Iemand met verstand van dat soort zaken heeft me uitgelegd hoe dat zat met dat sommetje van de Zweedse krant Aftonbladet, die beweert als de enige krantensite van de wereld winst te maken. Dat-ie ook een beetje Zweeds bleek te spreken kwam goed uit: dan snap je dingen eerder als je op die site rondneust.
Terug naar Aftonbladet, waar ze beweren met een omzet van 14 miljoen gulden 3,2 miljoen winst te maken. Deze cijfers leverden ook een reactie op van een lezer wiens Windows waarschijnlijk opnieuw geïnstalleerd moet worden omdat zijn calculator een floating point error vertoont. Die schreef me dat al bij een gemiddelde jaarsalaris van 45 mille de loonkosten van 50 man 22,5 miljoen gulden zouden bedragen.
Die komma moest dus een stap naar voren, maar 2,5 miljoen loonkosten voor 50 man? Onze baas der bazen, Jan Houwert, zou er graag voor tekenen. 'Met vijftig man en een hap techniek', aldus mijn persoonlijke business consultant, 'zit je zo aan tien miljoen kosten per jaar. Het zou dus kunnen dat ze 3,2 miljoen per jaar winst maken, maar als je dan de bezoekscijfers ziet, dan zou dat betekenen dat iedere bezoekers een gulden winst oplevert, en dat is nonsens'.
Een gulden winst per bezoeker? Ik zou al mijn spaarcenten in aandelen Wegener stoppen, maar waar doen die Zweden het dan wel van? Volgens de mij gratis verstrekte analyse boert de de kabelkrant van Aftonbladet goed qua advertentie-omzet. Om een beetje op te scheppen over die website, en ze hebben er wereldwijd publiciteit mee gehaald, dus die opzet is geslaagd, schrijven ze de winst op het conto van de website.
Zodat ik ook een beetje gelijk had vorige week, toen ik constateerde dat bij een beetje grote bedrijven nogal wat op en neer geschoven wordt tussen vestzak, hoed, rand en broekzak.
Naast dat geschuif gebeuren er dingen die me bevreemden. Onze moedermaatschappij Wegener heeft de meeste journalisten van Nederland - ongeveer 2000 - in vaste dienst. De twintig kranten van Wegener, die dagelijks 1.3 miljoen kranten produceren, zijn aangesloten bij de Geassocieerde Persdiensten (GPD). Die kranten wisselen nieuws uit, maar daarnaast heeft GPD ook nog eens aanzienlijk contigent verslaggevers, specialisten en buitenlandse correspondenten in dienst.
Die combinatie levert een kopijstroom op, waarmee je met gemak iedere dag van de week een krant met het gewicht van de zaterdageditie van de New York Times (anderhalve kilo) zou kunnen vullen. Desondanks zij we nog steeds een van de betere klanten van het peperdure ANP, dat we zouden kunnen missen als kiespijn.
Nog gekker: binnen Wegener wordt onderzocht of er nog meer nieuws ingekocht zou moeten worden, en hoe en bij wie we dat zouden moeten doen. We zijn de grootste nieuwsleverancier van Nederland, maar we onderzoeken of we moeten kopen, inplaats van verkopen.
Dat is ondermeer het gevolg van het gegeven dat de strategen, de hoofdredacteuren, uitgevers, journalisten, commerciële figuren, nog steeds niet goed lijken te weten wat ze met heb web aanmoeten. Waar in de krant de grenzen tussen advertentie en redactie al een eeuw geleden scherp zijn afgebakend, weten we op het web nog niet wat we met elkaar aanmoeten.
Er staat een site over reizen op de portal, over auto's én we doen iets met makelaars. Naar advertenties alleen komt geen hond kijken, in welk geval de reisbureau's, dealers en makelaars er geen duppie voor dokken, want die zijn ook niet van lotje getikt. Dus moet er content komen, maar journalisten hoeven geen advertorials te schrijven, en verdommen dat.
Terwijl we iedere week tientallen aardige verhalen over auto's, reizen en de huizenmarkt in de krant hebben, wordt bijvoorbeeld de autokelder van de portal volgeplempt met zouteloze persberichten waar de adverteerder zich geen buil aan kan vallen.
Terwijl wij, de redacties, het grootste aanbod van keihard nieuws, mooie achtergrondverhalen, doorwrochte analyses en scherpe recensies van heel Nederland hebben, zijn zij, de commerciële afdelimgen, op zoek naar leveranciers die ze willen betalen voor content van mindere kwaliteit. Iets klopt hier niet.
Ooit komt het goed, als het web volwassen is. Intussen blijven commercie en redacties elkaars grenzen verkennen, en blaffen ze af en toe hard tegen elkaar.
Posted: January 27, 2001, 02:41 AM | Comments (0) |
Het was een opvallend bericht in de Volkskrant afgelopen woensdag: 'Zweedse krant laat zien dat websites geld kunnen opbrengen'. Opvallend ook omdat, drie dagen eerder, zeventig internetredacteuren door de New York Times en 'een stuk of duizend', zoals ik iemand met een serieus gezicht hoorde beweren, door CNN op straat gezet werden.
Of die getallen kloppen of niet, nadat dergelijk nieuws verspreid is, ligt het voor de hand wat voor vragen de gemiddelde internetredacteur gesteld krijgt. Beter gezegd, wat voor schimpscheuten hij aan moet horen van, vooral, de skeptici onder zijn collega's van het papier.
In de wetenschap dat de collectieve cao, die uitgevers en journalisten in Nederland samen naleven, borg staat voor het gegeven dat je hier heel lang heel veel fout moet doen voordat je eruit geknikkerd wordt, ben ik niet zenuwachtig geworden van die ontslagen in Amerika. Daar kan iedereen, wiens gezicht de baas niet meer aanstaat, op staande voet 'the pink slip' ontvangen. Met de overhandiging van dat roze papiertje is de ontslagprocedure, meestal op hetzelfde moment dat de werknemer er voor het eerst van hoort, afgewerkt.
Met rugdekking van onze cao heb ik gemakkelijk praten, maar intussen bespeur ik om me heen af en toe toch enige sporen van nervositeit. Want Wegener, onze moedermaatschappij, pompt, zoals iedere uitgever verplicht is, indrukwekkende scheppen geld in de ontwikkeling van onlinediensten.
Een van de zware overtredingen waardoor ik, ondanks de bescherming van mijn contract snel een 'pink slip' zou kunnen ontvangen, is zonder toestemming verklappen hoeveel. Dat doe ik dus niet, en ik zou het overigens niet eens weten. Ongeveer misschien, maar in iedere groot bedrijf, en wij zijn nogal groot, wordt onder goedgekeurde budgetten nogal wat op en neer geschoven tussen hoed en rand, borstzak, broekzak en vestzak. Zodat zelfs de knapste controller zich af en toe afvraagt wat er precies voor de onlinediensten gebudgetteerd is, en wat voor de rekening van andere begrotingen komt.
Weet wel dat we stinkend ons best doen, en dat we over ruime faciliteiten beschikken teneinde negentien volwassen portals in de lucht te houden en te ontwikkelen. Maar u snapt misschien dat, als over drie jaar zou blijken dat het draaien van websites uitgevers nog steeds geld kost, niet alleen Wegener, maar ook Telegraaf en Perscombinatie 'een andere strategie' gaan volgen. Met wat voor papiertjes roze, groen, rood of geel zo'n koerswijziging opgesierd gaat worden, zien we dan vanzelf.
Intussen geloof ik heilig in ons concept, als was het maar omdat ik dat onze marketeers en bussinessboys net zo vaak hoor prevelen als een monnik het onze vader. Dus is dat berichtje in De Volkskrant, over de Zweedse krant Aftonbladet die winst beweert te maken, ons in deze moeilijke tijden welkom. Een beetje journalist wordt echter een beetje argwanend bij zo'n bericht. Ze beweren dat de website als een aparte bv naast de krant opereert, en dat er op een omzet van 14 miljoen gulden 3,2 miljoen gulden winst gemaakt wordt. Die omzet wordt gegenereerd door een team van vijftig mensen. De verhalen van de journalisten van het papieren Aftonbladet, naar onze maatstaven een sensatieblad te noemen, beetje vergelijkbaar met het Duitse Bild, worden aangekocht om op de website geplaatst te mogen worden. Broekzak, vestzak? Ik heb altijd gehoord dat Zweden een peperduur land is, dus ik vraag me af of het om vijftig krullenjongens gaat of dat ze misschien allemaal halve dagen werken en de rest in de sauna liggen. Het kan natuurlijk allemaal, maar ik snap geen sikkepit van de manier waarop het geld verdiend wordt: advertenties en sponsors.
Ze doen niets met ecommerce, zoals bijvoorbeeld een percentage proberen te vangen van de verkoop van kaartjes voor sportwedstrijden en voorstellingen. Of aan een veiling meedoen, of autoboeren een podium tot extra omzet bieden. Niks van dat, gewoon ouderwets, oertijd internet: buttons, banners, sponsors. Neem eens een kijkje bij aftonbladet.se, en huiver, of voor mijn part geniet, van de layout. Lezen kan ik niets, geen woord Zweeds sprekend.
Maar als de managers, techneuten en controllers tot de conclusie komen dat dit de manier is om een portal winstgevend te maken, ben ik weg. Krijgen ze niet eens de kans om een pink slip onder mijn neus te houden.
Posted: January 20, 2001, 02:43 AM | Comments (0) |
Het begint een populair onderwerp op verjaardagsfeestjes te worden: de vraag of uw werkgever het recht heeft om alle e-mail die u vanaf uw werkplek verstuurt, in te zien. Mij wordt vaak gevraagd of er bij ons op de krant iets officieel van kracht is waarin dat geregeld is, en dat is geloof ik ook zo.
Alleen, ik zou niet precies weten wat, maar de gangen van het management een beetje kennende, zal dat snel goed komen. Het zou me niet verbazen als er dit weekeinde een stuk in mijn postvak ligt waarin een en ander nog eens duidelijk uitgelegd wordt, naar aanleiding van uitspraken van de Registratiekamer die begin deze week uitpakte met de resultaten van het onderzoek Regels voor controle op internet en e-mail gebruik van werknemers.
Ik weet niet wat dat onderzoek waard is, maar het verbaasde me dinsdag, toen de meeste kranten er mee uitpakten, dat er heel verschillende conclusies uitgetrokken konden worden. Dat kan natuurlijk ook liggen aan collega-journalisten die de ballen verstand van statistiek en onderzoek hebben, maar er wel een stukkie over moeten schrijven. Die veronderstelling ontkennende: de diversiteit aan conclusies was mogelijk omdat je met de uitslagen van het desbetreffende onderzoek en de raadgevingen en overwegingen van de Registratiekamer kennelijk nogal wat kanten uit kan.
De teneur van de meeste koppen was: 'werkgever mag e-mail werknemer controleren', waarna verderop te lezen viel dat 'de werknemer de ruimte moet worden gelaten om zijn werkzaamheden naar eigen inzicht te verrichten'. Los van de ethische discussie, en de vraag wat de werkgevers er van vinden, zie ik daadwerkelijke controle er niet zo snel van komen. Excessen - in bestandsomvang of in mate van onfatsoen - vallen meestal snel op en daar zal vanzelfsprekend op gereageerd worden.
Maar constante controle? Ik kijk even naar de situatie bij ons op het bedrijf, waar het merendeel van de ongeveer achthonderd werknemers over de mogelijkheid beschikt tot internetten en/of e-mailen. Hoeveel honderden - of duizenden - e-mailtjes zouden er per dag door de verschillende mail-servers verwerkt worden? Als een werkgever zin zou hebben om die allemaal door te gaan vlooien, dan zal hij gedwongen zijn om een soort mailpolitie op te gaan richten. Zo'n Big Brother-kantoor zou dan ook nog goed bemand moeten worden, om te voorkomen dat er binnen een maand meer dan een maand achterstand is. Het daarmee gepaard gaande kostenplaatje alleen zal een reden zijn om er nooit aan te beginnen, los van de vraag wie de controleurs zou moeten controleren.
Er gaat immers genoeg bonafide zakelijke mailtjes op en neer - financieel, beoordelingen, afspraken bijvoorbeeld - die absoluut niet gelezen mogen worden dan door verzender en ontvanger. De algemeen directeur of de hoofdredactie ermee opzadelen? Die hebben wel wat beters te doen, terwijl er toch ook mails zijn die zakelijk of moreel verantwoord zijn, maar waar de directeur - of hoofdredacteur - voor het moment even niets mee te maken heeft. Het zou kunnen dat mijn bazen het met deze opvatting niet eens zijn, maar ik weet zeker dat ik niet de enige op de werkvloer ben die deze opvatting te vuur en te zwaard zal verdedigen.
Dat gezegd hebbende: ik kijk wel uit om vanaf mijn werkplek een mail te versturen waarvan ik niet wil dat 'ie door iemand anders dan de ontvanger gelezen wordt. Dat zou om meerdere redenen een stommiteit zijn. Ten eerste komt er in de meeste gevallen een kopie terecht in de bak 'verzonden' van het mailprogramma. Die kan ik natuurlijk onmiddellijk na het verzenden verwijderen, en ik ben ook zo slim om hetzelfde bestand daarna ook nog een keer uit de prullenmand van het mailprogramma te verwijderen.
Maar daarmee ben ik er nog niet, want ik weet zo ongeveer wel wat de policy bij ons is, maar omdat deze waard zijn gasten vertrouwt zoals hij zelf is, voelt 'ie zich na dat driedubbel verwijderen nog niet lekker. Of de beheerder van de mail-server het nou wel of niet doet of mag, ergens - voor of na de firewall - leeft nog een kopie van wat verzonden is, en iemand kan het lezen.
Bovendien kan er nog een andere ramp gebeuren nadat je netjes alles verwijderd weet te hebben. De ontvanger kan immers enthousiast op de knop 'reply' drukken, en de oorspronkelijke tekst in zijn antwoord laten staan. Komt de mail dan terug op een door meerder personen gedeeld e-mail-adres - zoals bijvoorbeeld internet@bndestem.nl, dan zijn de rapen alsnog snel gaar.
Voor mijn eigen conclusie heb ik de Registratiekamer niet nodig: als ik iets te mailen heb dat niet voor anderen bedoeld is - en de vraag of het onderwerp privé dan wel zakelijk is doet er niet toe - dan doe ik dat nooit vanaf mijn werk. Ze controleren maar een eind weg, als ze daar lol in hebben, en intussen pak ik mijn mobieltje wel. Of is dat misschien net zo stom omdat alle telefoongesprekken ergens afgeluisterd worden?
Posted: January 13, 2001, 02:45 AM | Comments (0) |
01-01-01 is, althans op internet, geruisloos gepasseerd. Een mail-script dat me na 01-01-00 probeerde wijs te maken dat het jaar 100 begonnen was, gedraagt zich consequent en is vorige week fluitend overgestapt op het jaar 101. Uit nieuwsgierigheid naar wat het script op schrikkeldag 2000 en op 09-09-01 voor fratsen uit zou gaan halen, heb ik er na de eeuwwisseling niets aan veranderd, en omdat het nu ok in het jaar 101 gewoon door blijft werken, laat ik het maar zo.
Slechts in Noorwegen is iets fout gegaan bij de spoorwegen. De computers in 29 gloednieuwe hogesnelheidstreinen liepen op 30 december 2000 om middernacht vast, maar gelukkig was er op dat moment geen enkele trein in beweging.
Het probleem was niet onderkend omdat de verantwoordelijke technici alle data van het afgelopen jaar hadden getest, behalve de laatste. Je zou dus kunnen zeggen dat het hoog tijd wordt om de testers te gaan testen voordat ze mogen geen testen. Of een test voor testprocedures, want ik begrijp niet hoe die techneuten het in hun hoofd halen om alle data van een heel jaar te controleren, behalve de laatste dag van het jaar.
Om nog een andere reden weet ik zeker dat ik dit jaar - mocht ik daar vanwege een snoepreisje toevallig verzeild raken - in Noorwegen in geen geval in een hogesneldheidstrein zal stappen, zelfs niet als ze beloven een en ander rijkelijk met aquavit en gerookte zalm te gaan larderen. Die zekerheid wordt ingegeven door het laconisme waarmee de Noorse spoorwegen het probleem een maand voor zich uit - beter gezegd terug - geschoven hebben. De datum op de computer is doodleuk teruggezet naar 1 december 2000, "zodat we nu een maand de tijd hebben om het probleem op te lossen".
Ik verzin dit niet ter plekke, het is de reactie van de officiele voorlichter van de NS (Noorse Spoorwegen) in de Noorse krant Dagbladet (whats's in a name?). Men kan een hoop zeggen over de gang van zaken bij de NS (Nederlandse Spoorwegen), maar ik vrees dat, als zoiets hier gebeurd zou zijn, de door de post-millenniumbug getroffen treinstellen aan de ketting gelegd zouden worden. Voordat ze uit zichzelf rondjes om de kerk gaan rijden, zonder stakende treinbestuurders. Had u plannen om de komende zomer een rondje fjorden te gaan maken, pak dan een lokaal boemeltje, u bent gewaarschuwd.
Terwijl u voor twee telt, kunt u alarmerende berichten omtrent het misbruik van uw credit-card aan uw laars lappen. Waarschuwingen over spookafschrijvingen duiken tegenwoordig bijna dagekijks op, waardoor vele surfers hun gegevens niet via het net durven te verzenden. Koudwatervrees, die vanzelf weggewarmd wordt, maar het heeft tijd nodig. Iedere gulden - euro - die onrechtvaardig van u afgepakt wordt zal snel tot op de laatste cent terugbetaald. Veel sneller dan een bedrag dat door een fout op een ouderwets papieren overschrijvings- of machtigingsformulier elders verdwaald is.
Ik kan daar van meepraten: vorig jaar werd 240 gulden abonnementsgeld door een sportschool in Someren van mijn rekening afgeschreven. Terwijl ik nooit in een sportschool kom, en verder tot dan niet eens wist waar Someren lag. Het heeft een een maand of drie gekost om dat geld terug te krijgen, en van rente-vergoeding was geen sprake. Om niet te spreken van alle tijd die verspild is aan telefoontjes met sportschool en bank, en het invullen van formulieren teneinde het van mij gepikte geld terug te krijgen.
Met credit-cards gaat dat anders. Een telefoontje en het geld wordt - in real time - teruggestort. Waarom? De enige reden is dat de credit-card maatschappijen de hele wereld aan de card willen, en omdat ze willen dat iedereen met card via internet alles gaat kopen wat-ie nodig heeft. Dus investeren ze, in u en in mij, en daarbij nemen ze risico. Ze willen alleen maar dat iedereen het volste vertrouwen krijgt in betalen via card en web, en dat figuren zoals ik van de daken schreeuwen dat dat zo is. Een van de manieren om dat vertrouwen te winnen en te handhaven is de klant het voordeel van de twijfel te gunnen als hij beweert dat niet hij maar iemanders die catalogus bij sex.com gekocht heeft.
Die manier van handelen is dezelfde als waarmee ruim veertig jaar geleden de credit-card in Amerika door de strot geduwd werd. Bank America stuurde toen ongevraagd voor 600 miljoen dollar keihard krediet naar wie een bestaand postadres had. Het bezit van een adres was het enige criterium waarop de verstrekking gebaseerd was, en de bank kon alleen maar hopen dat de ontvangers dat geld terug zouden betalen. Zo is de credit-card geboren en groot gemaakt.
Een vergelijkbaar risico nemen de credit-card maatschappijen nu. Ze garanderen dat alle betalingen die via het web gedaan worden, teruggestort worden als u, de eigenaar van de kaart, aan de bel trekt. Natuurlijk proberen ze daarna uit te vogelen of u de kluit niet heeft belazerd, maar u hoeft in ieder geval geen drie maanden te wachten tot een sportschool in Someren, die intussen misschien failliet is gegaan, toegeeft dat er een fout gemaakt is. Ga lekker winkelen op het web, en maakt u zich geen zorgen.
Posted: January 06, 2001, 02:47 AM | Comments (0) |