logo-bns-app.png



« Het zeemeeuwenmanagement | Index | Nog maar even, en de Virgils zijn daar »

March 24, 2001, by Léon Krijnen

De ethiek van honen en herstellen   

Een van de voordelen van publiceren op internet, vergeleken met wat afgedrukt wordt op papier, is dat de oorspronkelijke publicatie veranderd kan worden. Wat fout in de krant staat, kan in die krant niet niet meer ongedaan worden gemaakt.

De mogelijke gevolgen beslaan een breed spectrum, waarin hoongelach, advocaten, de Raad voor de Journalistiek, een boze hoofdredacteur en het uitblijven van een promotie een rol zouden kunnen spelen.
Zo'n vaart - gelukkig maar - loopt het niet altijd. In de meeste gevallen wordt de fout toegegeven in een rectificatie de dag daarop, of in het naschrift bij een lezersbrief. Want soms is een stommiteit de redactie zelf bij het dagelijkse ochtendoverleg niet opgevallen, en is er een brief van een of meerdere wakkere lezers voor nodig. Tegenwoordig gaat dat steeds vaker via e-mail, vaak voordat de nachtportier het pand ontsloten heeft, of worden redacteuren en verslaggevers in de forums of gastenboeken op de website van de krant met een digitale maatlat op hun vingers getikt. Internet, interactief.
Hier geniet de internetredactie het voordeel, dat de papierstampers niet kennen. Wij kunnen niet alleen onze eigen fouten herstellen, maar ook die van hen. Natuurlijk sturen we ze wel even een honend mailtje, als we er een pijnlijke uitgevist hebben, voordat de blunder richting web gegaan zou zijn. De vraag is of deze handelswijze ethisch is. Ik bedoel niet het honen, maar het herstellen.
Ik heb er ooit een aardige discussie over gevoerd met Francisco van Jole, die toen nog in zijn dooie eentje de Daily Planet draaide. Daar stond iets stoms op, zag ik, en ik wees hem erop. 'Bedankt', kwam het antwoord retour, 'maar ik laat het staan, want ik wil niet aan geschiedvervalsing doen.' Waarna er even later wel een bericht op de Planet verscheen, waarin gewezen werd op de fout in het andere bericht dat nog steeds op de site stond.
Moeten we het ook zo doen, of moeten we het foute bericht vervangen door het goede? Herstel je je eigen fouten op internet geruisloos, of laat je ze staan, met een opmerking erbij? Doe je of je neus bloedt, repareer je stiekem, of rectificeer je binnen vijf minuten?
Los van de ethiek ligt hier een technisch probleem. Om te beginnen bij onze host Netcast, die er, ondanks een leger van peperdure software-ontwikkelaars, maar niet in slaagt om zoiets simpels als de caches van de webservers fatsoenlijk te laten werken. Ik mag hier niet schrijven hoe wij die caches in de wandelgangen noemen, maar wees ervan overtuigd dat het geen koosnaampje is. Wij stoppen actuele verhalen in de webserver, maar u ziet ze niet. Terwijl wij in arren moede koffie gaan drinken, een rondje om het gebouw lopen, en intussen Noors leren spreken en gitaarspelen, wachten we tot het een van de caches belieft om zijn darmen te legen.
Je zal maar per ongeluk de necrologie van Prins Bernard prematuur op het web gedeponeerd hebben, in plaats van het weerbericht. Je kan het weliswaar onmiddellijk weer killen, maar daarna kan het nog uren duren voor het artikel daadwerkelijk verdwenen is. Intussen is het gendexeerd door zoekmachines, door proxyservers van providers en is het door god weet hoeveel mensen opgeslagen, geprint of verder gemaild. Misschien is het inderdaad beter om een blunder te handhaven en er een rectificatie, of een stukje duiding, aan vast te plakken.
Of ik zelf wel eens iets stoms doe? Als ik hem niet vertel, doen mijn collega's het wel. Mijn grootste blunder maakte ik als kersverse stagiair van de Utrechtse School voor de Journalistiek, in mijn eerste week bij het toenmalige dagblad De Stem. Ik werd naar de opening van een kleuterschool van een dorp gestuurd, waar de burgemeester een mooie toespraak hield. Ik had er een prachtig verslag van gemaakt, maar toen ik op de redactie in de Almanak van Noord-Brabant de initialen van de man controleerde, zag ik dat ik zijn achternaam niet goed opgevangen had. Dus schreef ik die letter voor letter over, zodat zowel initialen als achternaam juist gespeld waren.
Ter lering - en niet ter vermaak - heb ik de vette rectificatie uit de krant van twee dagen later nog jarenlang bewaard, tot hij van ouderdom uit elkaar rafelde. Het toeval had beslist dat de nieuwste druk van de Almanak vier maanden oud was. De volgens mijn verslag zo gloedvol sprekende burgemeester, die ik twee volle alinea's had geciteerd, met vijf maal zijn naam en initialen vermeld, bleek al drie maanden dood te zijn.
Met mijn carrire is het desondanks goed gekomen. Ik heb er slechts n tic aan over gehouden: in ieder boek dat ik handen krijg, kijk ik eerst wanneer het gedrukt is.

Posted: March 24, 2001 02:24 AM (770 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .