Welcome at Krijnen.Com

| Saturday, May 17, 2008, 5:23:48 P.M.  | RSS 1.0 | RSS 2.0 | Atom | Blogger | PhotoAlbums | Contact | Spam Poison |

« June 2002 | Home | October 2002 »

September 28, 2002

De nietszeggende hoofdprijs: 911

Gehoord, gezien en gelezen aan wat dagelijks aan nonsens op me afkomt, veronderstel ik het tegendeel, maar de gemiddelde Nederlander blijkt kennelijk toch iets nuchterder dan de modale Amerikaan. Hoe is anders te verklaren dat er hier nauwelijks enige aandacht geschonken is aan de uitslag van de State Lottery van New York, waarvan de trekking plaats vond op 11 september 2002?

Wie met computers werkt weet dat in Amerika een ander datum-format hanteert dan Europa: yyyy-mm-dd, jaar, maand, dag. Dus staat die zwarte dag genoteerd als nine eleven. Daar overigens ook het gangbare emergency number voor politie, ambulance of brandweer. Het was derhalve al een begrip voor iedere Amerikaan, maar het staat niet vast dat de terroristen daarom ook 11 september gekozen hebben. Wie op het web gaat snuffelen komt die hypothese tegen, maar dat zegt niks, want wie ergens bewijs voor zoekt, kan het altijd wel ergens op het web vinden. Ik ben niet gelovig - zelfs niet bijgelovig - maar toen ik een paar weken geleden iets over de surprising hoofdprijs van de Staatsloterij van New York van 11 september las, dacht ik even aan een streek van de duivel: 911.
Wat ik toen niet wist, was hoe die loterij werkte. Waren er misschien een miljoen loten verkocht, van het cijfer 0 tot en met één miljoen? Dat zou wel erg toevallig geweest zijn. Waarop ik het hele zaakje vergat, tot een paar dagen later de nieuwsbrief van de Skeptics Society in mijn mailbox dwarrelde. Het blijkt een lotto te zijn, waarin drie keer balletjes getrokken worden uit een serie van 0 tot en met 10: een kans van één op duizend. Weliswaar meer kansen dan onze vaderlandse Staatsloterij, maar geen bijzonder toeval. Net zo toevallig als dat op 12 november vorig jaar, toen een vliegtuig met vluchtnummer 587 op de New Yorkse wijk Queens neerstortte, in dezelfde loterij in New York op 587 de hoofdprijs viel.
Toeval is niet besteed aan gelovigen en bijgelovigen. Dus wordt er nu op internet aan megabytes vol geschreven of heen en weer geschreeuwd in chatboxen, forums en nieuwsgroepen. Over de Messiah, de duivel, Osama Bin Laden, Allah en god weet wat nog meer voor goden, engelen en duivels met hun poten aan die lottoballetjes gezeten hebben. Natuurlijk komen er Tarot-spelers aan het woord, en heeft Nostradamus alles voorspeld. Ze begrijpen stuk voor stuk diepere bedoeling van de uitslag, hetgeen een breed spectrum aan duiding oplevert. Het is mij niet duidelijk wat God, of de Duivel, zouden kunnen bedoelen met de drie karakters die 911 vormen, al zijn het er binair iets meer: 00111001, en tweemaal 00110001. Maar, aldus Paul Amore van de Skeptics Society: 'als God de wereld iets verteld zou willen hebben op die dag, dan had-ie wel een ander medium gekozen, zoals breedbeeldtelevisie of internet'.
Wat me wel interesseert in deze cijfersoap is de fascinatie die sommige mensen met getallen hebben. Ik ken redelijk verstandige mensen die beweren iets met een bepaald nummer te hebben, hetgeen in hun ogen dagelijks opnieuw door bepaalde gebeurtenissen gestaafd wordt. Nonsens, maar het mooie is dat er een wetenschappelijke verklaring is voor dat gedrag op zich: het menselijk brein heeft een opmerkelijk talent voor het herkennen van bepaalde patronen. Michael Schermer wijst daarop in zijn boek Why People Believe Weird Things, nog niet vertaald in het Nederlands.
Het heeft met evolutie te maken. De homo erectus die het beste was in het herkennen van afwijkende beelden of geluiden, had meer overlevingskansen. Hij had daardoor meer tijd om zijn genen door te geven dan wie in het afwijkende het gevaar niet herkende. Wij, de nakomelingen, zijn daarom zo goed in het signaleren van levensbedreigende danwel meegenomen afwijkingen in die patronen. Sommigen van ons zijn doorgeslagen, en zoeken zegeningen en bedreigingen in nietszeggende getallen.

 Posted: September 28, 2002, 10:49 PM | Comments (0) |



September 21, 2002

Anti close harmony vanuit de outback

Internet is nog steeds een haperend, krakkemikkerig medium, waarmee op basis van lang gemaakte afspraken via een aantal achterhaalde protocollen gegevens van de ene naar de andere computer verzonden worden.
Leuk, dat je een foto naar je vrienden kunt sturen, of dat je een piepklein video'tje kunt bekijken, maar wat stelt dat voor vergeleken met televisie?

Een medium, dat een oneindig aantal kijkers - desnoods een paar honderd miljoen - streaming vijftig beelden per seconde serveert. En die kun je nog straffeloos opblazen ook tot bioscoopgrootte. Probeer dat eens voor elkaar te krijgen met zo'n stomme computer. Voordat zoiets digitaal geregeld is, zijn we een paar jaar verder, zo werd een paar jaar geleden aangenomen. De wetten van Moore en Murphy kent u, maar als ik een plaats in de geschiedenisboekjes kan veroveren, graag.
Mijn wet: echte streaming video via internet wordt ieder paar jaar een paar jaar opgeschoven. Komt ooit goed. Intussen is een ander medium lekker opgeleefd via internet: de goede oude radio. Werkt via dezelfde achterhaalde protocollen, maar omdat er - want geen beeld - veel minder data verzonden hoeft te worden, loopt dat - zeker via kabel of ADSL - als de brandweer. Voor het schrijven van columns, pielen met de PHP en MySQL database, files op en neer pompen tijdens het ontwikkelen van het een of ander, ben ik graag thuiswerker. De cappuccino is at@home niet alleen beter, qua breedband is mijn Mxstream pro pakket het dubbele van wat er op het werk voor gans het bedrijf plus bijkantoren beschikbaar is. Ook al is mij verzekerd dat een notoire overtreder, die tijdens het werk gigabytes aan videofilms zat te downloaden, dat soort grappen voortaan achterwege zal laten, het schiet maar al te vaak niet op.
Thuis wel. Daar schuimt de cappuccino, staat de radio aan en waan ik mij écht thuis, in San Francisco, Sydney of Melbourne. Want het is de internetradio en mijn favoriete zenders zijn KSJO, met de onovertroffen onbeschofte Sloppy Joe en Mike Esperanza, en ABC national radio, het Australische equivalent van de oer-mom van alle radiozenders, de BBC. Sarah McDonald is mijn favoriet op ABC met Bush Telegraph. Vorige week was ze op bezoek bij de sportdag van de School of the Air in Alice Springs. Deed me denken aan die keer dat ik er zelf geweest ben, in het pre-internet tijdperk. Via de School of the Air kregen de kinderen in de outback les van een virtuele leraar avant la lettre, want virtueel en digitaal was het nog niet in 1987. De meneer zat in een cabine in Alice, het middelpunt van Australië.
Zijn twaalf leerlingen zaten er in een cirkel van 1200 kilometer omheen en meldden zich een voor een aan via een krakende en ruisende radioverbinding. Netjes opgevoed zijn ze daar nog, dus klonk het om de beurt van good morning mister Scott, I'm here... Bleek er eentje jarig te zijn en moest Happy Birthday to you gezongen worden. Wie hier twintig jaar geleden aan het bakkie was, weet nog wel dat radio eenrichtingverkeer is. Dus duwden elf kinderen, verspreid over die immense outback, de praatknop in, terwijl de opgewonden jarige de luisterknop ingedrukt hield. Uiteraard konden de kleine zangertjes alleen zichzelf en niet elkaar horen, hetgeen op de luidspreker in Alice Springs in een werkelijk fantastische kakofonie resulteerde. Anti close harmony, knipoogde de leraar.
Die tijden zijn voorbij, want terwijl de radio op internet een glorieuze come-back beleeft, doet de School of the Air het tegenwoordig via internet. De kinderen krijgen les via een modem- of satellietverbinding, en worden via de Flying Doctors of de wekelijkse post run van cd's en begeleidende boeken voorzien. Intussen arriveert vanuit die verre outback regelmatig een fax: wanneer we weer arriveren? Als ik dan terugfax waarom ze het internet niet gebruiken dat ik tien maanden geleden voor ze geïnstalleerd heb, krijg ik - via de fax - het volgende antwoord: is veel gemakkelijker dan die computer. Zit nog wat in ook...

 Posted: September 21, 2002, 10:51 PM | Comments (0) |



September 14, 2002

De nieuwe Kentie en Clancy

De nieuwe Kentie en de nieuwe Clancy zijn uit. De eerste heb ik binnen, de tweede is onderweg, vanaf Amazon Deutschland. In Nederland aan de deur afgeleverd voor hetzelfde aantal euro's dat het in de Nederlandse boekhandel moet gaan kosten. Dat die echter een levertijd van drie weken nodig hebben, betekent een gemiste kans voor ze, want ik heb geen zin om zo lang op Red Rabbit te wachten.

Webdesign in de praktijk van Kentie is voor werk zowel als ontspanning, Red Rabbit is voor louter lol en spanning. Sinds ik in 1986 een nagelnieuw exemplaar van The Hunt for Red October in een tweedehandsboekwinkel in Sydney ontdekte, is iedere nieuwe Clancy zo snel mogelijk aangeschaft en verslonden. Ik weet nog niet of ik de verfilming van The Sum of all Fears wil gaan bekijken, want uit de recensies begrijp ik dat er weinig heel gelaten is van het fascinerende boek dat ik destijds in twee bijna slapeloze nachten uitgelezen heb. Terwijl ik zit te tikken, staat de televisie met de herdenking in New York aan en mag ik alleen maar hopen dat het huiveringwekkende verhaal van terroristen die een atoombom aan de praat krijgen, nooit bewaarheid zal worden.
De laatste druk van Kentie heb ik aangeschaft zoals altijd: ongezien, en meteen de voorlaatste druk weggeven aan iemand die een website wil beginnen. Snel door de nieuwe bladzijden bladeren leverde me al een fikse tijdwinst op in het gepiel waarmee ik al een tijdje bezig ben om de combinatie van PHP en MySQL onder de knie te krijgen. Ik zal u niet lastig vallen met de ins en outs van die afkortingen, maar het een - PHP - is een scripttaal, en daarmee ontsluit je het ander, de MySQL database. Je kunt er heel mooie dingen mee doen, maar er komt nogal wat bij kijken voor het hele circus wil lopen. Staat er in dat boek een simpel voorbeeldscript en daarmee kreeg ik de database eindelijk aan het netjes ophoesten van de eerder ingevoerde gegevens. Schoonheidsfoutje: precies dat PHP-script is nergens te vinden op de cd die achterin het boek zit, dus dat betekende zelf intikken.
Voordeel: je leert een beetje kennen waar de punten en komma's in dat gebrabbel moeten staan. Beginnend, gevorderd, expert, goeroe, maakt niet uit: wie iets met webdesign doet, koopt het boek van Kentie en gaat er voor zitten. De sinds 1996 vijfde druk begint met zesenveertig pagina's regels en uitleg van verschillende begrippen. Daarna begint het boek waar iedere webdesigner moet beginnen: het nulpunt, de HTML basisbegrippen. Lettertje vet, lettertje mager, font vergroten, lijntje neerzetten, nesten, tabelleren, enzovoort. Beginners beginnen daar, het kan geen kwaad dat gevorderden de basisbegrippen nog eens doorlezen. En als ze denken dat dat niet meer nodig is, stappen ze maar over naar de hoofdstukken Creatief of Geavanceerd. Dat geavanceerde gedeelte is het interessantste voor wie zich al eens door voorgaande drukken geworsteld heeft. Samen met een aantal co-auteurs gaat Kentie in op onder meer het produceren van flash animaties, shockwave movies, java programmeren, XML, en databasekoppelingen.
Waar ik dus dat scriptje vond waarmee ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens Yes! kon roepen. Dat omdat die verdomde computer ineens deed wat-ie tot dan geweigerd had. Begeleid door allerlei onbegrijpelijke foutmeldingen, in een kruising van Sanskriet en Swahili. Dit juweel van een boek ligt lekker zwaar in de hand, ouderwets degelijk ingebonden. Het is niet goedkoop, ruim 56 euro, maar het is maar hoe je dat bekijkt. Wie met deze webbijbel begint, hoeft een tiental anderen niet aan te schaffen. Eens even kijken waar Red Rabbit blijft, en op www.amazon.de mijn gegevens intikken: unser Vertriebszentrum hat den unten stehenden Artikel soeben verschickt. Mooi zo, laat die Nederlandse boekhandels met hun beschermde handel verder slapen. Komt vanzelf goed.

Peter Kentie , Webdesign in de praktijk, Pearson Education, ISBN 9043005320, prijs 56,56.

 Posted: September 14, 2002, 10:53 PM | Comments (0) |



September 07, 2002

Je digitale leven aan je sleutelring

Er zijn van die mensen die alles netjes bijhouden en opbergen. Bankspulletjes, boodschappenbriefjes, garantiebewijzen, handleidingen, reis- en kredietbrief, alle adressen van hotelletjes en campings die ze de afgelopen dertig jaar bezocht hebben. Het toontje van voorgaande zin - 'er zijn van die mensen' doet u misschien vermoeden dat ik niet tot die categorie behoor.

Dat klopt, ik ben goed in niks weggooien, maar slecht in netjes opbergen. Ze liggen ongetwijfeld ergens, die handleiding van de ineens weigerende video-recorder en het garantiebewijs van de zo jong gesneuvelde keukenmachine, maar de prangende vraag is: waar?
Zo slordig als ik met mijn virtuele rommel ben - want laten we wel wezen, alle eigendom is meer last dan voordeel - zo netjes ben ik op mijn computers en mijn servers. Ik gruw van die desktops met tachtig shortcuts en iconen op een opdringerige achtergrond. Mijn startscherm is grijs, of zachtgroen, met drie iconen: System, Network, Trash. Genoeg om van daaruit snel naar iedere krocht in het systeem af te dalen. Naar de meest gebruikte programma's: TextPad, DreamWeaver, FireWorks, Paint Shop Pro, CuteFTP, en de onmisbare Telnet client. Telnet staat altijd aan, en maakt van de Windows machine een terminal aan een Unix of een Linux machine. Maak ik die Telnet applicatie - SecureCRT - beeldvullend, dan zit ik op dat moment, zeker via een snelle ADSL-verbinding, Linux te bedienen alsof hij op de machine zelf geïnstalleerd staat. In plaats van in Napa, Californië (krijnen.com) of in Tilburg (een van de voor de website van de krant meest gebruikte servers). Voor de Windows adepten onder u nog maar eens het verschil in stabiliteit geduid. Onze webservers, die op dit moment opgewaardeerd worden, zijn gehost op Windows platformen. Behalve die ene Linux-bak die als onderdeel van de portal opgehoest wordt, maar die nogal wat load voor zijn kiezen krijgt, bijvoorbeeld door de fotoalbums en allerlei andere grappen. Met de webservers zelf is het dagelijks wat. Er blijft een cache hangen, er loopt er eentje vast, een ander kreng weigert te herstarten, noem maar op. Wie het volgende verzonnen heeft, weet ik niet, maar kennelijk is hij niet bijgelovig: de deadline van de upgrade waar we nu druk bezig mee zijn, is gesteld op vrijdagmiddag 13 september. Snellere hardware, nieuwere releases van ons Content Management System, dikke pijpen naar het internet. We kunnen bijna niet wachten tot ons nieuwe speelgoed is ingericht, maar de servers blijven Windows, en mijn skepsis blijft ook. Nou die qua hardware vrij modale Linux-bak. Die is in december opgestart en ingericht en daarna is de deur op slot gedaan. Even kijken via het commando top: up 267 days en nooit een seconde uit de lucht geweest. Hoor je dat, Billy Gates? Ik wou dat ik een mirror van die machine overal mee naar toe kon nemen. Je hebt tegenwoordig van die USB-dingetjes van een centimeter lang. Ze zijn er met een opslagruimte van een gigabyte! Na een minuut of wat hoofdrekenen schat ik dat alles wat ik de afgelopen vijfentwintig jaar geschreven heb, tussen de tien en de twintig megabyte aan platte tekst zou kunnen zijn. Op mijn FreeBSD Unix server staat 51 megabyte aan totale rommel, waar de foto's het meeste in beslag nemen. In een slaapkamerkast boven staan nog een duizend of zo dia's van wereldreizen uit het pre-digitale tijdperk, die ooit nog eens ingescand zouden moeten worden. Niet alleen dat past ook nog allemaal op dat dingetje dat ik aan mijn sleutelring ga hangen: er is ook nog genoeg ruimte voor een besturingssyteem. Natuurlijk koop ik er twee en gaat de back-up achter slot en grendel in een ouderwetse brandkast. Je hele digitale leven, alles wat je ooit geproduceerd hebt, aan je sleutelring. Of, beter, voordat je je sleutelbos aan het eind van een lange avond in de kroeg laat liggen, aan een stevige ketting rond je nek.
Zie: usbdrive.com

 Posted: September 07, 2002, 10:55 PM | Comments (0) |