Welcome at Krijnen.Com

| Saturday, May 17, 2008, 4:10:23 P.M.  | RSS 1.0 | RSS 2.0 | Atom | Blogger | PhotoAlbums | Contact | Spam Poison |

« September 2002 | Home | November 2002 »

October 26, 2002

De smerigste krochten op het web

Wat zijn de smerigste krochten van het web? Waar kinderporno vertoond wordt, of video's waarop Russische soldaten met een groot mes onthoofd worden door Tsjetsjeense rebellen? Zo'n site bestaat, en tevens is er de beruchte video te downloaden waarop te zien is hoe de Amerikaanse journalist Daniel Pearl in Pakistan onthoofd werd. Ik ga de URL, tegen mijn gewoonte in, niet noemen. Als u er behoefte aan heeft, zoekt u hem zelf maar.


Ik wil niet dat anderen, kinderen of niet, last van nachtmerries krijgen of ontspoord raken. Ik ben er één keer op bezoek geweest en ik ga er nooit meer heen. Slapeloze nachten heb ik er niet van gekregen, maar ik ben desondanks geschrokken van het effect dat het bekijken van zo'n video op me had. Dagenlang verschijnen die beelden op de meest vreemde momenten op je netvlies en heb je nergens meer zin in. Je ziet een mens die zich, met gebonden armen liggend op de grond, in allerlei bochten ligt te wringen. Totdat iemand een gelaarsde voet op dat hoofd zet om het stil te houden, een jachtmes in de keel steekt en begint te wrikken tot hoofd en romp gescheiden zijn. Verder wordt op desbetreffende site van alles verzameld en tentoongesteld, als het maar gruwelijk genoeg is. De Tsjetsjeens rebellen zijn kennelijk liefhebbers van video, want er zijn ook beelden van Russische soldaten die met een mitrailleur geëxecuteerd worden of door een booby trap opgeblazen worden. Overigens laten de Russen zich op hun beurt in Tsjetsjenië ook niet onbetuigd. Zo zijn er vorige week acht onthoofde Tsjetsjeens rebellen gevonden, maar kennelijk halen de Russen dezelfde grappen uit zonder ze te filmen. De deadline van deze rubriek ligt op donderdagmiddag, dus misschien loop ik achter de feiten aan op het moment dat u dit leest. Ik hoop dat ik ongelijk heb, maar gezien die website heb ik weinig fiducie in een goede afloop van de gijzelingszaak in Moskou. Het adres van de officiële website van het Tsjetsjeense verzet, zonder gruwlijke beelden, kun u van me krijgen.
Ik zag het op CNN voorbij flitsen en de meeste persbureau's hebben het verspreid. Niet dat er wat te zien is, want vanaf het moment dat het adres gecommuniceerd werd, is de website door zijn hoeven gezakt. Kennelijk (too many MySQL connections) in PHP en MySQL gebouwd, maar niet gerekend op een dergelijke massale toeloop. Waar hij staat is, zoals altijd, een raadsel.
Robert X. Cringely heeft zich toevallig de laatste weken op zijn website enkele malen beziggehouden met de vraag hoe te controleren wie, wat en waar betekent op internet. Veel wijzer dan wat ik al dacht te weten, namelijk nooit voor honderd procent zeker na te gaan, ben ik van die verhalen niet geworden. Cringely pleit voor een centrale database, die iets van 100.000 queries per seconde aan zou moeten kunnen, maar laat in het midden wie dat monster zou moeten beheren. Stel dat zoiets zowel technisch als politiek gerealiseerd zou kunnen worden, dan onstaat binnen de kortste keren een nieuwe sport op internet: wie die centrale server het beste wijs kan maken dat zijn computer ergens anders staat. Nu is dat zo simpel dat er nog geen lol aan is en pas als het een uitdaging is, zal blijken wat de zwakke punten van een dergelijk project zijn.
De noodzaak begrijp ik nog wel, niet alleen vanwege kinderporno en websites met gruwelijkheden. Die noodzaak werd afgelopen maandag weer bewezen, toen de dertien belangrijkste name-servers, zeg maar de telefooncentrales van internet, bestookt werden door een denial of service attack. De schade viel mee, de gevolgen bleven beperkt, maar de beste computerspecialisten ter wereld breken zich het hoofd over de plaats waar de aanval vandaan kwam. En wachten in onzekerheid op de volgende, op een internet waar niemand precies weet wat wie of waar is.

 Posted: October 26, 2002, 10:37 PM | Comments (1) |



October 19, 2002

Een engel in de helpdeskhemel

Weer van alles geleerd afgelopen week: dat een ethernetcard pardoes de geest kan geven, hoe zo'n kaduuk kreng te testen, hoe een nieuwe in te bouwen en hoe uiteindelijk het hele circus weer aan het draaien te krijgen.

Met behulp van een alleraardigste dame op de helpdesk van MXStream die alles van local area networks en TCP/IP onder Windows 2000 bleek te weten. En die me door een digitaal doolhof loodste, op weg naar een weer werkende internetverbinding. MXStream heet het trouwens niet meer, het moet sinds kort KPN adsl genoemd worden. Mij zal worst wezen hoe Fikkie heet, als-ie maar netjes aan de lijn loopt en niet te vaak blaft. Ik had er vergif op in kunnen nemen: schrijf ik vorige week iets over de zegeningen van internet door de lucht, via satelliet, Wlan of 802.11b, gaat mijn ethernetkaartje kapot. Het stukkie hardware dat de verbinding regelt tussen computer en adsl router, die weer ergens tussen uw computer en de telefooncentrale staat. Of, zoals in mijn geval, tussen de computer en een splitterdoosje, en daarachter weer een ISDN doosje. En dan zal ik nog een of twee doosjes en twaalf adapters vergeten.
Al die doosjes hebben één ding gemeen: vroeg of laat gaan ze kapot en als het zover is, aan u de nobele taak uit te vogelen welk doosje het niet meer doet. Tussen de bedrijven maar weer eens aan het nut van trainen herinnerd: als je iets maar vaak genoeg doet, gaat het op een gegeven moment vanzelf. De computer los- en vervolgens weer aankoppelen bijvoorbeeld. Als ik het wel heb, zitten er een stuk of twintig verschillende draden en kabels op een of andere wijze aan de achterkant in de machine gestoken, geknoopt of vastgeschroefd. Zoals daar zijn voedingen, iets ouds en serieels, een zootje usb, verlengtoestanden, iets wat met het geluid te maken heeft, beeldscherm, toetsenbord, muis, ethernet, scanner, digitale camera en printer, en dan zal ik er ook hier, net als bij die doosjes, een of twee vergeten.
De eerste keer dat ik die dingen allemaal noodgedwongen los moest maken, deed ik er overal met een balpen genummerde stukjes pleister omheen en dan kwam het soms weer goed. Nu, na veertien keer twee verschillende netwerkkaarten in- en uitbouwen, want eerst nog niet wetend wie of wat er kapot was, heb ik die pleisters niet meer nodig en zet ik het hele zootje geblinddoekt in elkaar, als het moet. Mooi, maar dat alles weer werkt, heb ik louter te danken aan dat - zo te horen Marokkaanse - meisje van de helpdesk van KPN, waar het er tegenwoordig uitermate professioneel aan toe gaat. Maar amper wachttijd en iedereen beleefd en vriendelijk en ook nog zo scherp als een scheermes. Na een paar vragen over al dan niet knipperende lampjes op het ISDN geval, splitter, op het Alcatel ADSl modem, op de ethernetcard, over de firewall en over een eventueel virus concludeerde ze dat er met de hardware niets mis was, maar dat de nieuwe kaart alle instellingen van het local area network in Windows 2000 terug naar af gezet had.
Vanaf het callcenter nam mijn virtuele engel met haar prachtige accent me bij de hand en leidde ze me door een doolhof van tabbladen waar ik in mijn eentje niet uitgekomen was. Wie dezelfde ellende wel eens achter de rug gehad heeft, zal er een aantal bekend voorkomen: ip adres van de machine, ip adres van het modem, geen data encryptie, unencrypted password (PAP), challenged handshake authetication protocol (CHAP), enable LCP extensions en software compression, negotiate multi-link connection. Bent u er nog? Gelukkig, want ik was nog lang niet op de helft, maar ik zal u met de rest verder niet lastig vallen en bovendien ben ik het zelf ook al weer allemaal kwijt. Ik ben weer online en laat KPN maar schuiven: van de kwaliteit van de ondersteuning kan het merendeel van de vaderlandse providers nog heel wat leren. Helpdeskhel? Bij KPN huizen engelen in de helpdeskhemel.

 Posted: October 19, 2002, 10:44 PM | Comments (0) |



October 12, 2002

Een vliegende kraai vangt altijd iets

Ooit was de telefoonlijn de enige manier om het internet op te kunnen. Een substantieel gedeelte van de huidige generatie surfers weet dat niet eens en kent niet het schrille gekwaak van het modem. De 'handshake', het protocol waarmee jouw computer zich aan de toegangspoort tot de digitale hemel aanmeldde, klonk als het baltsritueel van twee brulkikkers die te veel sigaren gerookt hadden.

Weet u niet (meer) hoe dat ding schreeuwde? Ga naar Google, tik als zoekwoord 'modem initializing string' of iets dergelijks in en je hebt binnen een paar seconden een site gevonden waar een heel archief aangelegd is van hoe modems toen klonken. De volumeknop van de speakers van je machine op tien en klikken maar. Kicken! Als ik mijn ogen sluit, waan ik me weer op zolder, eind jaren tachtig, en maakt mijn Tulip 286, aangeschaft via een van de toenmalige belastingvrije regelingen, via een 1200 bauds modem verbinding met Amsterdam. Daar zat Max Keyzer, beheerder van 'Nederlands Eerste Algemene Bulletin Board System', en via diens computer kon via het Fido-net vanuit DOS zowaar e-mail sturen naar iets wat internet heette. Je kreeg nog antwoord ook, als je in een computerblad een e-mail adres ontdekt had in Amerika en daar een groet naartoe gestuurd had. Zo!
Er zijn nog steeds modems, dus sommigen van u horen nog dagelijks wat ik bedoel, maar steeds meer mensen maken gebruik van ISDN, (A)DSL of kabel. Glasvezel komt nog wel en omdat wij in zo'n klein landje leven wellicht iets sneller dan in de Sahara. Dan heb je ook nog satelliet en zijn er plannen om ballonnen of vliegtuigen vanaf een hoogte van een kilometer of twaalf als basisstation te laten functioneren. Satelliet, ballon of vliegtuig; dat gaat allemaal draadloos en draadloos is het toverwoord in 2002. Ieder computerblad is vergeven van de advertenties en artikelen met betrekking tot Bluetooth, Wifi, Wlan en uitgebreide handleidingen om draadloze netwerken in te richten. Vorig jaar werden alleen in Amerika al meer dan 8 miljoen 802.11b netwerkkaarten verkocht en ook in Nederland gaan die dingen als warme broodjes over de toog. Het principe is met al die toepassingen hetzelfde: je steekt er een, die als zender fungeert, in wat je basisstation internet is, en een of meerdere in je andere computers, of wat voor apparaten je wenselijk acht. Protocol instellen en alles werkt.
De voordelen zijn evident. Geen gedoe met kabels en alles wat daarbij komt kijken. Nadelen zijn er ook. Een vliegende kraai vangt altijd wat, dus wie van alles door de lucht gaat gooien, moet niet raar staan te kijken als er links en rechts van alles opgevangen wordt. Dus is er met de opkomst van de draadloze netwerken een nieuwe en net zo snel groeiende sport ontstaan: 'War driving'. Je steekt zo'n draadloos netwerkdingetje in een laptop en je gaat wat rondrijden. Bijvoorbeeld het programma 'NetStumbler' vist alles voor je uit en voor je het weet, ben je aangekoppeld bij een draadloos netwerk van een bedrijf en kun je gratis meeliften. Woon je in een buurt waar veel kantoren huis houden, of vlak bij een bedrijventerrein? Zet een 802.11b in je dakgoot en er is een gerede kans dat je voortaan gratis het net op kunt. Of het strafbaar is, weet nog niemand, want er is nog geen jurisprudentie over deze mooie sport. Moeten die systeembeheerders de boel maar beter beveiligen.
Op internet duiken plattegronden op met plaatsen waar zo'n draadloos netwerk niet goed afgeschermd is. War Drivers laten merktekens achter op muren, bomen en lantaarnpalen: hier moet je wezen! Ik woon in de Bredase binnenstad. Binnen gehoorsafstand zitten notariskantoren, makelaars, apotheken, de Koepel, de rechtbank, belastingkantoor, postkantoor, stadskantoor, het GAK, verzekeraars, het politiebureau en volop banken. Waar is mijn laptop en wat kost een 802.11b? Hoe ziet zo'n merkteken er uit en waar is mijn krijtje?

 Posted: October 12, 2002, 10:45 PM | Comments (1) |



October 05, 2002

In wiens tijd leest u dit?

Ooit werkte ik in een diervoederfabriek, waar volop muizen ronddartelden. In dat paradijsje kon bezwaarlijk met rattengif gestrooid worden, en poezen in de fabriek loslaten hielp niet, vanwege de kattenbrokjes.
Er werkte een vrolijke ploegbaas, die thuis een hondenkennel bestierde.

Tijdens de avonddienst bereidde hij in een van de enorme snelkokers een volle pallet hondenvoer die rond middernacht in zijn bestelwagentje verdween. In de tijd van en met de grondstoffen van de baas. Later bestuurde ik een Scania 6x6 in de wegenbouw in Duitsland, waar toen nog 'West' voor stond. Voordat we vrijdagmiddag aftaaiden om bij de koppelbaas in Groesbeek de loonzakjes op te halen, parkeerde de chauffeur van ons ploegje zijn Mercedes naast een dragline of bulldozer. Terwijl zijn Holländische mitarbeiter quasi onschuldig toekeken, onder het genot van een zware Brandaris, werd er door middel van een rubberen slang een volle tank diesel overgeheveld van werktuig naar privé-auto.
Van lease en bijtellingen had nog nooit iemand gehoord, maar het reed lekker goedkoop, terwijl de kilometers voor het volle bedrag gedeclareerd werden. Wat zou dat allemaal gekost hebben? Twee keer werd ik uitgeloot voor de School voor de Journalistiek, en het grootste gedeelte van die bepaald niet verloren jaren werkte ik in Duitsland, in allerlei baantjes, samen met vogels van allerlei pluimage. Een gedeelte daarvan was altijd op zoek naar een manier om de kluit te belazeren, en terugkijkend constateer ik dat het ervaren van dat soort types en eigenschappen goed is voor het opdoen van mensenkennis.
Sociale dienstplicht lijkt me wel iets: verplicht iedereen om twee jaar lang van alles te gaan doen voordat-ie mag gaan studeren. Kan geen kwaad. Als je dan later bij een baas gaat werken die je opdraagt om een vergelijkend onderzoek naar het een of ander te doen, zie je een hoop cijfers in een ander perspectief dan wie nooit aan de wereld geroken heeft. Wie bij Ernst en Young werkt moet smetteloos en haarscherp zijn, vooral goed in optellen en aftrekken. Is dezer dagen bijvoorbeeld in Breda nodig, waar samen met de gemeente Breda uitgevogeld wordt of NAC levensvatbaar is.
E & Y is derhalve een bureau wat qua onafhankelijkheid en betrouwbaarheid kennelijk hoog aangeschreven staat. Pakt datzelfde instituut uit met de resultaten van een onderzoek waaruit zou moeten blijken dat in Nederland jaarlijks miljarden euro's aan productiviteit verloren gaan met surfen en e-mailen in de tijd van de baas. Miljarden? Nou ja, zeg! Get real, jongens. Hoe serieus kan deze ICT barometer genomen worden? Het gaat om de mening van zeshonderd Nederlandse directeuren, managers en ict-professionals. De ondernemingsraden zouden ongetwijfeld een ander verhaal ophangen. Wordt hier verkapt toegegeven dat inmiddels op alle machines van hun ondergeschikten spyware draait die iedere toetsaanslag van de digitale loonslaaf vastlegt?
Dan zou ik dat onderzoek serieus nemen, maar in dat geval zouden er duizenden rechtszaken lopen, en dat is niet het geval. Volgens E&Y gaat het om gemiddeld vijf procent verloren werktijd. Vijf procent? Hoeveel werktijd gaat er verloren op het toilet, met roken, met ouwehoeren op de gang, of het bellen van het lief? Wat ik me afvraag: hoeveel privé-tijd gaat verloren met het surfen voor de baas in de vrije tijd? Lach niet, ik doe dat veel te vaak, en ik weet zeker dat voor veel IT'ers hetzelfde opgaat. Bovendien zou iedere directeur in Nederland tekenen voor een therapie die vijf procent tijd van alle werknemers zou kosten, als de uiteindelijke baat de kost zou ontstijgen.
Los daarvan: surfen en mailen gaat sneller dan telefoneren en faxen, ik bedoel maar. En vijf procent surfen lijkt me nog altijd goedkoper dan fitness of kinderopvang, om maar eens wat te noemen. Trouwens: in wiens tijd zit u dit stukkie te lezen? In die van uzelf, of die van uw baas?

 Posted: October 05, 2002, 10:48 PM | Comments (3) |