logo-bns-app.png



« Geef al uw telefoonnummers aan VuurWerk | Index | De Daily Planet is jarig »

June 08, 1996, by Léon Krijnen

Het is weer tijd voor de zomervirussen   

Over computervirussen kun je heel wat afpraten. Er worden hele congressen aan besteed, en wie er wel eens een vervelende op zijn computer gehad heeft weet wel waarom. Iedereen die er verstand van heeft beweert weliswaar dat een computer alleen maar besmet kan worden via het downloaden van besmette programmafiles dan wel via het in de computer stoppen van een met een virus besmette flop of zoiets, maar ik vraag me af en toe wel eens af of er ook nog niet een ander virus bestaat. Eentje dat, net als sommige virussen waarmee mensen besmet kunnen worden, gewoon door de lucht verspreid wordt, en waar een PC spontaan van over de rooie gaat als het over zijn behuizing heenwaait.

Afgelopen woensdag was het weer raak. Zonder enige aanwijsbare oorzaak crashte de hele bliksemse boel, waarna ik twee uur nodig had om alles weer een beetje aan de gang te krijgen, mede dankzij de telefonische ondersteuning van onze eigen helpdesk, waarvoor mijn onuitsprekelijke dank. Van daaruit werd ik stap voor stap door het BIOS van mijn computer geleid, hetgeen nodig bleek te zijn omdat dat Basic Input Output System zowel mijn floppydiskdrives als mijn harddisks niet meer bleek te zien.

Toen die weer door dat stomme stuk hardware opgemerkt waren weigerde het systeem overigens nog steeds alle dienst. Pas na het overschrijven van de MBR (master boot record) begon het systeem weer te lopen, maar nu staat er dus zo`n 600 megabyte aan Linux op die schijf waar ik niet bij kan. Immers, in die MBR, dat piepkleine stukje programma dat de computer als eerste leest, stond een nog kleiner programmatje dat LILOheet en waarmee ik kan kiezen of ik DOS dan wel Linux wil laten draaien. Nieuw probleem: de printer wil, ongetwijfeld om een hele andere reden, geen letter meer printen. Het zal allemaal wel weer goed komen, maar ik heb nu even geen tijd om daar ook nog uren mee te gaan zitten klungelen. Er zit een eindredacteur in mijn nek te hijgen, wachtend op de laatste punt onderaan deze bijdrage, en dagelijks moet er gebouwd worden aan de Stem Online.

. Een dag om gauw te vergeten dus, die woensdag, maar ik bleek lekker niet de enige te zijn. Bij een andere collega, die net een paar megabyte geheugen aan het bijprikken was, begaf het moederboard het en een uur later belde een andere besmette. Daar gebeurde helemaal niets meer, welke knop hij ook indrukte, alles bleef zwart en stil. Ik heb een bang voorgevoel dat het iets met zomersmog te maken heeft en dat we alles nog niet gehad hebben.

Wat ik op dat soort momenten het eerste doe, niet laten kennen, niet meteen die helpdesk bellen, is me omdraaien. Achter me in de kast staat inmiddels een paar meter computerboeken en in sommigen daarvan kun je op een hoop vragen een antwoord vinden. Toevallig had ik er net drie ontvangen van uitgeverij Pim Oets: het modem-boekje, het BIOS-boekje en 380 Windows tips en trucs. Dat laatste had ik de voorgaande twee dagen al doorgefietst, en dat is inderdaad een verrekte handig gevalletje. Na al die jaren ploeteren met Windows blijk ik nog heel wat te kunnen leren. `Verrek, kan dat ook zo?, en dit, dat had ik eerder moeten weten`, dat overvalt je op ongeveer iedere pagina van dat boekje van Nan Storms.

Hetzelfde geldt voor het Modemboekje, geschreven door Door van Rij. Een heel handig naslagwerkje waarin alles ten aanzien van modems op een rijtje gezet wordt. Uitermate geschikt voor wie een modem aan zijn computer heeft gehangen, maar wat nu? Stap voor stap wijst dat boekje de weg, van het aansluiten en installeren tot het leggen van de eerste verbindingen en wat daarna te doen.

Dat wist ik allemaal wel, maar ik hoopte een oplossing voor mijn perikelen te vinden in het BIOS-boekje van Alle Metzlar, omdat ik wel in de gaten had dat er daar ergens iets aan schortte. Aan dat BIOS-boekje had ik dus geen mallemoer, omdat het voor mij te hoog gegrepen is. In tegenstelling tot het Modemboekje wat een voorkennis van nul komma nul veronderstelt bij de gebruiker, lijkt het BIOS-boekje me een uitstekend bijbeltje voor systeembeheerders. Of voor die computeraars die bijzonder geïnteresseerd zijn in alle ins en outs van hard en software voordat het besturingssysteem en de daarop volgende applicaties geladen worden. Als dank gaat het daarom naar degene die me woensdag uit de problemen geholpen heeft, als hij mij maar belooft dat ik hem `s nachts uit zijn bed mag bellen als de boel weer op tilt slaat.

Verder heb ik hier ook nog twee boekjes van het informaticafonds van uitgeverij A.W. Bruna voor me liggen. Die zijn weer wel uitermate geschikt voor beginners, het een voor Emailers, het andere voor beginners met het schrijven in hyper text markup language (HTML), de taal waarin homepages vervaardigd worden. Ik begin me steeds meer te ergeren aan en te vervreemden van Compuserve. Dat was mijn provider voor zowel het surfen over het World Wide Web (WWW) als voor het verwerken van mijn elektronische post. Voor dat surfen heb ik al enkele maanden een abonnement op NL Net, veel sneller en veel stabieler dan Compuserve. Links en rechts zie ik mensen gefrustreerd weglopen bij Compuserve, omdat het qua verbindingen huilen met de pet op is. Intussen gaan ze daar vrolijk door met het aannemen van duizenden nieuwe abonnees per maand en blijven ze maar beloven dat het allemaal weer recht zal komen.

Hoe dan ook, ik begin nu ook het punt te naderen dat het wat mij betreft over en sluiten is, en daarom besloot ik maar eens om me een beetje te gaan stoeien met Eudora en Pegasus, twee erkende mailprogramma`s waarvan ik er eentje zal moeten kiezen als ik besluit om ook mijn post voortaan via NL Net te laten verlopen.
Daarbij bewees Effectief Emailen van Marc van Ostendorp zijn waarde, nadat ik zowel Eudora als Pegasus had gedownload en uitgepakt, ergens vanaf Internet. Net zoals Het HTML boek van Larry Aronson, dat, inmiddels half kapot gevouwen van het naslaan, altijd naast mijn PC ligt. Ik weet ook wel dat alles wat in die boeken staat ongetwijfeld te vinden is in de helpfiles van de desbetreffende programma`s, maar de handigheid van een boek wint het nog steeds op enkele fronten van een computer. Ik zie ze maar als twee onmisbare partners, de computer en zo`n boekje ernaast. Trouwens, hoe zou ik dan wel een helpfile in die computer moeten raadplegen als het kreng niet starten wil?


Als computers wel werken zoals dat moet gaan de procedures soms mijn bevattingsvermogen te boven. Neem nou Alta Vista, de absolute wereldkampioen onder de zoekmachines. Daar past slechts stomme verbazing. De zoekpagina van AltaVista verschijnt als een bliksemschicht op je scherm en als je hem een vraag stelt komtie net zo snel weer terug, met veel meer dan alle antwoorden die je zou willen hebben. Ik weet dat Alta Vista in de tijd waarin ik nog niet eens met mij ogen geknipperd heb, meer dan 30 miljoen pagina`s over de hele wereld heeft nagezocht, op 225.000 computers, plus drie miljoen artiekelen in 14.000 nieuwsgroepen. En dat die perfecte allesweter in cyberspace per 24 uur 12 miljoen keer geraadpleegd wordt. Dat weet ik, maar hoe kan dat, hoe is zoiets mogelijk, hoe doen ze dat daar? Het werkt allemaal wel, dus er zal daar wel een met honderden computers volgepropte hal van het formaat van de vluchtleiding van de Space Shuttle staan te zoemen.

Uitgeverij Pim Oets: Het BIOS boekje van Alle Metzlar (ISBN 9072260597), Het Modem boekje van Door van Rij (ISBN 9057220016) en 380 Windows tips en trucs van Nan Storms (ISBN 9072260864).

Uitgeverij A.W. Bruna Informatica: Het HTML boek van Larry Aronson (ISBN 9022938816), Effectief Emailen van Marc van Oostendorp (ISBN 9022938808).

Posted: June 8, 1996 09:26 PM (1301 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .