logo-bns-app.png



« 'Kijk, zo moet u dat doen, meneer' | Index | Wie? Wat? Waar? Worm-virus? »

November 20, 1999, by Léon Krijnen

Dat was pas een echte Llull   

Even tellen, en weer veel langer geleden dan ik dacht; zestien jaar terug dat ik voor het eerst met een laptop de hort op ging. Om stukkies naar het thuisfront te verzenden, die over tennis, of volleybal, driebanden, of andere sporten gingen. Door het koffertje wat eromheen zat, dacht men dat ik met een Singer trapnaaimachine liep te sjouwen, die misschien wel minder woog dan de acht kilo PortaBubble die aan mijn schouders hing.

Met die gleuf naast de beeldbuis waar een soort kassarol uitkwam met piepkleine lettertjes. Dat voor het geval er geen bits of bytes in Nederland aangekomen bleken te zijn, nadat je een kwartier had zitten luisteren hoe de telefoonhoorn in die twee rubberen flappen bovenop het apparaat op 300 baud (!) tekst door had zitten stampen. Lukte het de tweede keer ook niet, dan plakte ik die kassarol aan de wand van een telefooncabine en begon ik, zaklantaarn in de ene, vergrootglas in de andere hand, mijn verhaal aan een dictafoniste voor te lezen.
Ik heb in die jaren aardig wat ervaring opgedaan met laptops Tandy, Olivetti, Compaq en een hele serie Toshiba's. Vrijwel altijd lukte het, maar soms niet. Soms herinner ik me die gelegenheden als een slapeloze generaal in ruste zijn verloren veldslagen.
Palma de Mallorca bijvoorbeeld, wereldbeker driebanden. In het perscentrum, een driehonderd jaar oud theater, was er geen vuiltje aan de lucht, mede dankzij de bemoeienissen van perscheffin Paola, die bij de Spaanse PTT een paar perfecte lijntjes versierd had. Paola herinner ik me verder ook door haar achternaam, die zij overigens deelt met de helft van de bevolking van Mallorca en Menorca: Llull. Ik zweer dat ook de techneut zo heette, die drie minuten na afloop van de finale alle stekkers uit alle gaten rukte, en met de kabels doodleuk de deur uitliep, een paar overspannen biljartverslaggevers zonder communicatie achterlatend. Dat was me pas een echte Llull! Waarna een paar uur later de telefooncentrale in het hotel, van ongeveer dezelfde leeftijd als het theater, een volt of tachtig op mijn modem losliet, met rook en panne als resultaat. Die avond eindigde derhalve in voorlezen, maar in de computerwereld betekent iedere stap vooruit meestal ook een stap achteruit. Dus had een Tandy geen ingebouwd printertje en moest ik twee verhalen voorlezen vanaf het scherm van acht regels tekst.
Ook tegenwoordig kom je af en toe telefooncentrales tegen met rare streken.
Zoals in maart in Las Vegas en deze week in Nelson, in het uiterste noorden van het zuideiland van Nieuw Zeeland: op de een of andere manier afwijkend geschakelde telefoons.
Zoals altijd als er gecommuniceerd moet worden een motel uitgezocht wat er een beetje modern uitziet, want daar zullen ze wel een telefoon hebben waar internet mee aangetrapt kan worden. Ondanks alle ervaring kennelijk nog steeds niet wijs genoeg geworden, was ik er vanuit gegaan dat de telefoonstekkers in Nieuw Zeeland hetzelfde zijn als die in Australië. Ten onrechte, want de 'muurstekkertjes' zien er ongeveer uit als wat ze in Engeland gebruiken. Of ze precies hetzelfde zijn weet ik niet, want vanwege het gewicht - 'always travel light' - had ik de Engelse stekkers ditmaal thuisgelaten. Hetgeen me aan een andere wijsheid deed denken - 'penny wise, pound foolish' - want zo'n ding weegt niet meer dan een gram of tien.
Op naar zo'n geel-zwarte winkel van Dick Smith, zeg maar de Australische en Nieuw-Zeelandse uitvoering van Radio Shack in de Verenigde Staten, en weer een paar nieuwe aanwinsten voor mijn verzameling wereldstekkertjes gekocht. Waar sommige reizigers wereldmuziek verzamelen, heb ik een collectie wereldstekkers. Ik zal ze voortaan allemaal meenemen, al moet ik er een aparte rugzak voor kopen.
Ik weet dat er universeelstekkers zijn waar je 'overal' mee uit de voeten kunt, maar wie die dingen maakt is niet 'overal' geweest. Soms is zo'n kreng, hoe je ook draait en bijstelt, niet passend te krijgen. Zo heb ik eens in een behulpzame bui geprobeerd zo'n wereldstekker ter grootte van een scheerapparaat voor een collega in New York de gaten van een stopcontact in Flushing Meadows in te dwingen. Dat lukte, maar kennelijk was er door het gewring intern een stukkie isolatie beschadigd, met een pracht van een steekvlam als resultaat.
Met mijn nieuwste stekkertjes werd de veldslag in Nelson - what's in a name? - niet gewonnen. Wat ik ook probeerde, er kwam wel een kiestoon zolang de telefoon eraan hing, maar niet als de draad in het modem zat. Een splittertje eraan, en in een van die tabbladen in het netwerkprotocol Windows wijs maken dat er zich een telefoniste mee wil bemoeien, wil ook wel eens helpen. Mooi niet dus: Nieuw-Zeeland ligt niet alleen aan de onderachterkant van de wereld, maar sommige motelcentrales zijn intern ook andersom geschakeld. Met telefoons van een type ondersteboven die wel werken, maar waar geen enkel normaal modem iets van snapt. Gelukkig zit er tegenwoordig zelfs in het grootste gat aan de achterkant van de aarde een internetcafé. Tekst op een flop, en op naar downtown Nelson, kleiner dan Standdaarbuiten, maar wel vijf internetcafés.
Waar mijn klacht over de tergend langzame verbinding met een smoes afgedaan werd die ik een provider in Nederland nog nooit heb horen gebruiken: het regende te hard.
Excuse me, wablief? Bleek dat ze normaal een satelliet-verbinding hadden die op een gezonde 512 kilobit per seconde draait. Door de overvloedige regenval was de schotelantenne vol water gelopen, zodat twintig terminals tijdelijk een enkel 28K8 modem moesten delen. De satelliet, op 36.000 kilometer hoogte, hangt recht boven de zeestraat tussen noord- en zuid-eiland, zodat de antenne als een paraplu op zijn kop water stond op te vangen. Natuurlijk zat er een afvoer in de omgekeerde plastic koepel, maar die kon het bombardement van pijpenstelen niet aan. Het wachten is op de eerste provider in Nederland die deze smoes dankbaar inpikt: sorry, maar het regent vandaag te hard...

Posted: November 20, 1999 01:07 AM (967 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .