logo-bns-app.png



« 'RSI nog steeds een sluipend gevaar' | Index | Axon levert de kaarten in Zuid Afrika »

June 25, 2010, by Léon Krijnen

De laatste dag van het witte goud   

asperges.jpg

Zelfs voor een opgewekt mens is het een mineurmomentje. De langste dag van het jaar is koud achter de rug, zijn de laatste asperges weer gestoken.

Het was gisteren Sint Jan, 24 juni, traditioneel de dag waarop het seizoen van het witte goud gesloten wordt.

Zo ook aan de Druisdijk in het buitengebied tussen Gilze en Alphen, waar de voorbijgangers met een rood bord naar de laatste kans worden gelokt. Jack en Ans Leyten hebben het hele seizoen zeven dagen lang van zeven tot zeven asperges verkocht.

2010 was geen slecht aspergejaar, zegt Ans Leyten. De eerste asperges worden rond de tweede donderdag van april gestoken. Na de strenge winter duurde het dit jaar iets langer voor de aanvoer echt op gang kwam. Voor de telers maakt dat niet zo veel uit.

"Als er minder aanvoer is", zegt ze, "dan krijgen we er op de veiling meer geld voor. Komt de aanvoer op gang, dan zakken de prijzen. Aan het eind van het seizoen maakt het meestal niet zo veel uit. Voor sommige telers kan een slecht begin van het seizoen zelfs iets beter uitpakken, omdat ze dan een week door kunnen steken."

Kees van Tiggelen uit Halsteren, voorzitter van telersvereniging Brabantse Wal, beaamt dat. "Ik denk dat er dit jaar gemiddeld minder kilo's naar de veiling gebracht zijn. Geen ramp voor de teler, want dat betekent dat er minder wordt gestoken. Dus we hebben iets minder personeelskosten, terwijl de prijzen iets stijgen. We mogen derhalve niet klagen, maar als aspergeteler moet je zoiets over een seizoen of vijf bekijken, dan heb je een beter beeld."

Belangrijkste voor de liefhebbers: de kwaliteit was prima in 2010. Dat had Van Tiggelen eind april al goed voorspeld: "Ze hebben in de wintermaanden een langere periode rust gekregen en dat levert straks een goede kwaliteit op."

Posted: June 25, 2010 08:24 AM (303 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .