logo-bns-app.png



« The Missing Kids database | Index | Schrijvers moeten veel gaan praten »

September 07, 1996, by Léon Krijnen

Als je een aap lang genoeg laat typen . . . .   

Je moet tegenwoordig uitkijken met wat je schrijft. Vraag maar aan die René Diekstra, die op zijn onderduikadres ongetwijfeld zijn overgebleven haren één voor één uit zit te trekken. Niet van spijt, maar van woede op zichzelf omdat-ie, in de haast om weer een hit te scoren, zo stom geweest is om die Amerikaanse vakbroeders in de zielezalverij bijna letterlijk te vertalen. In plaats van een paar hoofdstukken van verschillende auteurs eens goed door te lezen, borrel achterover te slaan, sigaar op te steken v bevalt sommigen overigens sowieso een stuk beter dan een consult bij iets wat met ps begint v beetje te laten bezinken en er vervolgens een eigen draai aan te geven.

Dan was er niks aan de hand geweest en daar kan iedere journalist over meepraten. Als ik `s morgens om me heen kijk zijn alle collega`s verzonken in allerlei landelijke, regionale of zusterkranten, ieder leest zoveel mogelijk publicaties uit zijn eigen specialisme en `s avonds kijken we allemaal naar het nieuws en de actualiteiten. Journalistiek is een soort eeuwigdurende kruisbestuiving en daardoor kan het weleens voorkomen dat de ene publicatie verdacht veel op de andere lijkt. Niemand maakt daar een probleem van, zolang het maar niet in overschrijven ontaardt.

Met de komst van internet is het ongelooflijk gemakkelijk geworden om dingen te jatten, kopiëren, gebruiken, lenen, overschrijven en wat dies meer zij. Kom je een mooi plaatje tegen op het world wide web? Muis erop zetten, met de rechterknop clicken, opslaan en het is van u. Het staat op uw harde schijf en u kunt er mee doen wat u wilt. Teksten? Hetzelfde verhaal. Markeren, cut and paste, en wegschrijven in een verhaal met uw eigen naam erboven. Een kind kan de was doen.

Nou is het mooie van dat internet dat het niet alleen voor de luien van geest onder ons het leven gemakkelijker maakt, maar ook voor de speurders op zoek naar wat niet door de beugel kan. Die staat immers hetzelfde scala aan mogelijkheden ter beschikking als degene die er gebruik van gemaakt heeft om iets te pikken. Het zou mij helemaal niets verbazen als Diekstra op die manier door de mand gevallen is. Een pientere collega, een beetje jalouzie de métier, en via internet eens even wat teksten gaan vergelijken.

Het Daily Planet-gehalte van je column was vandaag wel erg hoog," kreeg ik op een zaterdagmorgen van een lezer te horen toen ik een adres getipt had dat ik inderdaad enkele dagen eerder in de Planet gelezen had. Als dát ook al niet meer mag.... Die jongens van de Planet hebben het ook weer ergens anders opgeduikeld en die zetten er ook niet bij waar. Maar ik kan me dus geen enkele misstap veroorloven in mijn positie want ik val onmiddellijk door de mand. Dat betekent dat ik uit moet kijken, want omdat ik een redelijk geheugen heb sla ik soms aardige zinnen in mijn hoofd op, die een tijd kunnen blijven hangen.

Stel dat ik deze column met de komende inleiding was begonnen v en het is een aardige omdat ik me vaak zo voel als ik achter de pc zit, te wachten op een pagina die maar niet binnen wil lopen, op post die daar nog ergens rondzweeft terwijl er weer een verdinding uitknalt. Mijn column vandaag had dus zó kunnen beginnen:

Gezeten achter die pc heb je vaak het gevoel dat je in een stikdonkere tunnel zit. Als je maar lang genoeg door blijft rijden zie je op een gegeven moment licht aan de andere kant, en nou maar hopen dat het geen trein is die je tegemoet komt.

Dat zou een aardige inleiding kunnen zijn, maar ik vraag me af of ik dan ook onmiddellijk op mijn vingers getikt zou worden. Want mijn favoriete columnist John C. Dvorak van het Amerikaanse PC Magazine begon een paar maanden geleden zijn wekelijks op het net verschijnende rubriek met die variatie op een oud Amerikaanse spreekwoord. Diekstra zou er misschien ook nog wel iets mee hebben kunnen doen, met dat licht aan het eind van de tunnel.

Een columnist die niemand er ooit op heeft kunnen betrappen iets overgeschreven te hebben is Leo Derksen. Die mocht, tot hij enkele jaren geleden de vut in gedwongen werd, van De Telegraaf iedere dag voor dé stem van de zwijgende meerderheid spelen. Niet gehinderd door enig gevoel voor verhoudingen, relativisme of nuance, schopte dat geborneerde heertje altijd onbehouwen aan tegen alles wat burgerlijk onbetamelijk werd geacht.

Inmiddels heeft de man ook internet ontdekt en is hij daar een column gaan publiceren. Ik heb er één gelezen en dat was weer genoeg voor de komende tien jaar. Wie hoopt dat met de jaren de wijsheid en vergevingsgezindheid komen moet er ook maar eens eentje lezen. Maar net als vroeger blijkt de haat van alles wat de middelmaat ontstijgt en de onbeschaamde afkeer van alles wat in zijn ogen vreemd is ook de internet-goegemeente zó aan te spreken dat zijn pagina binnen de kortste keren een van de best bezochte in Nederland werd.

Van mij mag-ie, maar het vreemde is dat zijn provider daar helemaal niet zo blij mee was. Sterker nog, Planet Internet sloot de toegang tot zijn pagina af omdat het allemaal een beetje te veel zou worden en de andere klanten er last van zouden hebben. Je zou verwachten dat een provider daar blij mee zou zijn, de hardware aan zou passen en Derksen desnoods zou vragen of ze geen advertentie op zijn pagina mochten zetten, maar dat was dus niet het geval.

Waarop ze bij concurrent WorldOnline onmiddellijk de deur wagenwijd openzetten voor Derksen en hem binnenhaalden als boegbeeld en vaste columnist. Toen was het hommeles in de tent bij Planet Internet waar degene die Derksen de wacht had aangezegd de mantel uitgeveegd werd door iemand met een jas met meer strepen. Die vervolgens ook nog een kniebuiging maakte voor Derksen, in de hoop hem terug te kunnen halen, maar dat was tevergeefs. WorldOnline heeft op tijd gecounterd en gescoord, en ook bij PI zitten ze zich de haren uit de kop te trekken.

Even terug tenslotte naar jatten, lenen en kopiëren. Theoretisch bestaat de mogelijkheid dat hele zinnen of zelfs alinea`s van een bepaald essay of boek precies hetzelfde zijn zonder dat de ene auteur de andere ooit gelezen heeft. Die opvatting wordt verwoord in The Blind Watchmaker, dat fantastische boek van Richard Dawkins over de evolutie. Om de verschijnselen tijd en toeval wat nader te duiden deponeert Dawkins de volgende stelling: Als je een aap maar lang genoeg op een typemachine laat rammelen, komen er vroeg of laat de verzamelde werken van Shakespeare integraal uit. Ik meen dat te kunnen begrijpen, maar hoeveel miljard jaar zou dat duren?

Nou maar hopen dat niet hele alinea`s van het voorgaande van de eerste tot de laatste letter hezelfde blijken te zijn als een eerdere publicatie op het world wide web. Hoe groot zou de kans daarop zijn?

The World of Zoologist Richard Dawkins
"Life results from the non-random survival of randomly varying replicators."

Voor de échte liefhebbers: De column van Leo Derksen

Over Rene Diekstra heb ik op het web niets kunnen vinden, behalve een oud artikel uit de VPRO-gids: Wat drijft Rene Diekstra?

Posted: September 7, 1996 11:18 AM (1201 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .