hij is gezegend. U weet wel, ik had uitgerekend dat de komende elf weken ongeveer 15.000 mailtjes op mijn mailserver zullen landen, als een horde spreeuwen op een weiland vol verse paardevijgen.

We gaan weer reizen, en omdat Toshiba deze keer thuis blijft, lekker afkicken van computers en crashes, maakte ik me nogal zorgen over de mailserver. Bang voor een buffer overflow of zoiets, zeg maar een overstromend afvoerputje. Er kwamen nogal wat reacties op de vorige column. Praat - of mail - met de gemiddelde internetter en je komt vanzelf op het onderwerp uit: grote ergernis over alles wat ongewenst in de mailbox terecht komt. Wie verbaasd was over die 15.000: deze immense hoeveelheid is het gevolg van drie gegevens. Om te beginnen het gevolg van het feit dat ik beroepsmatig zowat de hele dag op het net zit, ten tweede omdat mijn eigen mailserver het zevende jaar van zijn bestaan in gegaan is, ten derde omdat ik gebruikmaak van catchall. Spam is cumulatief: spammers gooien nooit adressen weg, ze kopen of stelen er steeds nieuwe bij. Het wordt nooit minder, het groeit alleen maar. Die catchall is een handige functie. Moet ik bijvoorbeeld morgen nog een stukkie over het een of ander produceren, dan stuur ik mezelf een mailtje denkaandit@krijnen.com, en dat gaat dan zo de deur uit, zonder dat ik een subject of tekst toevoeg. Die lege regel valt op in de inbox, werkt prima. Nadeel: de catchall heeft tot gevolg dat ongewenste rommel naar ieder willekeurig adres op domein krijnen geaccepteerd wordt. Een aantal bezoekers vroeg me wat pine was, en of dat ook onder Windows gedraaid kan worden. Nee dat kan niet, pine is een programma van dertig jaar oud, dat op Unix en Linux servers draait. Log je op zo'n machine aan, dan hang je op dat moment als terminal aan de host, en dan kun je pine gebruiken. Dank ook aan die lezers, waaronder enkele systeembeheerders, die best even dagelijks mijn spam door wilden vlooien. Ik twijfel niet aan alle nobele en goedbedoelde motieven, maar mijn passwords zal ik niet gauw aan derden gaan verstrekken. De oplossing kwam, zoals altijd snel en efficint, van de afdeling support van Verio.com. Of er een manier was om alle spam vanaf de server rechtstreeks naar een zwart gat te laten verdwijnen? Zoals dat in Unix/Linux heeft, een redirect naar /dev/null? Zo ongeveer, aldus Kelly Coston van Verio, die me binnen een uur van een handzaam antwoord voorzag: 'PLease check SpamAssassin on your Webmail ControlPanel'. Dat paneel blijkt een soort bedieningsloket aan de voorkant van mijn website, waar ik tot eergisteren nooit kwam. Ik doe alles via de achterkant: ftp, mail, (achterstallig) onderhoud, macht der gewoonte. Intussen blijkt de tijd niet stil gestaan te hebben: een hoop toeters en bellen op dat ControlPanel. De site kan onderhouden worden via een soort content-management systeem, de MySQL database kan via PHP aangestuurd worden, er is webmail, en SpamAssassin. Woensdagavond SpamAssassin op het tuig losgelaten, zette ik donderdagmorgen nieuwsgierig de computer aan. Het resultaat: vier mailtjes in de inbox, en 155 (!) in de trash. Perfect! Ik ga met een gerust hart op reis, zonder computer. Half april ben ik weer terug. Tot die tijd zal deze column wel in /dev/null verdwijnen, maar af en toe zal ik in een internetcaf de mailmachine aanslingeren om wetenswaardigheden de wereld in te sturen. Liefhebbers kunnen zich abonneren door op krijnen.com op de link mailing-list te klikken en daar hun e-mail adres in te vullen. Andere spam-killers, die abonnees van die listing gebruiken, blijken kennelijk dat wat afkomstig is van mijn mailmachine als spam te zien, maar dat is niet mijn probleem. Dat mag u zelf oplossen.

Posted: February 1, 2003 10:14 PM (630 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .