Welcome at Krijnen.Com

| Wednesday, Januari 7, 2009, 06:00:30 A.M.  | RSS 1.0 | RSS 2.0 | Atom | Blogger | PhotoAlbums | Contact | Spam Poison |

« October 2000 | Home | December 2000 »

November 25, 2000

Willem is voor de laatste keer omgevallen

Willem Bieler is dood. Het zal vijfennegentig procent van de internetgeneratie niets zeggen, behalve misschien zij met ouders die Revolution wel eens draaien.
Willem, bijna twee meter Hagenees, zijn haar toen een meter lang, was de zanger van Q65 (d� Q) en het doel in zijn leven was een een lange vrouw met een kort hemd. Dat antwoord gaf hij een keer toen hij door een reporter - zo heette dat toen - ge�nterviewd werd die hem met U aansprak en hem naar zijn ambities vroeg.

Willem sprak plaat Haachs, zong in een Haachs Engels dat dertig jaar na dato nog steeds hilarisch aandoet. Toeval: dinsdagmorgen Revolution mee naar de krant genomen omdat stagiair Sander in een hard-core bandje zingt en gitaart. Hij vond het lekker rauw, en een halve dag later valt Willem om.
Rauw was de muziek, die Q65 deed, rauw was het imago dat ze zorgvuldig koesterden. Op podium waren ze meestal een beetje stoned, maar ze overdreven graag dat ze z� high waren dat ze zich aan de Vox-boxen vast moesten houden om niet om te lazeren. Willem, ('ze gurrrls are ffffighting ffffur me') donderde af en toe van het podium, zodat boven dit in memorium moet staan dat-ie - pas 52 jaar oud - voor de laatste keer omgevallen is.
Op zo'n moment is dat internet verrekte leuk en handig. Nog maar 20 jaar geleden bij de moord op John Lennon ging dat niet zo. Dat hoorde ik tijdens de wekelijkse pokeravond, maandagnacht in het Klapcot. Toen kon je de volgende avond alleen maar naar het nieuws op de televisie kijken.
Weer een dag later stond in de krant een necrologie die door de redactie van Show en Zo inderhaast door de typemachine gerammeld was. Necrologie�en lagen ook toen al weliswaar klaar op alle kranten - en God verhoedde dat ze niet voortijdig op een pagina belanden - maar alleen van zeer ziek en/of bejaard bekend volk. Ziek of bejaard is Lennon niet geworden.
Tegenwoordig stap je even het net op, en daar kan je langs je eigen necrologi�en wandelen en dromen. Vraag je Q65 aan Google in, of aan Raging.com, dan krijg je eerst een hele zooi serieuze medische verhandelingen over botaandoeningen, want een daarvan blijkt als de ziekte q65 te boek te staan.
Daarnaast blijkt de firma KEF een serie speakerboxen te verkopen die als typeaanduiding Q heeft en die van q35 tot q95 loopt, met q65 als goede middenmoter. Verder duikt zoekstring q65 uiteraard op in duizenden FAQ's. De her en der op het net geparkeerde vraag-en antwoordlijsten (frequently asked questions) die iedere internetter dient te raadplegen alsvorens de helpdesk alsnog lastig te vallen, omdat a65 - het antwoord op q65 - onbegrijpelijk blijkt te zijn.
Wie zoekt zal vinden, en ik vind wat ik zoek: websites voor hen die het nooit hebben kunnen verkroppen dat het op een vervloekt moment 1970 is geworden. Ze zijn er: websites over The Golden Earrings, The Motions, The Bintangs, Bojoura, The Phantoms, Ginger Ale, Dragon Fly en Unit Gloria, m�t Robert Long, en natuurlijk de Kjoe.
Wie zoekt vindt, al is het probleem dat je nog steeds veel meer vindt dan je zoekt. Ik heb al eens uitgelegd waarom Google me zo goed bevalt: geen reclame, snel, simpel, prima resultaten. Dat komt ook omdat Google alle pagina's waarin het zoekwoord voorkomt, hoger op de lijst zet, naarmate er vaker naar gelinkt wordt.
Een andere techniek is vector-zoeken. Excite kijkt welk niet-normaal woord het meeste voorkomt. Dat is de vector, en het aantal malen dat het woord voorkomt, de lengte van de vector. Als Excite dit artikel door zijn robots laat indexeren wordt q65 de vector, en is elf de lengte van de vector.
De eerste regel uit het laatste couplet van The life I live heb ik nooit kunnen verstaan. Het was iets met wedding, en op feestjes zongen we maar wat. Maar wat? Excite komt er niet uit met zijn vectors, maar Google schiet recht in de roos als ik het refrein intik: This is my life of sadness, this is the life I live.
Jawel, bovenaan, de complete tekst van de grootste hit van Q65, m�t de regel waar we nooit uitkwamen: Once we were on Joops wedding, we smoked and drank all night.... Willem niet meer dus. Misschien is-ie in een hemel vol lange vrouwen met korte hemden gevallen.

 Posted: November 25, 2000, 03:12 AM | Comments (0) |



November 18, 2000

Waar blijft ons redactiestatuut?

Ook zo genoten van het gekronkel van VVD en D66, over Schiphol en rekeningrijden? Die Dijkstal roept al weken dat de boete van Netelenbos voor Schiphol met een factor van maal tien verminderd moet worden. Al was het maar omdat zakenmensen die veel vliegen, vaak op zijn partij stemmen. Als het CDA dan vervolgens een motie van exact die strekking indient, stemt meneer tegen.

D66? Of die partij me nu wel of niet met een digitale verklikker rond wil laten rijden, dat kan ik niet meer volgen, dus ik snap niet of ik er mezelf wel of niet aan moet ergeren.
Politiek, in het dorp, de stad, het land. Collega's, die zich dat vakgebied toegeëigend hebben, snappen dat. Zelf ben ik nooit in de politiek beland. Wel heb ik veertien jaar sport gedaan, waar af en toe fanatieker en soms nog doortrapter politiek bedreven wordt dan in politiek. Schapers en de tennisbond bijvoorbeeld, is altijd lachen.
Binnen ons metier, althans bij deze krant, hebben we intern nooit veel met politiek te maken gehad. Hooguit wordt wel eens een benoeming doorgedrukt, die bij anderen tot scheve gezichten leidt. De hoofdredacteur is onlangs opgestapt, terwijl hij tijdens zijn verkiezingscampagne, twee jaar geleden, met zijn zo aanstekelijke charisma, opgewekt beweerde minstens vijf jaar te zullen blijven zitten. Verder wordt er maar weinig binnenlandse politiek bedreven in onze kotten.
Komt ook omdat we in een klein wereldje leven, een logistieke enclave binnen de uitgeverij. Terwijl de directeur de baas is van alle andere werknemers van het bedrijf, vallen de verantwoordelijkheid voor de inhoud van de krant en het personeelsbeleid van de redactie geheel onder de hoofdredacteur.
Dat is een situatie waar journalisten elders, bijvoorbeeld in Amerika of Engeland, jaloers op zijn. Daar kunnen sommige directeuren - en dat doen ze ook met regelmaat - zowel de opening van de voorpagina als de hoofdredacteur met een pennestreep om zeep helpen. Hier kunnen we ons beroepen op een statuut waarin staat dat dat soort grappen met ons niet uitgehaald kan worden. Sommigen zien het als een zegen, en anderen als een vloek. Hoe dat ook zij, het redactiestatuut voorkomt een portie gedonder.
Dat statuut werkt dus perfect voor dagbladredacties, waar vreemde situaties ontstaan met betrekking tot de nieuwe media. Dat laatste is niet uniek, want in ieder bedrijf waar internet als een duveltje uit een doosje opduikt, worden academische dan wel oneigenlijke discussies gevoerd. Twee jaar geleden nog maar hadden bij ons alleen afdelingschefs internet op hun computer en werd er heel wat tijd verspild met beslissen wie over dat speelgoed mochten beschikken. Inmiddels heeft iedereen die een computer op zijn bureau heeft staan, toegang tot internet, en wordt er nergens misbruik van gemaakt. Alleen maar nuttig gebruik.
Toch zijn er maar genoeg bedrijven waar ze er nog lang niet over uit zijn. Dom, want ze zien niet in dat de discussie een herhaling is van die van de jaren vijftig, zestig. Toen kreeg alleen de chef telefoon, om misbruik te voorkomen.
Terwijl die koudwatervrees mettertijd overal vanzelf overgaat, zitten redacties, redactieraden en hoofdredacties te suffen terwijl er ingrijpende besluiten genomen worden over hun websites, hun eigen kranten online. Stel je voor dat een uitgever een hoofdredacteur zou proberen op te dragen hoe hij zijn voorpagina aan zou moeten kleden. Zoiets zou, om in politieke termen te blijven, tot een nacht van lange messen plus een motie van wantrouwen leiden.
Gaat het om internet, dan kan zoiets nog. Daarom gaat de website van deze krant, als de onderliggende techniek zich tenminste gaat gedragen zoals beloofd, binnenkort grondig van structuur en smoel veranderen.
Als een waar politicus heb ik me, misschien te voorbarig, aan dat besluit geconformeerd. Niet dat het veel uitgemaakt zou hebben als ik mijn kont tegen de krib gegooid zou hebben, want mijn mening deed er niet toe. Omdat ik de voordelen van de voorgenomen veranderingen meen te bespeuren, hoef ik mijn vingers niet te kruisen als ik beweer dat ik er honderd procent achter sta.
Intussen meld ik hierbij aan als lid van de pas opgerichte sectie internet van onze journalistenbond. Het wordt hoog tijd dat er een apart redactiestatuut voor online kranten komt.

 Posted: November 18, 2000, 03:13 AM | Comments (0) |



November 11, 2000

Borre todos los fotografios?

Tot voor kort waren er weinig misverstanden mogelijk over de aanwezigheid van een beroepsfotograaf. De artiest die zich wil onderscheiden van de kudde, loopt rond met een Leica kleinbeeld, maar dat soort is vrijwel uitgestorven bij sportevenementen of andere samenscholingen.

Vooral de sportfotograaf is tegenwoordig uitgedost als een Hottentot op het oorlogspad. Het uniform is het door de organisatie felgekleurde hesje, daaronder het jack met honderdentien zakken en flappen. Hij heeft minstens vier camera's bij zich, en drie telelenzen ter grootte van een olifantengeweer.
Onlangs kwam ik zo'n type tegen, een net zo vrolijke als luidruchtige Amerikaan. Zelfstandig reportage- en huwelijksfotograaf te Washington, naar Nederland gekomen omdat zijn zus trouwde met een vriend van me. De Grote Kerk verbleekte bij het geflits. Nog nooit zijn daar op een middag zo veel foto's gemaakt als voor, tijdens en na de plechtigheid. De man had een batterij apparatuur bij zich waarmee de gemiddelde camerawinkel in Nederland een kwartaal voorraad vullen kan. Professionele digitale Nikons, analoge camera's uit de hoogste prijsklasse, lenzen van een meter lang, die ongeveer duizend gulden per decimeter kosten, en een flitsapparaat dat met gemak de haan op de toren van de Grote Kerk had kunnen verdampen.
In zijn borstzak zat een piepklein, zilverblinkend cameraatje, ter grootte van een creditcard, twee centimeter dik. Daarmee liep hij tussen debedrijven door naar links en rechts te wijzen. Met die Canon Digital Elph, beweerde hij, had'ie binnen een maand vijfduizend foto's geschoten.
Allemaal perfect, volgens hem, maar ik heb in de loop der jaren geleerd om alles wat Amerikanen je vertellen, met een kilo zout te nemen. Dat van die vijfduizend geloofde ik grif, gezien het adembenemende 'point and shoot' tempo dat hij zelfs tijdens het gesprek aan de dag bleef leggen, maar allemaal perfect?
Waarom sjouwde hij dan nog vijfhonderd kilo apparatuur mee naar Nederland, behalve dan om er belangrijk uit te zien? In de loop der jaren heb ik ook geleerd dat ironie aan Amerikanen niet besteed is, maar ik kon het niet laten. De ironie ontging hem, maar hij bewonderde mijn opmerkingsvermogen: 'Precies!'
Eh?
'Precies, vijftig tot tachtig procent van alle opdrachten, van alle foto's die ik maak, komen uit dit cameraatje. Maar ik kan het niet maken om op een reportage of een bruiloft zonder mijn complete 'equipment' op te komen draven, want dan denken ze dat ik een amateurtje ben. Dan word ik niet serieus meer genomen'.
Ik voorspel een mooie niche-markt voor Canon, Nikon, Olympus en de andere fabrikanten van digitale camera's. Ombouwkits voor de perfecte mini-camera's. Een plastic pijp als telelens en een zwarte fake-body van anderhalve kilo massief zwart plastic. Daar kun je tenminste mee uitpakken op bruiloften, partijen en reportages.
Intussen heb ik de verleiding niet kunnen weerstaan en heb ik me de Nederlandse neef van de Digital Elph, de Ixus aangeschaft. Waarom het ding in Amerika Elph en in Europa Ixus moet heten is me een raadsel, want behalve het logo zijn binnen- en buitenkant volkomen identiek.
Het is nog te kort voor een lange-termijn test, maar mijn eerste indrukken zijn voornamelijk verbazing. Die gelden het gebruikersgemak en de verbluffende kwaliteit van de opnamen.
Over de kwaliteit van de begeleidende software ben ik minder te spreken. Paint Shop Pro en Fireworks weigeren om de USB verbinding te zien waarmee de camera aan de computer gekoppeld is. PhoDraw lukt dat wel, maar ook na twee keer de door Canon bijgeleverde driver installeren, besluit Windows 2000 uit zichzelf om een Spaanse interface te kiezen. Het enige woord dat me in de pop-up menuutjes bekend doorkomt is 'Camera', en verder is het gissen welke gremlins je doet ontwaken als je op 'Si' of 'No' durft te clicken.
Op een mailtje naar JASC, de maker van Paint Shop, waarom 7.0 er niet slaagt om een USB verbinding inplaats van een TWAIN-driver te herkennen, kwam zowaar binnen 24 uur een zeer uitgebreid antwoord. Prompte reactie, maar ik kan aan het verhaal geen touw vastknopen, en ik moet nog steeds foto's binnen halen in het Spaans.
Kijken wat-ie nou weer vraagt: 'Borre todos los fotografios?' Si of No?

 Posted: November 11, 2000, 03:21 AM | Comments (0) |



November 04, 2000

Waar zou de bewaartoets zitten?

Gevlucht naar een van onze stiltekamers, waar ik in rust een stukkie tikken kan, ben ik een oude bekende tegen gekomen. Het toetsenbord van de computer, een Digital Venturis van begin jaren negentig, stilletjes ontsnapt aan alle upgrades. Dit keyboard uit het verleden, waar ik na de eerste alinea weer aan begin te wennen, roept een scala aan herinneringen op.

Tegenwoordig zijn de keyboards van pc's, en dan praten we even niet over Mac's en laptops, waar ze hun eigen gang gaan, over het algemeen zo ongeveer hetzelfde. Vroeger niet. Nog begin jaren tachtig had ieder systeem zijn eigen toetsenbord, soms met tweehonderd of meer knoppen.
Vanaf oktober 1981 maakten we de krant met een Harris-mainframe. Een centrale computer van de omvang van een vuilniswagen. Ieder had op zijn bureau een enorme monitor, met gezellige vette groene letters. Het toetsenbord woog en kilo of anderhalf, en timmerde heerlijk weg.
Dat onverwoestbare toetsenbord, ontworpen in Melbourne, Florida, kende blokken met verschillende toetsen. Waaronder een commandoblok met acht toetsen, waaraan je op vier niveau's opdrachten en variabelen toe kon kennen. Op verkiezingsavond zat ik verlekkerd toe te kijken hoe mijn macro's mooie tabellen en uitslagenstaatjes maakten van de cijfers die door het ANP aan de achterkant aan het systeem gevoerd werden.
Toen de mainframes uitstierven en we noodgedwongen aan pc's in netwerken begonnen, werd ik in een denktankje gedumpt. Daarin werden mooie dingen bedacht, maar ook stommiteiten verzonnen.
In de laatste categorie viel het idee om de toetsenborden van de Digitals op dat van een Harris te laten lijken. Achteraf ware het beter geweest om iedere gebruiker veertien dagen op cursus te sturen, maar achteraf is altijd gemakkelijk lullen.
Zoals het met alle it-projecten gaat, moest het te snel klaar zijn. Er moesten drivers geschreven worden, die nu nog niet kloppen en er moesten toetsen geëtst worden. Dat etsen kostte een vermogen. De eigenaar van het bedrijfje in wiens schoot de opdracht uit de hemel kwam vallen, ligt sinds die tijd met een dikke sigaar in een mondhoek op een tropisch eiland gelukzalig te glimlachen.
In de loop van de jaren negentig kwamen er nieuwe computers, met andere toetsenborden. Etsen van de toetsen mocht niet meer, want te duur. Nieuwe drivers? Nou, nee, ook maar niet meer doen.
Ruim tien jaar later zit iedere lay-outer met drie beeldschermen en twee toetsenborden te werken. De meeste andere gebruikers hebben inmiddels een desktop van Toshiba. Die toetsen doen slechts wat erop staat zolang ze met Windows werken, maar Windows wordt op de redactie alleen gebruikt om iets op het web op te zoeken, of om de mail te controleren.
Meestal hangt een redacteur aan RPLS, het redactionele tekstverwerkingssysteem en opmaaksysteem. Expograph, de leverancier, is failliet, dus dagelijks bidden we dat het blijft werken. In RPLS doen een stuk of veertig toetsen, de letters a tot en met z, de cijfers, en een paar toevalstreffers, wat de tekst op de toets belooft.
Dus zijn alle toetsenborden op de redactie beplakt stickers, of zijn de monitoren behangen met vellen vol ezelsbruggetjes. We doen het met plastic overlays, en we hebben met viltstiften op of naast de toetsen gekladderd. Geheugensteuntjes van wat in de digitale krochten schuil zou kunnen gaan.
Er gloort hoop. Moeder Wegener heeft besloten dat haar dagbladen aan een nieuw systeem moeten. Van Unisys, ze noemen het Hermes. Ik ben in een werkgroep gedumpt, met de veelbelovende naam HOL. Laten we hopen dat Hermes On Line die onheilspellende afkorting niet waar weet te maken.
Mijn skepsis wordt niet weggenomen door een memo: volgend jaar zal tijdelijk een aantal Fransen in Breda gedetacheerd worden. Unisys is Frans.
Frans? Ik heb in de jaren negentig in Parijs vaak zitten spelen met Minitel, een soort mini-internet. Ook dat toetsenbord herinner ik me. Die eigenwijze Fransen hanteren nog steeds AZERTY, inplaats van het verder zowat overal geldende QWERTY. Laten we hopen dat iemand daar aan gedacht heeft. Zo niet, dan zal de toetsen-etser in ruste best bereid zijn om zijn kostbare kunsten nog eens te vertonen.
Mijn stukkie is af. Waar zat de bewaartoets op dit bakkie ook al weer?

 Posted: November 04, 2000, 03:22 AM | Comments (1) |