logo-bns-app.png



« Zes miljoen bits per seconde . . . . | Index | Hiep, hiep, homepage »

August 03, 1996, by Léon Krijnen

Hoe kom ik aan http://leon.com?   

Ik ga dit weekeinde maar eens beginnen met het in elkaar flansen van een mooie home-page. Enerzijds omdat mijn ego wel een beetje opwaardering kan gebruiken, anderzijds omdat ik nou onderhand doodziek ben van die mailtjes waarin de afzenders zo trots als een aap met zeven staarten het adres van hun pagina vermelden. En het natuurlijk niet na kunnen laten om in een treiterend ps`je te vragen wanneer ik er nu eindelijk zelf eens eentje ga maken. Als ik toevallig een pestbui heb en dat toontje me niet aanstaat, verwijs ik ze voor het gemak naar http://www.dse.nl/stem

"Daar staan er, even kijken, want ik ben de tel kwijt, tussen de honderdvijftig en de tweehonderd, er woren er iedere dag een stuk of veertig ververst en die heb ik allemaal zelf gemaakt", schrijf ik dan net zo treiterend terug. Dat is natuurlijk een beetje flauw, want al die pagina's zijn eigenlijk min of meer hetzelfde qua opbouw en ik wed voor een witbiertje dat ik die hele rits HTML-codes die ervoor en erachter staan nu onderhand wel uit mijn hoofd ken. Geen kunst dus en willekeurig welk vel uit die bulk is niet te vergelijken met een mooie home-page.

Een home-page is een kruising van de overtreffende trap van een visitekaartje en een met allerlei toeters en bellen aangekleed curriculum vitae. Een home-page kan ook een mooie spiegel van de ijdelheid van de maker zijn. Net zoals dat in het dagelijks leven gaat heb je doctorandussen die al lang vergeten zijn dat ze ooit op een universiteit een vette voldoende gekregen hebben voor een pracht van een scriptie. Die noemen zich desondanks gewoon Jan of Piet, maar je hebt er ook die niet alleen op papieren visitekaartjes en briefhoofden het Drs. zo vet mogelijk laten afdrukken, omdat ze het zo graag mogelijk weten willen. Die types zijn niet te flauw om ook op hun home-page uit te pakken met die titel en daar moet ik stiekem wel eens om lachen.

Let wel, ik veroordeel niks of niemand en dat zou ook bijzonder stom van me zijn, want ik ben destijds zelf op die School voor de Journalistiek (HBO) niet eens meer aan afstuderen toegekomen. Toen al te druk met schnabbelen en zo, en omdat ik geen beurs had, zat ik ook nog een paar halve dagen per week op de bestelwagen van Bouwvaria in Amsterdam. Behalve een gedegen kennis van het hoofdstedelijke stratenplan heb ik daar ook een belangrijk brok sociaal-geografische wetenschap aan overgehouden dat ik nooit meer vergeten zal: hoe achtergestelder de buurten, hoe groter de fooien.

Ik bezorgde fluitend een pallet bakstenen in de Pijp of Oud-West. De heer des huizes hielp daar zelf mee sjouwen, en gaf je vervolgens een joetje fooi. Achter zo`n koperen naamplaat in de Van Baerlestraat daarentegen viel meestal niks te vangen. Zodat ik de bestellingen daar, met rugdekking van de kleine lettertjes op de afleveringsbon, na een paar minder prettige ervaringen gewoon op de stoep liet vallen.
Ik schrijf dat allemaal zelf maar even op voordat wraakzuchtige doctorandussen met hun computer in de archieven van die Utrechtse school gaan zitten wroeten en er hier op de krant een schandaal à la Charles Schwietert losbarst. Wat ze daar overigens wel zullen ontdekken is dat ik nog een heel of een half studiejaar naast Ruud Hendriks gezeten heb. U weet wel, de directeur van Sport 7.

"Echt waar?", zei mijn moeder toen we onlangs tv zaten te kijken en het nog steeds jeugdige hoofd van Ruud op de beeldbuis verscheen. "Dat vind ik nou zo`n leuke jongen, goh, die is wel een stuk beter weggekomen dan jij...". Waarop ik alleen maar wist te mompelen dat Ruud ook al voor het eind van het derde jaar verdwenen was en toen ergens als disc-jockey begonnen was. Of zoiets, maar daarin zou ik me best kunnen vergissen en heeft hij dat papiertje wél gehaald.

Waar waren we, want ik geloof dat ik een beetje af begin te dwalen. Oh ja, die home-page. Ik volg hierbij een beetje dezelfde tactiek die ik wel eens vaker heb toegepast als ik zat te treuzelen over iets wat ik eigenlijk wel wilde doen, maar wat er maar niet van wilde komen. Gewoon jezelf voor het blok zetten door tegen zo veel mogelijk mensen te vertellen dat je iets gaat doen en dan moet je wel. Ik ga er dus dit weekeinde maar gewoon aan beginnen en mijn bijdrage van volgende week zal ik u het adres verstrekken, en vervolgens mijn E-mail voorlopig niet meer lezen.

Omdat ik, vergeleken met de meeste websurfers die maar één account hebben, in een wat riantere positie verkeer, weet ik nog niet precies waar in cyberspace ik mijn meesterwerk uit zal gaan stallen. Voor E-mail gebruik ik Compuserve weliswaar niet meer, maar in verband met de onbeperkte internationale toegang, hou ik die mogelijkheid voorlopig nog wel even open. Omdat ik vanwege mijn werk ook nog over passwords voor enkele VNU-servers beschik zou ik daar ook iets weg kunnen zetten. Of ik dat eigenlijk wel mag weet ik niet, en zolang ik dat niet vraag, blijft dat zo. Voorlopig maar geen slapende honden wakker maken dus, maar ik heb ook nog een derde officiële mogelijkheid op de server van NL Net omdat ik daar nu lid van ben.

Ik heb dan wel een beetje de draak zitten steken met doctorandussen die dat van zichzelf zo graag willen weten, maar ik heb ook een ijdeltuiterig trekje. Mijn toekomstige URL, mijn HTTP-adres dus, moet kort en krachtig worden. Daarmee valt Compuserve dus weg, want dan krijg ik een adres van anderhalve meter dat er niet uitziet. Zoiets van http://www.compuserve.com/ourworld/homepages/leonkrijnen

Op zo`n ordinaire spaghetti-sliert zit ik niet op te wachten. Maar ook als ik, misschien buiten mijn competentie, stiekem een eigen virtueel huiskamertje in zou richten op een van die servers in Eindhoven of Limbricht waar (nu nog) de site van De Stem op draait, is dat adres niet echt je van het. Ik zou op die Unix-computer naast de directory stem wel een bak leon aan kunnen maken. Maar dan nog; http://www.dse.nl/leon klinkt al wat beter, maar is het nog steeds niet echt wat het wezen moet en als ze erachter komen is het feest waarschijnlijk snel afgelopen. En ook bij NL Net, waar ik in dat geval wel binnen alle spelregels zou opereren is het niet precies wat het zou moeten wezen. Die zou dan moeten worden http://www.inter.nl.net/users/L.Krijnen

Ook al niet echt tof dus, dat allemaal gezien de stelling die ik hierbij deponeer, en waarmee een van mijn ex-natuurkundeleraren, die iedere week trouw meeleest, zwijgend in zal stemmen: de lengte van het adres van een home-page is omgekeerd evenredig met de importantie van de eigenaar ervan.

Het moet dus zo kort en zo krachtig mogelijk, zoiets van http://www.leon.org. Zou die al bestaan? Dat adres, wat me dus tijdens het schrijven de vorige zin te binnen schoot even ingetikt in het venster van Netscape. Mooi geval van mis poes dus, want een of andere Spanjaard, Juan Leon, bijgenaamd Leon the Sleeping Lion, die overigens in Pittsburg woont, blijkt die naam al gedeponeerd te hebben. Maar http://www.leon.com blijkt helemaal vrij te zijn en zelfs mijn allermooist mogelijke, ultieme adres blijkt beschikbaar te zijn: http://leon.com Wie daar geen natte dromen van krijgt, snapt niets van de hiëarchie in cyberspace.

Brandende vraag: hoe kom ik aan dat adres? Ik weet nu wel een beetje hoe de principes achter die Internet-adresseringen in elkaar zitten, maar hoe kom ik aan een eigen domain-name, zonder zelf een server te installeren? Er is natuurlijk maar één manier, één plaats om daar achter te komen en dat is op Internet zelf. Het duurde niet lang voor ik daar, via het onovertroffen zoekprogramma AltaVista, achter was.

Er blijkt een organisatie te zijn, de InterNIC Registration Authority, waar je zo`n naam kan laten registreren. Dat kost slechts dertig dollar, nagenoeg niks dus, maar er blijkt een lelijke adder onder het gras te zitten. Ze registreren zo`n naam alleen maar als je ergens twee verschillende servers hebt draaien vanwaar je vragen die zij stellen over jouw nieuwe domain-name, kan beantwoorden.

Dat is dus een voor particulieren onoverkomelijk probleem van kip en ei, maar ook daar blijkt een oplossing voor te zijn. Ik heb na enig wroeten twee Amerikaanse bedrijven ontdekt die dat allemaal voor je ritselen, al kost het natuurlijk wel een paar centen. Om te beginnen moet ik die dertig dollar dokken plus honderd dollar voor de eerste twee jaar, waarna het vijftig dollar per jaar kost. Omdat je daarna jouw zogenaamde server op die van hun draait betaal je ook nog een paar centen per geparkeerde megabyte en voor de datatransmissie, maar dat lijkt allemaal wel mee te vallen. Zal ik zo gek en ijdel zijn om http://leon.com te laten registreren of ga ik eerst maar eens gewoon voorzichtig proberen om gratis iets fatsoenlijks bij NL Net neer te zetten?

Volgende week krijgt u van mij een adres. Wie nu ook zit te branden van nieuwsgierigheid naar het adres waar bovenstaande procedure geritseld kan worden stuurt mij maar een mailtje. Weet ik meteen voor wie van de vaste schrijvers ik voortaan in Netscape Mail een vakje Vanity Fair aan kan maken....

Posted: August 3, 1996 10:57 AM (1530 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .