Mooi nieuws: ik heb mijn ADSL-verbinding via het doe-het-zelfpakket van KPN Mxstream aan de praat gekregen. Onder Windows XP. Nog beter nieuws: ik moet me aan mijn stoel vasthouden tijdens het internetten, want anders vlieg ik de bocht uit. Minder mooi nieuws: ik heb geen telefoon meer. Komt goed: zojuist is me door een behulpzaam type van KPN - via mijn mobieltje - medegedeeld dat de monteur onderweg is.
Zodat ik na vier jaar ISDN de volgende stap gezet heb naar de echte breedbandverbinding die ooit in een glasvezelverbinding zal culmineren: ADSL.
Ik geef toe: het heeft me wat hoofdbrekens en grijze haren gekost, maar het is nu heerlijk werken thuis. ADSL snel? Jawel, razend! Bijvoorbeeld een directory met foto's ophalen vanaf een ftp-server lijkt sneller te gaan dan hem op mijn harde schijf van de ene naar de andere folder verplaatsen. Voorpagina's van ingewikkelde websites worden pats, boem, in een keer op de monitor gekwakt. Flash-animaties waar ik vroeger een minuut of meer op moest wachten, verschijnen in beeld alsof het simpele foto's zijn. Het pro-pakket dat ik genomen heb, is met een downloadsnelheid van 1024 kilobit per seconde verslavend snel.
Is het goed zelf aan te sluiten en te installeren, zoals in mijn geval, over een bestaande ISDN-verbinding? Ik kan nu wel 'ja' zeggen, maar dat klopt misschien niet helemaal. Anders zou ik die monteur niet nodig gehad hebben. Hoewel bij de helpdesk van Mxstream het vermoeden leeft dat de splitter in mijn doe-het-zelfpakket kapot is, hetgeen vaker voor schijnt te komen. Hoe dan ook, de installatie, waar ik na het lezen van de handleidingen tegenop keek, is goed te doen. Zelden zo'n helder stappenplan gezien als dat van Mxstream, dat je door de ogenschijnlijke doolhof van hard- en software navigeert. Ik zal u dat verhaal verder besparen, al was het maar omdat ik zelf niet precies meer weet wat ik allemaal voor Harry Potter-achtige handelingen heb moeten verrichten voordat alle groene lampjes begonnen te branden.
Al doende heb ik een en ander bijgeleerd. Bijvoorbeeld dat een ISDN-kabel en een CAT5-kabel weliswaar van dezelfde stekkertjes zijn voorzien, terwijl dat niet wil zeggen dat ze hetzelfde doen. De oude ISDN kabel kwam wel mooi van pas, want ik heb hem als trekkabel gebruikt om er er een ouderwets twisted pair koperdraadje mee van de voorkamer naar de zolder over de overloop weer naar de computer beneden in de achterkamer te trekken. Met een stuk isolatieband aan elkaar geplakt en voorzichtig trekken. Het kwam goed.
Waarna ik kon constateren dat ik het verleden regelmatig onzin heb verkondigd. Hoe vaak heb ik vroeger niet (over)geschreven dat door twee koperdraadjes nooit een snelheid hoger dan 28K8 gehaald zou kunnen worden? Zo'n zelfde telefoondraadje, van de splitter naar de pc, daar loopt nu -tig keer zoveel bandbreedte doorheen. Nu de telefoon nog. Ik vrees dat ik een extra ISDN-telefoontoestel zal moeten gaan kopen. Al heerst de hoop dat ik mijn oude Zyxel ISDN-modem voortaan als analoge centrale kan gebruiken. Dat ding heeft twee analoge poorten, en daarin zat mijn oude Mickey Mouse telefoon gestoken.
Windows XP? Loopt lekker, met 256 mb geheugen, dat wel, maar ik heb met opstarten een paar rare dingetjes, die ik onder Windows 2000 ook al had. Waar Windows 2000 dikke vriendjes was met de camera, verdomt XP het om de Digital Ixus te herkennen. Misschien toch beter om even een kale installatie te draaien, inplaats van de nukken van de upgrade te handhaven. Een firewall heb ik nu ook nodig, want altijd online zonder tikken betekent dat mijn machine klaar staat om gehacked te worden.
De firewall zal waarschijnlijk ZoneAlarm worden, omdat die er in alle reviews het beste afkomt. Intussen heb ik als noodverband de firewall van Windows XP geactiveerd. Maar, XP of niet, om met een door mij gewaardeerd netwerkbeheerder te spreken: "Het blijft Windows, dus kijk uit, en zorg dat je een echte firewall draait."
Posted: November 24, 2001, 01:32 AM | Comments (0) |
Ontwenningsverschijnselen? Nee hoor, integendeel, lekker uitgerust na twee maanden buitenleven zonder computer. Tussen mijn oren voelt het ook een stuk beter aan. Hersteld van de onvermijdelijke irritaties die - Microsoft, Linux, Mac, maakt niet uit - gepaard gaan met het gebruik van een computer.
De meeste mensen die dagelijks met zo'n ding moeten werken zal het niet verbazen dat je het op vakantie niet echt mist, maar voor mij was dat een revelatie. Gevolg van het automatisme om tijdens mijn reizen toch wekelijks een stukkie naar de krant te sturen. Soms was dat gemakkelijk, maar al te vaak was het een portie ellende.
Noem het digitale zelfkastijding, overdosis workalcoholisme of voor mijn part opscheppen. Het was altijd een hoop gedoe. Culminerend in een mislukte sessie onder een onvergetelijke sterrenhemel in Northern Territories. Waar ik zo de pest kreeg in het malfunctioneren van soft- en hardware, dat ik het thuisfront via een collect call vanuit een ouderwetse telefooncel liet weten mezelf van mijn verplichtingen ontslagen te hebben.
Vanaf dat moment was de vakantie pas echt vakantie, zonder de wekelijkse druk van het schrijven en het resultaat naar Nederland te krijgen. Dat, na twee memorabele weken in Japan, waar ik op 11 september tijdens een typhoon een lunapark-achtige landing op het vliegveld van Tokyo genoot, ongeveer op hetzelfde tijdstip dat er in Amerika het een en ander gebeurde.
Maar daar kwam ik pas ruim een dag later achter, omdat ik toevallig tegen een stel Canadese jongens opliep die me de weg vroegen naar een capsule hotel. Ze hadden met hetzelfde probleem te kampen waar ik ook tegenaan was gelopen: Japanners spreken Japans, en niets anders. Ik had wel een krant vol Japanse letters in een rek zien staan met een vage foto van een brandend gebouw, maar ik dacht dat het om een ordinaire fik elders in Tokyo of in het land betrof. 'Of ik CNN gezien had?', vroegen de Canadezen, die recht van het vliegveld kwamen.
Daarmee werd me een beetje duidelijk waarom al die Japanners naar hun DoCoMobieltjes zaten te staren, want met die apparaatjes wordt daar al volop gemaild en nieuws gelezen en bekeken. Die dingen, waarmee uiteraard ook gewoon gebeld en ge-sms't kan worden, zijn constant online; waarmee Japan een ruime voorsprong heeft op alles wat KPN ons intussen probeert aan te smeren.
Zoals gprs, waarmee bij ons op de krant een pilot-project wordt gedraaid, terwijl dat protocol binnen afzienbare tijd verdrongen zou moeten worden door iets snels en beters. Terwijl ik dit schrijf staat de radio aan, en hoor ik dat KNP Internet Everywhere uitstelt omdat het nog lang niet is wat het moet zijn. Zou dat echt zo zijn, of proberen ze eerst nog een miljoen straks overbodige gprs-toestellen te sljten?
Laat die Japanners intussen maar schuiven. Niet alleen de jeugd lijkt de hele dag online, met zilvergrijze speeltjes waaraan blinkende bedeltjes bengelen die in de jaren zestig de polsen van teenagers in Nederland sierden. In een jaar tijd hebben in Nippon dertig miljoen mensen een abonnement op DoCoMo genomen.
Hier in Nederland weten marketeers allerlei prachtige verhalen op te hangen over waarom DoCoMo in Japan zo'n succes is geworden, en waarom dat hier niet zomaar gaat lukken. Geheel in de stijl en het boeventaaltje van dat soort deskundigen krijg je ingewikkelde analyses over cultuurverschillen en internetpenetratie, waar ik geen touw aan vast kan knopen.
De belangrijkste reden voor het doorslaande succes van DoCoMo hoor je ze niet vertellen: al voordat het geïntroduceerd werd, werkte het zoals het moet: bliksemsnel, altijd en overal. Mijn eigen KPN-wapper gebruik ik alleen nog maar om te bellen. Maart 2000 aangeschaft, maar wappen doe ik er nooit mee omdat het of niet op gang komt, of niet werkt, of op een andere manier fout gaat.
De keren dat er iets werkt blijkt het niveau van de deelnemende diensten bedroevend: oud nieuws, of helemaal niks. Het gaat nog even duren voordat we hier allemaal, altijd en overal probleemloos online zijn.
Posted: November 17, 2001, 01:34 AM | Comments (0) |