logo-bns-app.png



« Ben ik nu wel of niet gegoogeld? | Index | Tienduizend keer op letter d drukken »

January 18, 2003, by Léon Krijnen

De Google geheimhoudingsverklaring   

Nog maar een keer googelen, naar aanleiding van de vraag of ik gegoogeld ben door het Google Team. U weet nog wel: mijn digitaal visitekaartje dat op het web verdwaald was, werd door de zoekmachine Google compleet opgehoest, inclusief adres en telefoonnummers. Mijn eigen schuld, maar mijn verbazing gold het gegeven dat ik binnen een dag een menselijk antwoord kreeg van het beheer van 's werelds bestbezochte en meestgebruikte zoekmachine.

De vraag of dat mailtje door iets van vlees en bloed geschreven was, of door een paar elegante regels code in een slim programma, daar ben ik nog niet uit. Maar Google spreekt aan, gezien de vele reacties op dat stukkie. Mijn nieuwsgierigheid betreffende de indrukwekkende techniek achter Google was nu ook uitgebreid naar de mensen en het bedrijf achter het simpele smoeltje van de zoekmachine. Maar eens wat gelezen. Een ellenlang verhaal in Wired, onder de titel 'Google versus Evil', en een artikel in een Newsweek met als kop 'The World according to Google'. Het verhaal in Wired is, zoals altijd, t� lang, en bij vlagen onbegrijpelijk. Dankzij verslaggevers die zich politicoloog, historicus, filosoof en god tegelijk voelen, zeker wetend dat de Pulitzer prijs voor hen gereserveerd is.
Het resultaat: wie simpel uitgelegd wil lezen hoe dingen in elkaar zitten, kan er geen touw aan vast knopen. Het gaat over hoe moeilijk het is voor oprichters Sergey Brin en Larry Page om eerlijk te blijven. Omdat ze zouden kunnen bepalen hoe hoog een bepaalde site opduikt in de zoekresultaten. Zodat Google, dat tachtig procent van alle bijna 450 miljoen per dag aan zoekmachines gestelde vragen verwerkt, zowel zakelijk als politiek invloed heeft. Er lopen op dit moment rechtszaken van Amerikaanse bedrijven die vinden dat ze benadeeld worden. Verder is er gesteggel met China en de Scientology Church, maar het verhaal in Wired verwatert in een warrig betoog over de vraag of de handelswijze van Google in moreel opzicht te rechtvaardigen is. Newsweek is een stuk simpeler. Hoe ze het doen, wordt begrijpelijk uitgelegd, met een mooie duidende illustratie, waar Amerikaanse tijdschriftenmakers meesters in zijn.
Snippets, caching, index servers, en een van die tienduizend Linux-machines die samen Google vormen: samen zijn ze uw persoonlijke adjudant tot het moment dat uw vraag beantwoord is. Alles klaar. Op Google zelf is ook het een en ander te vinden, maar de ironie van die pagina's is dat ze me een beetje aan de Scientology Church doen denken. Niet door de boodschap die er verkondigd wordt, maar wel een beetje door het sektarische gehalte ervan. Op de vacatures hoef je alleen maar te reageren als je denkt tot de besten van de allerbesten te behoren. Daarna is je bedje gespreid. Kinderopvang, hemelse menu's in het bedrijfsrestaurant, masseuses die RSI proberen te voorkomen, huisdieren mogen mee naar het werk, tussen de middag gezellig samen skaten of basketballen.
Over de salarissen in Mountain View, het hart van Silicon Valley, worden op de site geen details vermeld, wel over de vakantiedagen: het eerste jaar twintig dagen, na vier jaar zowaar 26 dagen. Jan Dutch Modaal kijkt daar niet van op, maar voor een Amerikaan is het heel wat. Zou het daar echt zo gezellig zijn? In een bedrijf waar vijfhonderd mensen werken, moet toch ook een substantieel gedeelte kloothommels rondlopen, zou je zeggen. Kijk maar eens om u heen. Wat je er niet leest, is wat de reporter van Wired overkwam, toen hij uitgenodigd werd voor de befaamde lunch. Hij moest een NDA tekenen, en toonde zich daarover hogelijk verbaasd. Wired smijt altijd met afkortingen, zonder ze uit te leggen. Wat is een NDA? Het antwoord volgens Google: een Non Disclosure Agreement. Een geheimhoudingsverklaring, aan de ingang van de kantine. Zo gek maken ze het zelfs bij de Scientology Church niet eens.

Posted: January 18, 2003 10:18 PM (625 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .