logo-bns-app.png



« Linux, Stattler & Waldorf | Index | Ik ben even naar Tumbolia »

March 23, 1996, by Léon Krijnen

Voer voor cynici en sceptici   

Ik begin vandaag maar eens met mopperen op sommige collega’s. Speciaal die type’s die de halve dag lopen te verkondigen dat het niets is met dat Internet, en dat het ook nooit iets worden zal. Ik kijk nooit met enig dédain op iets of iemand neer en als iemand dat op mijn activiteiten doet, lach ik er luidkeels om. Ik mag natuurlijk, om te stangen, wel eens een beetje doen alsof ik iets of iemand niet serieus neem, en dan sta ik er nog steeds heel vaak versteld van hoe lang tenen kunnen zijn. Een beetje dom vind ik ze wel, die mede-journalisten die met een ernstig gezicht lopen te beweren dat het allemaal een grote hype is, Internet, World Wide Web en alles wat daar mee te maken heeft.

Ze hebben dat alleen maar van horen zeggen want zelf weten ze maar amper hoe ze de knop van de tekstverwerker op de krant op aan moeten zetten. Geeft allemaal niks, ik doe gewoon voor de honderdduizendste keer voor hoe dat gemakkelijke macrootje werkt, dat ik ooit voor ze geschreven heb. Dat vind ik helemaal niet erg, integendeel, maar dan niet meer aan mijn hoofd zeuren dat Internet niks is en dat het over een jaar weer op zijn gat ligt. Dat klinkt net als het gezanik van de boeren die honderd jaar geleden tegen de komst van de trein tekeer gingen omdat de koeien er overspannen van zouden worden.

Heeft u geen zin in een computer? Mij best, prima. Niet aan beginnen. Ik geef zelfs toe: ik vraag me ook wel eens af of de kwaliteit van mijn leven er niet op vooruit zou gaan als ik vandaag nog alle hardware in de dichtstbijzijnde container zou kieperen. Geen gepiep meer, geen hoofdpijn meer, geen crashes meer, zesendertig uur per dag meer tijd om allerlei andere leuke dingen te gaan doen, acht dagen per week. Ik gooi radio, televisie, telefoon en de auto ook gelijk in de vuilnisbak en ik vertrek naar Nimbin. Dat is een dorp in New South Wales waar de tijd in 1967 stil is blijven staan, net als in Mendocino in Noord-West Californië, en de overlevenden denken dat hij dat voor hen ook gedaan heeft. Gelachen wordt er overigens niet veel, zo heb ik mogen constateren, maar dat kwam misschien omdat ze daar de collectief in de container gedonderde zegeningen van de techniek missen.

Ik bedoel maar: of u het nou wel of niet iets vindt, daar trekt die computer zich niets van aan. Internet gaat gewoon door, en draadje voor draadje wordt aan het World Wide Web verder geweven. Wat zegt u? Maar ja, natuurlijk zal u dat allemaal worst wezen en kunt u die hele handel missen als een ontstoken kies. Een hype? Wat wil dat woord nou eigenlijk zeggen? In de Dikke Van Dale staat het niet, maar wél in het Groot Woordenboek Engels-Nederlands, ook van Van Dale. Het betekent opgeblazen persoon/zaak (door media of reclame) óf opgeklopte/opgeschroefde/schreeuwerige reclame, óf zelfs de boel belazeren, besodemieteren, naaien.

Kies zelf maar een stok, tegenstanders van de vooruitgang en sla ons cybersurfers er mee om de oren. Het doet geen pijn en we weten bovendien zelf ook wel dat het allemaal waar is van die hype. Dat laat onverkort het gegeven dat er iets overblijft als de hype zijn hoogtepunt gehad heeft. Wanneer dat is en wat er resteert weet niemand. Maar een journalist die Internet niet leert gebruiken, die loopt een stapje achter bij zijn collega’s die dat wel kunnen en ik denk dat dat ook voor sommige andere beroepen geldt.

Om dat uit te leggen moet ik helaas even gebruik maken van het wollige taalgebruik waar die hype tot barstens toe mee opgepompt is. Ik kan het ook niet helpen, maar het is toch echt niet anders. Vergeet nou even alle baarlijke nonsens, het rabiate racisme, alle pornografie die de kinderen, want dat heeft u gelezen, via die computer zo de huiskamer in kunnen halen. Vergeet de plaatjes en de grafische grappen, de onnozele praatgroepen en de oeverloze kletskanalen. Kijk daar nou eens even dwars doorheen en zie wat Internet werkelijk waard kan zijn. We gaan toch ook de televisie niet afschaffen omdat Veronica de hele dag op één kanaaltje een hoop overbodig kabaal loopt te maken?

Hier komt zo’n cliché waar de hype de hype mee geworden is: Internet maakt van de hele wereld uw privé-bibliotheek, uw privé-archief en uw eigen journaal voor nieuws dat u in de krant of op de tv niet vinden kan. Ik wil niet blasé overkomen, maar zo gebruik ik het wel. Ik lees iedere morgen even de New York Times en ik kijk dagelijks even hoe de zaken er in Australië voorstaan. In een krant vind ik daar geen letter van terug. Over een paar weken, als het honkbalseizoen begonnen is, wil ik ’s morgens weten wat mijn favoriete Damned Yankees gedaan hebben.

Ik had vorige week een telefoonnummer in Dalby, far outback Queensland nodig. Binnen twee minuten gevonden via het Australische telefoonboek, dat door Telstra op het net gezet is. Ik ben nog steeds aan het worstelen met de installatie van Linux. Een van de vele handige hulpjes in die huishouding: het Unix-forum op Compuserve. Dagelijks even rondkoekeloeren, dagelijks iets opsteken. Maar ook koekenbakkers, houtbewerkers, postduivenhouders, postzegelverzamelaars, autoverzamelaars, weet ik veel wie of wat, kunnen Internet op dezelfde manier gebruiken. Doeltreffend, zonder poespas of geleuter. Gewoon, omdat het er is. Je moet alleen even de moeite nemen om een paar dingen te leren in plaats van constant zeggen dat het allemaal niks is.

De afgelopen week ging Fokker naar de kelder, maar even was er sprake van dat Saab de boel over zou nemen. Iemand zat zich suf te bellen met allerlei instanties en organisaties, maar kreeg de juiste telefoonnummers in Zweden niet te pakken. Achter zijn rug om de browser opgestart en Lycos even laten zoeken op het woord Saab. Het resultaat was uiteraard een hoop onzin over rally’s en oude auto’s, maar toch ook, binnen twee minuten, naam en telefoonnummer van het hoofd pr van Saab Aviation. Weer een scepticus de wind uit de zeilen genomen. Dacht ik. Helaas werd de telefoon in Linköping niet opgenomen, waarmee zijn argwaan ten aanzien van Internet toch weer wat gerechtvaardigd was. Vond hij zelf.

Over tot de orde van de dag. Of dat Linux nou een beetje wil lopen? Eh..., het begint te komen, maar het schiet nog niet echt op. Ik zit als de beginneling die ik ben commando’s uit mijn hoofd te leren, maar onder Xwindows heb ik tot nu toe onoverkomelijk gedonder met de muispoort. Onder DOS is dat meestal Com1, maar Linux noemt zoiets een device, en device ttyS0, waar het hier, naar ik maar veronderstel, om zou kunnen gaan, zou goed geschikt zijn als ijsmeester der elf steden. Na de derde of vierde click laat-ie mijn scherm helemaal bevriezen en kan ik helemaal niks meer. Ik heb er een heel flauw benul van dat ik dat probleem zelf veroorzaakt heb toen ik probeerde om het modem aan de gang te krijgen. Waarschijnlijk heb ik het modem van dezelfde tty-en-nog-wat gebruik laten maken en daar houden computers niet van. Ik heb één troost: degene die mij zo gek gemaakt heeft om zes maanden lang van computer-partner te ruilen - hij naar Windows 95, ik naar Linux - schijnt inmiddels ook de nodige crashes achter de rug te hebben.

Een paar Linuxers, die het programma professioneel draaien, hebben mij veel succes toegewenst. Eraan toevoegend dat ze zelf destijds enkele weken of maanden bezig geweest zijn voordat het circus liep zoals het moest. De dank voor de riemen onder mijn hart is groot, maar maanden hoop ik er niet aan te besteden.

De laatste zin kost me de nodige moeite, maar vooruit, daar komt-ie: +Wil de advocaat van Linux, die erin geslaagd is om mijn ziel aan die duivel te verkopen, een van de komende dagen langskomen. Ik geef toe dat ik zijn hulp hard nodig heb...’.

Posted: March 23, 1996 08:52 PM (1329 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .