logo-bns-app.png



« Ze doen veel dingen goed, de boys van Bill | Index | 'Kijk, zo moet u dat doen, meneer' »

November 06, 1999, by Léon Krijnen

Laat de millenniumbug maar komen   

Als dit in de krant staat wil dat zeggen dat de techniek me weer niet in de steek gelaten heeft, 53 dagen voordat in de krochten en spelonken van alle computers ter wereld de millennium-gremlins zullen ontwaken. Bent u nog niet millennium-safe? Haal diep adem, neem een borrel en probeert u zich te ontspannen omdat het te laat is om er nog iets aan te doen.

Zorg ervoor dat u over 53 dagen alles wat er aan belangrijke data op uw schijven staat, op tape, op cd-rom, of voor mijn part op a-viertjes veilig weggeborgen is en zet over 54 dagen, met of zonder een flinke kater, voorzichtig de computer aan.
Als vliegende technische wonderen, samengesteld uit gevouwen en geperst aluminium, werkend op kerosine en hydraulische olie, bestuurd door kabels, mensen en computers, me niet in de steek gelaten hebben, zit ik sinds gisteren in Auckland, Nieuw-Zeeland. Eigenlijk vreemd dat ik geen vliegangst heb, want ooit werd mijn luchtdoop uitgesteld vanwege een vliegramp. Toen ik nog in een korte broek naar school ging, wilde ik piloot worden en was mijn hobby vliegtuigherkenning. Daarom vond ik een prijsvraag in de voorganger van deze krant, De Stem, door de toenmalige luchtvaartspecialist van De Stem, Wim Kock samengesteld, tamelijk simpel. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Koninklijke Luchtmacht mocht een aantal gelukkige lezers dat die prijsvraag goed had opgelost op de vliegshow van Woensdrecht een vlucht maken in een Fokker Friendship.
In de krant stonden wat wazige plaatjes van vliegtuigen die iedere spotter met zijn ogen dicht herkende: een Piper Cub, een Hunter, een Kaasjager, een Gloster Meteor, een Harvard en meer van dat soort toestellen waar de KLu mee vloog of gevlogen had. Er was een moeilijk vraagje: wat de belastingbetaler de opleiding van een straaljagerpiloot in 1965 kostte. Mijn vader, die bij de belastingen was, belde de Rijksvoorlichtingsdienst in Den Haag, en hing een mooi verhaal op over de aftrekbaarheid van opleidingen. De majoor-voorlichter aan de andere kant trapte erin en gaf hem het goede antwoord: 350.000 gulden, hetgeen tegenwoordig waarschijnlijk het opleiden van de bandenplakker van een
F16 kost. "Dat je na 'die dag' nog durfde te vliegen", aldus Willem toen ik hem dat verhaal jaren later als jonge collega van hem vertelde. "Ik geloof dat ongeveer de helft van de prijswinnaars na dat ongeluk niet meer opgedaagd is".
Op de dag van dat ongeluk fietsten mijn vader en ik, en nog een paar vriendjes, vanuit Breda naar Woensdrecht. Mijn luchtdoop zou plaatsvinden na de luchtvaartshow, die afgesloten werd door onze vaderlandse trots, het in Northrop T 33's vliegende stuntteam Whiskey Four. Maar voor 60 of 70.000 bezoekers raakte de ene helft van Whiskey Four, godzijdank toevallig net aan die kant van de baan waar geen mensen stonden, elkaar, en vervolgens de grond, met groot kabaal en veel vlammen. Die twee piloten waren op slag dood, het overlevende Whiskey Two week uit naar vliegbasis Eindhoven, de vlaggen gingen halfstok en de rest werd afgelast.
Drie weken na de ramp werd ik alsnog met mijn rug tegen de rechterzijwand van de Fokker Friendship met het registratienummer C7 gegespt en zou ik nog jaren later tegen iedereen roepen dat ik daarin gevlogen had, als de C7 weer eens langzaam over het Brabantpark richting vliegbasis Gilze Rijen daalde.
Ik moest er vorige week weer aan denken na dat bizarre ongeval met die Lear Jet waarin de golfer Payne Stewart om het leven gekomen is. 'Eerie', eng, griezelig, bizar, waren de slutelwoorden in de koppen boven de verhalen over die spookvlucht over half Amerika, voordat het naar beneden duikt. Gadegeslagen door hulpeloos toekijkende piloten van de F17's van US Air Force.
Met mijn nog immer sluimerende belangstelling voor luchtvaart meende ik me zoiets te herinneren begin jaren tachtig met een Lear Jet die vanuit Oosterijk begon aan een spookvlucht die pas in de Atlantische Oceaan onder IJsland zou eindigen. Destijds in de Nederlandse media breed uitgemeten, omdat dat spooktoestel over de Wadden vloog en begeleid werd door F16's van onze luchtmacht. Ik heb het opgezocht: het jaar was 1983, plaats van vertrek Wenen, bestemming Hamburg. Ook toen al werd een verlies van druk en zuurstof vermoed en daardoor bewusteloze bemanning en passagiers. Ook toen vloog het toestel op de automatische piloot. Maar toen werd er meer de nadruk gelegd op een computerstoring, waar nu de schuld voornamelijk alleen in het falen van een afsluiter gezocht wordt. Ik mis dat nu een beetje in analyses en veronderstellingen. Is de boordcomputer nou wel of niet verantwoordelijk voor het al dan niet open of dicht gaan van zo'n klep, waar leven of dood van afhangt? Was dat dan in 1983 een soort millenniumbug avant le lettre? Misschien een of ander besturingssysteem wat de tijd in seconden sinds 1970 berekent, zoals Unix dat doet?
Terwijl ik dit verhaal in een motel in Los Angeles zit te tikken meldt CNN dat de zwarte dozen van de rampvlucht van Air Egypt gelokaliseerd zijn, en duiken vermoedens over een defecte straalomkeerder op. Waarom waarschuwen die computers niet op tijd dat die dingen vast dreigen te gaan zitten? Ik bedoel maar, vroeger ging er iets kapot aan een vliegtuig, met soms verstrekkende gevolgen. Maar tegenwoordig heeft een computer er altijd iets mee te maken. Als een bug in zo'n apparaat de oorzaak niet is, dan heeft een andere computer kennelijk niet op tijd gewaarschuwd.
Wat de millenniumbug wie dan ook voor parten gaat spelen, ik heb een vaag vermoeden dat ik er weinig last van ga hebben. Niets is zeker, dus misschien loop ik in de komende 53 dagen onder een trein of een auto, vanwege een computerfout die twee verkeerslichten tegelijkertijd op groen zet of zoiets, maar ik zal niet in een vliegtuig boven de aarde hangen. Ik heb ook geen computer nodig op zaterdagmorgen 1 januari. Bij leven en welzijn zit ik in The Blue Heeler, of een andere Crocodile Dundee-kroeg diep in een rode woestijn, in Birdsville, of in Tennant Creek of in Oodnadatta, outback Australi. Iets neerstorten kan er niet want er vliegt niks overheen. Laat de millenniumbug maar komen. Ik ben er klaar voor.

Posted: November 6, 1999 01:36 AM (1019 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .