logo-bns-app.png



« Ik wilde dat ik een andere hobby had | Index | Dikke disks in stukken hakken: Partition Magic »

October 11, 1997, by Léon Krijnen

Een week later: en wat nou weer?   

Je zal maar werkzaam zijn in de IT, zoals dat tegenwoordig heet. 'Wat doe je? Ik zit in de IT'. Informatie techniek, of technologie dus. Dat hoor je tegenwoordig steeds vaker, en of die mensen zichzelf nu webmaster, postmaster, programmameur, systeem-analist, software-designer, netwerkbeheerder, projectontwikkelaar, project manager, generalist, procesmanager, logistiek consultants, technology software reserach architects noemen of mogen noemen, ze hebben het allemaal maar moeilijk.

Ze beseffen allemaal dat ze eigenlijk minstens een volle dag per week aan bijscholing zouden moeten doen om het idiote tempo van veranderingen, ontwikkelingen en vernieuwingen in hun vakgebied een beetje bij te houden. Zo heb je net een diploma van dit of dat gehaald, zo blijkt dat stukje van het vakgebied weer uitgestorven of vervangen te zijn.

Hetzelfde geldt, zij het gelukkig met minder consequenties qua promotie en bonus, voor ons, al dan niet goedwillende amateur-surfers en -sitemakers. Begin je net alle tags van HTML 3 een beetje onder de knie te krijgen, lees je dat HTML 4 klaar is en ben je daar weer een tijd mee bezig. Zul je zien dat ik straks uit mijn blote hoofd Java-scripts kan citeren, hetgeen ik overigens 's nachts wel eens blijk te doen, zal er wel weer iets beters komen.

Met stukkies schrijven moet je ook al uitkijken. Bij een krant heb je het dan nog iets gemakkelijker dan bij een weekblad, om van een maandblad maar niet te spreken. Van vroeger weet ik dat ze in die branche ook nog eens een week of zes vooruit moesten werken als het om full-colour ging, maar ik neem aan dat dat tegenwoordig met die digitale druktechnieken niet meer nodig is. Stel je voor, heb je net een mooi omslagartikel gewijd aan Browser versie 3.0, wordt, terwijl dat nummer nog in de kiosk ligt, nummer 4.0 al weer op de markt gekwakt.

Om even bij dat magische getal 4.0 te blijven: ik draai nu een week of twee de definitieve versie van Microsoft Internet Eplorer en ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik ervan denken moet. Heb ik klagen? Niet echt, behalve dan dat hij consequent crasht bij iedere start, maar daarna netjes vraagt of hij zichzelf en de desktop mag herstellen en dat vervolgens ook keurig doet.

Ik vermoed dat meneer de Explorer niet uit de voeten kan met een van de zes of zeven andere applicaties die gezellig samen met hem opstarten. Zoals het programma van de Matrox Millennium waarmee ik, zonder Windows 95 uit te zetten, van schermresolutie kan wisselen. Verrekte handig, want daarmee kan je snel bekijken hoe iets, dat je net in elkaar gevogeld hebt, er op 640X480 uitziet, in plaats van de veel hogere standaard resolutie die ik gebruik.

Meer problemen dan dat foutje heb ik nog niet gehad en ook in de forums en nieuwsgroepen valt het gekanker allemaal nogal mee. Er zitten verrekte handige features in, die in het stuk bovenop deze pagina door collega Jan van de Ven op een rijtje gezet worden. Het werkt allemaal fantastisch, daar kom ik niet onderuit, maar het is me allemaal een beetje té.

Nadat ik het hele zootje aan het draaien had gekregen, en een kind kan de installatie uitvoeren, begon het me een beetje te duizelen van de overdaad. 'Rustig, rustig maar,' mopperde ik af en toe tegen de desktop, waarop zich van alles ontvouwt, beweegt en presenteert. Leuk om tijdens een demo dat hele scala van mogelijkheden aan je voorbij te zien flitsen, maar als je er een uur of wat mee moet werken, dan ga je al die grappen in een heel ander perspectief zien.

Al moet ik toegeven dat minstens één mogelijkheid me bijzonder goed bevalt: je kunt een webpagina beeldvullend op het scherm kwakken, zonder titelbalken en knoppen. Dát nou vind ik heel chic, en met de nodige trucs onder de rechtermuisknop mis je geen balk of button.

Met al die overdaad val ik tegenwoordig volgaarne terug op een oude liefhebberij: dagelijks minstens een half uurtje telnetten. Gewoon, in het venster van de browser telnet://site.com intikken en dan lekker ouderwets pielen. Een Unix-manual bij de hand, en iedere dag wat commando's bijleren die ik binnenkort nog hard genoeg nodig ga hebben. Nadat ik mezelf, aan de hand van een Linux-goeroe, een dezer dagen voor de tweede keer in anderhalf jaar aan een installatie Linux ga wagen, hét systeem van de nerds, de heilige graal van de computerfundamentalisten.

Ik sluit me maar aan bij Linus Thorvalds die het voorwoord van mijn nieuwste Bijbel - A Practical Guide to Linux - als volgt afsluit: 'We'll see where Linux goes. We live in interesting times...'

Intussen moet ik, want daar begon dit hele verhaal mee, ook op andere gebieden een beetje bij proberen te blijven. Vorige week schreef ik over wat we de komende jaren in de plaats van internet via de kabel zouden kunnen verwachten. Zoals bijvoorbeeld een aansluiting via de satelliet, en dan kan Casema het wel schudden. Toen dat stuk de deadline gepasseerd was besefte ik dat ik iets anders vergeten was, waarover ik vorige week al had willen schrijven: softwaremodems.

Een softwaremodem is, zoals de naam al zegt, een stuk software dat de taak van het modem overneemt. Ergo: dag modem, dag ISDN-adaptor, en dag netwerkkaartjes. De kabel, waarover de bitjes binnenkomen, en of dat dan een telefoon of een coax-kabel is, of een draadje dat vanaf een kastje komt dat door een satelliet aangestraald wordt, dat doet er allemaal niet toe, die kabel wordt dus straks rechtstreeks op een seriële poort geprikt, of voor mijn part op de nieuwe universal serial bus. Over de allernieuwste mogelijkheid qua soorten kabels in de laatste alinea's meer.

De theorie was er al lang, maar omdat er flink wat werk verricht wordt door een modem, was het tot nog niet aan de orde om de processor daarmee te belasten. Die tijd schijnt nu echter, heb ik weet-niet-meer-waar ergens op internet gelezen, met de nieuwste processors met rasse schreden aan te breken: ze kunnen zo'n zware klus nu wel aan.

Bovendien worden in Amerika nu ook de eerste huis-, tuin- en keuken-pc's met 'dual pentiums' aangeboden, waarmee het multitasken écht wordt: terwijl de ene processor de computer bedient, kan de andere het communicatieprogramma draaien.

Verzoekje: bestook me niet met E-mailtjes met de vraag of u er nu wel goed aan doet om een 56K6 modem te kopen of niet, want ik zou het écht niet weten.

Net zoals ik, toen ik vorige week zat te filosoferen over kabelmodems en satellieten, niet kon vermoeden dat drie dagen later bekend gemaakt zou worden dat ze er nu ook aan toe zijn om digitale informatie via het elektriciteitsnetwerk te gaan verplaatsen.

Ook dat is niet nieuw, maar wat hierin wel nieuw is, is dat twee grote bedrijven, (het Britse Norweb, en het Canadese Northern Telecom), na anderhalf jaar testen beweren dat de techniek klaar is om aan de surfer gebracht te worden. Ik had er wel eens vaag van gehoord en ik heb me altijd afgevraagd waarom een variatie op die toepassing, die in Amerika en Australië wel verkocht wordt, nooit de Nederlandse markt gehaald heeft.

Want daar koop je een, of twee, of net zoveel geluidsboxen als je nodig denkt te hebben om overal in huis, op zolder, in de kelder en in de garage, extra speakerboxen aan te sluiten. Aan die boxen zit maar één draad, en die steek je in het stopcontact. Verder komt er een klein doosje tussen de versterker en het dichtstbijzijnde stopcontact te staan. Dat doosje stuurt de geluidssignalen het elektriciteitsnet op. Daarna heb je, waar je ook in huis zo'n box in een stopcontact stopt, geluid, zonder gedoe met tientallen meters snoer dat achter plinten weggewerkt moet worden. Toen ik het systeem voor het eerst zag, in een Amerikaanse slaapkamer, dacht ik dat die dingen van een radio-ontvanger voorzien waren, maar dat was dus niet zo.

Overigens vertelde een collega me dat nogal wat intercom-installaties in Nederlandse bedrijven op dezelfde wijze werken. Als dat zo is, dan is mijn verbazing over het feit dat die boxen, voor zover ik weet, in Nederland, om wat voor reden dan ook, de consumentenmarkt nooit gehaald hebben, alleen maar groter. Waarom mogen ze dat daar wel gebruiken en hier in huis kennelijk niet. Misschien de TNO-apparatenkeuring nooit gehaald, of geen PTT-keurmerk of zoiets? Vreemd...

Posted: October 11, 1997 09:23 PM (1382 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .