logo-bns-app.png



« Senioren en internet in De Grote Kerk | Index | Taart »

October 29, 2005, by Léon Krijnen

XSKrijnen: wat ben ik waard?   

XSKrijnen.jpg
Of de varkenscyclus rouleert volgens de Bijbelse jaartelling van zeven vette en magere jaren weet ik niet, maar op internet lijken voor- en tegenspoed in lustrum cycli afgewerkt te worden.
Tien jaar geleden begon de eerste hype, vijf jaar geleden donderde alles in elkaar, en nu worden we voortgeblazen op de tweede digitale tsunami. Opzij, want web 2.0 komt eraan!

Vraag me (nog) niet wat dat precies is, want dat moet ik nog uitzoeken, maar iedereen praat erover. Er worden conferenties aan gewijd, waar men elkaar voor de poort verdringt om 1200 dollar per dagdeel te betalen, dus het moet belangrijk zijn. Komt vanzelf goed, ik kan me nog herinneren dat er in 1999 nogal wat mensen waren die zich hardop afvroegen wat www was, waarvoor je de hele dag advertenties op de radio hoorde. Een nieuw soort verzekeringswet of zo?

Web twee, de niet meer te stuiten op gang gekomen massa van internet anno 2005, brengt mooie wedergeboortes met zich mee. Van mythen en waargebeurde verhalen. Waar is dat blogger Jason Calcanis er eerst in slaagde om op zijn blog meer dan een miljoen dollar aan advertenties te verdienen via het AdSense programma van Google. Om een maand geleden Weblogs Inc voor tussen de 25 en 40 miljoen dollar te verkopen aan America Online. Nou lijkt Calcanis me het zoveelste voorbeeld van iemand die gedreven en gehaaid genoeg is om ook zonder internet miljonair te worden, maar die analyse is niet aan iedereen besteed. Mijn medebloggers ruiken geld: wat zijn we waard?

Op Business Opportunities Weblog staat een programma dat uitrekent wat uw blog waard is, gelegd langs de maatlat van de deal van Calcanis. Maar eens even mijn weblog gevoerd aan die virtuele zakjapanner.

Verroest! Zoveel? Daar kan ik wel een half jaar van naar Zuid-Amerika. Wie biedt? Huren kan ook :-)

Posted: October 29, 2005 09:30 AM (303 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .