logo-bns-app.png



« Onnodige heibel over kwajongensstreken | Index | Het hele internet aan 'de dunne'? »

February 26, 2000, by Léon Krijnen

Isidorus, digitale patroonheilige   

Op Samoa wonen 160.000 Samoanen, die met zijn allen de hele dag lopen te lachen. Op het eiland is welgeteld één flappentapper, midden in de hoofdstraat van het hoofdstadje Apia.
Het apparaat heeft een eigen bewaker, die er trots - en lachend - naast staat. Hij kijkt belangstellend hoe je er een bankpasje in stopt, hoe je de pincode en het bedrag intoetst en of er genoeg 'Tala's' uitkomen. Daarna geeft hij je een hand, vraagt waar je vandaan komt, hoe lang je blijft, of je Samoa leuk vindt, en slaat zichzelf op de brede dijen van de pret om de antwoorden.

Ik weet niet of Samoa het paradijs op aarde is, want in een week kom je er niet achter wat er aan onmin leeft onder al dat vrolijke vernis. Misschien maar beter ook, want nu hou ik de illusie dat het paradijs bestaat.
Iconen
Hoewel dat droombeeld een beetje verstoord werd door andere digitale iconen, naast de Nieuw-Zeelandse ANZ-bank: twee elkaar beconcurrerende internetcafé's in het enige, piepkleine winkelcentrum van Apia. Aardig bij de tijd, allebei een paar Pentium III's, beiden een satelliet-verbinding via een kleine schotelantenne, die, zo te zien, redelijk liep.
Ik ben er af gebleven, omdat ik geen zin had om een nummertje te trekken en tussen Japanners, Amerikanen en Zweden op een bankje te gaan zitten zweten tot er iemand klaar was. Haast had niemand met zijn Hotmail of Yahoo-account, vanwege de vijf Tala die het per uur kostte (wisselkoers: 75 Hollandse centen de Tala).
Een week verder, in Californië, verbaas ik me weer over het gebrek aan internetcafé's in de Verenigde Staten. Terwijl je in Nieuw-Zeeland en Australië struikelt over communication centers, connectivityspecials, cyber- en internetcafé's, heb ik er in Amerika nog geen ontdekt. Niet in de toeristische buurten van San Francisco, niet in Venice, Santa Monica, Malibu, Hollywood, de hotspots van Los Angeles, toch een metropool met tien miljoen mensen. Komt het, doordat iedereen hier internet thuis heeft of doordat je in iedere bieb gratis kan internetten?
Desondanks geen nood, want de voorzieningen voor de reiziger de reiziger met zijn laptop zijn weer optimaal. In iedere stad staat een modembank van Compuserve of UUNet, de twee mondiale providers die het de reizende internetter zo gemakkelijk maken.
In ieder hotel staat een telefoon waar je de stekker uit kan trekken en in je modem stoppen, of een toestel waarin aan de zijkant een dataport zit. In alle motels laat je het modem een 0 of een 9 draaien, waarna je gratis lokaal kan bellen, net zolang als je wil. Zit je toevallig in een gat waar Compuserve of UUNet geen modems hebben staan, dan draai je het 1-800 nummer van Compuserve.
Dan komt er een toeslag van zes dollar per uur op de rekening van de provider te staan, maar de telefoonkosten blijven nihil, in alle motels of hotels. Het wordt nog mooier, met een eigen beschermheilige op de digitale snelweg. Ik dacht dat reizigers er al een hadden in de persoon van Christoffel, maar als het aan het Vaticaan ligt, wordt de Spaanse bisschop Isidorus de patroonheilige van het net. Omdat de man in de zesde eeuw in Sevilla de eerste encyclopedie heeft uitgegeven.
Ik lees dat over de competentie en het takenpakket van Isidorus nadere richtlijnen volgen, maar dat computerfreaks die de wanhoop nabij zijn, alvast een schietgebedje tot hem kunnen richten. Ik doe daar niet aan-mee, al was het maar omdat ik een oplossing heb gekregen voor computerproblemen. Het is een houten honkbalknuppeltje met daar ingebrand de tekst 'computer repair tool'. Iemand, die me denkt te kennen, heeft me aangeraden om het ding op zolder te hangen en niet binnen handbereik, voor het geval mijn digitale parafernalia weer eens door de duivel bezeten lijkt te zijn.
De aanstelling van Isidorus gaat tot gemengde reacties op het net leiden. In Los Angeles is al deze week een atheïst naar de rechter gestapt om te eisen dat een gelovige verboden wordt om voor zijn geestelijk welzijn te bidden. Ik geloof niet, maar wie dat wel doet mag van mij bidden voor wie of wat-ie wenst, want ik geloof ook niet dat het kwaad kan.
Op het net zullen satirische sites opduiken waar Isidorus voor joker wordt gezet, terwijl de goede man op religieuze sites de hemel in geprezen gaat worden. Waar-ie, als het allemaal klopt, allang is. Het is dat het Vaticaan niet om practical jokes bekend staat, dus ik neem aan dat het Isidorus-idee serieus genomen moet worden. Ik zit er niet op te wachten, maar van mij mogen ze, zolang ik er geen last van heb, en Isidorus niet ongevraagd opduikt in pop-up screens of snail-mail. Ze zijn daar in Rome overigens wel te laat met het registreren van isidore.com. Alle combinaties met 'isidore' zijn allang geregistreerd door anderen. Zo te zien geen gelovigen. Maar de isidorus met de extensie .com, .net, .org en .edu waren woensdagavond nog voor de grijp voor zeven tientjes registratiekosten. Een goede raad: gauw doen. Misschien kunt uw die namen straks goed verkopen aan een fervente voor- of tegenstander van de patroonheilige op de elektronische snelweg.

Posted: February 26, 2000 09:25 PM (848 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .