logo-bns-app.png



« In de marge | Index | Gefeliciteerd »

December 06, 2003, by Léon Krijnen

De gezusters   

Waar zijn de gezusters Williams gebleven? Zitten ze in een rolstoel, of in een gesticht? Ik vraag mezelf af waarom die vragen regelmatig door mijn hoofd beginnen te borrelen zodra ik iets over doping lees of hoor. Komt het omdat de als Griekse godinnen gebouwde zussen ieder jaar zo lang en zo vaak geblesseerd zijn?

Om dan weer herboren op te duiken, om, in de finale al dan niet tegen elkaar, een paar Grand Slam toernooien te winnen? Om samen uit te maken wie de nieuwe nummer n en wie de nummer twee op de wereldranglijst wordt? Om vervolgens, het wordt vervelend, weer maanden spoorloos te zijn? Als ik het wel heb heeft Venus ergens in de zomer de luwte gezocht met een buikspierblessure. Dat zoiets een slepende kwestie kan zijn, weet ik inmiddels uit eigen ervaring, maar een dergelijk vergelijk loopt helaas mank. Om te beginnen schelen we teveel in leeftijd, beschikt ondergeschikte niet over het gebeeldhouwde goddelijke lichaam van een klassiek god, noch dat van een hedendaagse Chippendale, en tennissen kan hij ook al niet.
Maar een buikspierblessure? Mark van Bommel heeft een hele vervelende, zo geniepig dat de scalpel van de chirurg er aan te pas moest komen teneinde hem van het ongerief te verlossen. Zoiets duurt een paar weken, maar, omdat ieder nadeel zijn voordeel heb, is gaande het genezingsproces een schorsing van vier wedstrijden vanwege een verdwaalde elleboogstoot meteen mooi uitgezeten. Was de clubarts ook blij mee, want die was voor de verandering verlost van het gemarchandeer met trainers die andere opvattingen hebben over honderd procent genezen zijn dan iemand die een eed afgelegd heeft op het welzijn van een patint. Zodat Van Bommel niet met de hechtingen in zijn lies het veld ingestuurd wordt, en, nog meer mazzel, de winterstop erbij krijgt om helemaal te herstellen. Het duurt iets langer dan gemiddeld, maar het haalt bij lange na niet de zes maanden waarmee Venus Williams haar buikspierblessure koestert.
Van Bommel is een harde, voor tegenstander n voor zichzelf, maar tennissers zijn ook geen doetjes. Zoals Pat Cash, die zich eind juni 1987 twaalf maanden lang onafgebroken het leplazarus had getraind op weg naar zijn ultieme missie: Wimbledon winnen. Om twee weken voor het toernooi midden in de nacht met een acute blindedarmontsteking op de ER (zo heet dat tegenwoordig ook in Nederland dankzij al die medische series) van een ziekenhuis te belanden. Cash weigerde een algehele verdoving omdat hij er zeker van wilde zijn dat de chirurg, zoals door hem geist, tussen zijn spieren en pezen door de ontstoken blindedarm eruit zou vissen, zonder een spiertje door te snijden. Twee weken later volbracht de Australir zijn missie. Waarin Michiel Schapers, deze week weer in het nieuws, een positief bijrolletje speelde: van de zeven tegenstanders van Cash, bij wie de hechtingen nog in de buikwand zaten, was hij de enige die een set wist te winnen.
Waar waren we? Ah, de Williamsen, van wie me van Venus bijgebleven is dat ze met een buikspierblessure als oorzaak in een zwart gat verdwenen is, terwijl me ontschoten is wat het als oorzaak van de retraite van Serena opgegeven werd. Misschien dat een ingegroeide teennagel of gerriteerde aambeien een rol spelen. U moet daar niet mee spotten. Zoiets kan heel vervelend zien, want anders zou het niet zo lang duren, niet dan? Ik wou dat ik de antwoorden wist op mijn vragen. Dan zou ik u gewoon laten weten waarom de zussen Williams maar een paar maanden per jaar tennissen. Met armen en benen die er bepaald niet uitzien alsof ze niet hebben kunnen trainen vanwege kapotte buikspieren, ingegroeide teennagels of andere lichamelijk ongerief. Met de schouders, rugspieren, kuiten, dijbenen en biceps van Arnold Schwarzenegger in zijn beste dagen. Als ze niet hebben kunnen trainen en spelen, hoe komen ze dan aan al die spieren? Ik wou dat ik het wist.

Posted: December 6, 2003 08:59 PM (642 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .