logo-bns-app.png



« Styrosun: 'meer masten niet nodig' | Index | Chihuahua »

November 25, 2010, by Léon Krijnen

DAF Museum vol pientere pookjes   

daf-600.jpg

Ruim veertig trucks en meer dan vijftig historische personenwagentjes met het pientere pookje. Er staan militaire voertuigen, prototypes, rare voertuigen, blinkende brandweerwagens, zelfs twee motorfietsen voorzien van een variomatic plus pookje.

Fotoalbum: Google/mno8H

Dat alles in een pracht van een gebouw, dat een industrieel erfgoed op zich is. Welkom in het DAF museum aan de Tongelresestraat in Eindhoven.

Het museum is maar een kleintje, vergeleken met het nieuwe Louwman museum in Den Haag. Klein, maar fijn: alles in het door ruim honderd gepensioneerde DAF’ers en andere vrijwilligers gerunde museum is om door een ringetje te halen. Daarmee is de aanpak ook anders dan het museum van Evert Louwman waar bijna alle vierhonderd voertuigen in originele staat zijn.

De omvang van de collectie in Eindhoven mag dan wat bescheidener zijn, de collectie is compleet. Van de eerste tot en met de laatste personen-DAF die ooit in Eindhoven van de band gerold is. Van de 33 via de 44 en de 55 tot en met de race 555. Het miljoenste exemplaar staat er, oogverblindend, door Marthe Röling met een enorme strik getooid.

Vuilniswagens, vrachtwagens, brandweerwagens, een bierwagen, truck en opleggers in allerlei soorten en maten. Veel militaire voertuigen, want DAF was vanaf de jaren vijftig de hofleverancier van het Nederlandse leger. Dat was meegenomen, want dankzij de lucratieve overheidscontracten konden de productiefaciliteiten uitgebouwd worden, terwijl de vrachtwagens van dezelfde banden liepen. Alleen al tussen 1951 en 1956 ontving DAF voor bijna vierhonderd miljoen gulden aan orders voor de bouw en levering van verschillende typen trucks.

Vorige maand was DAF 75 jaar leverancier van de Nederlandse krijgsmacht. Vanaf 1935 werden er in Eindhoven meer dan 35.000 militaire voertuigen gebouwd, van vrachtwagens en trekkers tot aanhangwagens, pantser- en bergingsvoertuigen.

Een keur uit het militaire materieel staat in het museum naast een afdeling vol smetteloze vrachtwagenindustrie en differentieels, sommige opengewerkt om de werking te demonstreren.

Puristen in de industriële geschiedenis zullen hier hun wenkbrauwen optrekken. De meeste motoren en de differentieels zijn gestraald en daarna via poederlakken van een krasharde laag voorzien die zó glanzend is dat je zo’n motorblok met gemak als scheerspiegel kan gebruiken. Zó hebben ze de fabriek nooit verlaten, maar vooruit, het ziet er schitterend uit.

Een verdieping hoger, tussen de personenwagentjes en een paar prototypes en extremiteiten, staan een paar werkende voorbeelden van wat het Dafje wereldberoemd heeft gemaakt: de variomatic. Een eerbetoon aan de geniale broers Van Doorne, die erin slaagden om via het vacuüm van het inlaatspruitstuk en de centrifugaalkracht van een paar gewichten een traploze overbrenging te laten werken. Zó goed werkte het systeem, inclusief opvolgers, dat het na een paar geslaagde tests verboden werd in de Formule 1: te oneerlijk voor de concurrentie. Zet een chimpansee in een racewagen met een variomatic en hij laat alle coureurs slechts de vlammen uit zijn uitlaten zien.

Er staan computers waarmee kinderen interactief aan de gang kunnen, en her en der staan schermen waarop in sfeervolle zwart-wit beelden het productieproces van auto’s en motoren wordt gepresenteerd. Niet te missen: de tegen het hoofdgebouw aan leunende oude werkplaats, waar in 1928 alles begon, toen de ambitieuze smid Hub van Doorne met een startkapitaal van 10.000 gulden aan de slag ging. De kapitaalverstrekker was A. Huenges, directeur van stoombrouwerij De Valk, waar nu het museum in gevestigd is.

Het bakstenen gebouw dateert van 1884, gebouwd voor brouwer Antoon Coolen. Het ligt in Tongelre, een van de oudste gedeelten van het huidige Eindhoven. Het loont de moeite om er een rondje te lopen. Het gebouw ligt pal aan het uit 1847 daterende kanaal, naast een monumentale geklonken ijzeren brug. Ertegenover staat het enigszins vervallen kantoor van de in 1883 opgerichte sigarenkistjesfabriek Picus.

Vanuit de werkplaats, waar de tijd tachtig jaar stil gestaan lijkt te hebben, bouwden de gebroeders Van Doorne hun Machinefabriek en Reparatieinrichting uit. Na een jaar hadden ze al 32 man in dienst. In 1948 werd de eerste vrachtwagen gebouwd, en natuurlijk staat die in het museum, net als de eerste DAF 600 die tien jaar later de poort uitreed.

Overal in het museum zijn de cijfers te zien. Die eerste DAF 600 kostte 4192 gulden. Het motortje leverde 22 pk, een vermogen dat tegenwoordig door een beetje grasmaaier wordt opgehoest. Als die niet begrensd was zou hij misschien sneller de 100 bereiken dan de 33 seconden die het DAFje er volgens de brochure voor nodig had. Dat terwijl terwijl de officiële topsnelheid op dezelfde pagina als 90 kilometer per uur wordt vermeld. Van de 600 werden er 30.563 verkocht.

DAF zou tussen 1958 en 1974 ruim 850.000 personenwagens verkopen. DAF produceerde slechts 850.000 auto’s. Van het laatste type, de 340, zou Volvo er nog 1,7 miljoen verkopen nadat het de personenauto-tak van DAF in 1975 had overgenomen.

De vrachtwagendivisie bleef tot 1993 zelfstandig en nam in 1987 zelfs nog de vrachtwagendivisie van British Leyland over.

Maar in 1993 ging DAF failliet, waarna in afgeslankte vorm werd doorgestart als DAF Trucks N.V. In 1996 werd het bedrijf overgenomen door het Amerikaanse Paccar. De bestelwagendivisie is ook nog steeds gevestigd in Eindhoven, onder de naam LDV (Leyland-DAF Vehicles).

De naam DAF wordt door Paccar gekoesterd. Met reden: in 1998 (95 XF) en 2007 (XF 105) won een DAF de prestigieuze titel International Truck of the Year.

Veel ruimte is er niet meer in het museum aan de Tongelresestraat, maar zoals het er naar uitziet zullen er de komende jaren nog wat modellen aan de collectie toegevoegd kunnen worden.

Website DafMuseum.nl


Posted: November 25, 2010 10:52 AM (909 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .