Met een paar facetten van de menselijke psyche heb ik me altijd kostelijk geamuseerd als actief beoefenaar van de sportjournalistiek. Dingen die ik vaak terugzie op twee van mijn favoriete televisiekanalen, als het over de dierenwereld gaat: Animal Planet en Discovery Channel.
Het papegaaien, het na-apen, het flemen, de manier waarop de vrouwtjes de felstgekleurde mannetjes in proberen te pikken, heel herkenbaar allemaal.
Zo heb ik ooit de voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond in de lobby van een deftig hotel in razende haast over zijn eigen koffer zien struikelen, waarna de geruite sokken en de witte onderbroeken met rode stippen over het marmer fladderden. Met een rode blos op de konen, omdat hij bij de lift Mats Wilander ontwaarde, en van hem wilde hij twee dingen: een handtekening - nee, niet op een van die onderbroeken - en samen op de foto. Dankzij Privé en Story weet u natuurlijk alles van het fenomeen spelersvrouw. U leest die bladen niet? Ook niet bij de kapper of de tandarts? Dan moet u maar eens naar zo'n programma kijken, over de Paradijsvogel of de Bower Bird.
Die vrouwtjes proberen met zoveel mogelijk felle kleuren of blinkend spul de belangrijkste mannetjes te versieren. Ga eens naar een voetbalwedstrijd en laat u het vak met de spelersvrouwen aanwijzen. Als u bij die vogeltjes op de televisie goed opgelet heeft, kun u ze zelf ook nog wel vinden en snapt u wat ik bedoel.
Voordat u denkt dat het hier de vrouwonvriendelijke kant op gaat: mannen kunnen er ook wat van, vooral als het om papegaaien en na-apen gaat. Het werkt van boven naar beneden, net als in de dierenwereld. Het gedrag van de leiders wordt geïmiteerd door de wat minder krachtigen, de jonkies doen de volwassenen na, en als de leider even niet goed oplet en de andere kant opkijkt, gaat er eentje met zijn vreten vandoor en de ander met een bijvrouw. Winnend gedrag wordt door alle diersoorten gekopieerd, teneinde overlevingskansen te vergroten. Voetbaltrainers, die nog nooit van Darwinisme gehoord hebben, passen het desondanks toe, vanuit een dierlijk instinct. Wie niet beschikt over de techniek, de brutaliteit of de staat van dienst van respectievelijk Cruijff, Van Gaal en Koeman, gaat gewoon op dezelfde manier praten.
Dus lult alles en iedereen tegenwoordig in de verkeerde persoon - je moet toch wat - en valt er meestal geen touw aan vast te knopen. En klimt zelfs de eerste de beste amateurtrainer luidkeels en zwaar beledigd in de gordijnen als er kanttekeningen bij zijn opstelling geplaatst worden.
Tot voor kort kenden we dat allemaal van de voetbalwereld, waar het tegenwoordig usance is dat een trainer nog voor de winterstop te verstaan wordt gegeven dat zijn contract eind juni niet verlengd zal worden. Waarmee hij stante pede tot aangeschoten wild verklaard is, en maar zien moet hoe hij de bloed ruikende meute in bedwang moet houden. Een wereldje waarin wel vaker net zo lang naar iemands hielen gehapt wordt, tot hij eraan onderdoor gaat. Het lijkt wel of het hockey erdoor geïnspireerd geraakt is, met rode kaarten, gebroken neuzen en spelers die een trainer ten val brengen. Je zou je bijna afvragen of ze in dat wereldje te langen leste de hete aardappel uit de keel peuren, en straks ook voetbalwartaal gaan hanteren. Verder heb ik in Oranje - voor de goede orde: hockey - weer het volste vertrouwen nu ze Terry Walsh als bondscoach aangesteld hebben. Alle Australische sporters beoefenen hun sport zoals ze op de lagere school 'footie' geleerd hebben, hardlopen of zwemmen; geen gezeik, keihard, recht op het doel af. Op die manier speelde Walsh zelf jarenlang midvoor in het nationale team, en natuurlijk gaat-ie in die traditie een en ander rechtzetten. In een hockeyselectie die er net aan gewend is geraakt om zelf de dienst uit te maken. Het lijkt me een prachtig onderwerp voor Animal Planet: de eerste les van die brutale snotapen door de oude grizzlybeer. Zouden ze angstig piepen?
Posted: November 29, 2003, 09:15 PM | Comments (0) |
Ik heb het moment gemist, omdat ik me met die 6-0 op het scorebord zat af te vragen of ik sliep of wakker was. Da’s jammer, want zo vaak zie je Hans Kraay junior niet beteuterd kijken.
U ziet hem misschien als een pedante egotripper, iets teveel doorgebakken onder de zonnebank, en voor het contrast iedere avond voor het slapen gaan een beetje bleekwater op haar en tanden. U denkt er maar wat u ervan wilt denken, ik vind het een verrekte vrolijke snuiter, met een aanstekelijk optimistische kijk op de wereld in het algemeen en op het voetbal in het bijzonder. Ik heb dus helemaal niks tegen Hans junior, ooit een bevlogen voetballer die, in dienst van NAC, 24 wedstrijden geschorst werd omdat hij in het vuur van het spel per ongeluk tegen een scheidsrechter opgelopen was.
Die aardige interviewer dus, die op de televisie tussen de bedrijven door oogverblindend lachend toegeeft dat’ie zich er helemaal niet voor schaamt dat-ie bij Wehkamp gaat winkelen, en wie weet zou ik hetzelfde doen als ik daar een mooie zonnebank uit mocht zoeken. U heeft mij derhalve intussen nog steeds niks lulligs over Hans Kraay junior horen zeggen. Ach, misschien een ADHD’ertje avant la lettre, maar, zeg nou zelf, verder een schat van een jongen.
Zo anders dan ik en mijn in het vak verzuurde collega-azijnpissers, die, het is maar dat u het weet, ook onderling wel eens met modder willen smijten. Zo roept die Henri van der Steen, dezelfde zeurpiet die altijd van die nare vragen stelt aan meneer Advocaat en daar vervolgens van die zeikerige stukjes van maakt, altijd ‘vuile columnist’ als’ie mij ontwaart. Wat hem dwars zit weet ik niet, en in mijn archief kan ik niks vinden, dus het zal wel satirisch bedoeld zijn. Gelukkig heb ik geen Diets bloed in mijn aderen, dus ik kan er tegen.
Misschien maar goed dat ik niet gezien heb dat die verwende voetbalmiljonairs die leuke Hans na afloop van die 6-0 straal voorbij liepen, en hem verbouwereerd lieten staan, met zijn microfoon als enige vriend. Dan hadden de tranen in mijn ogen geschoten, want dat verdient de schat niet. Ik bedoel maar, heeft u hem wel eens iets lulligs aan een voetballer horen vragen? Meestal gaat het zo van: ‘Ben je het met me eens dat het maar een matige wedstrijd was, waarbij veel te weinig over de vleugels gespeeld werd? En dat er maar één echte uitblinker was, de man nu voor mij staat?’ Om vervolgens met een brede grijns, zelf schuin naar de camera loerend, de microfoon zowat in de keel van de ander te douwen. Je zou bijna gaan roepen dat dat het verkeerde gat is, en dat’ie met al dat geslijm beter in een plantsoen in Eindhoven op zoek kan gaan naar nieuws dat ze bij Panorama en de Gay Krant niet hard gemaakt kregen.
Dat doe ik dus niet, want ik heb medelijden met Hans. Omdat de druiven al zo zuur waren, toen hij daar woensdagavond voor lul stond. Kraay junior is namelijk niet van lotje getikt: op dat moment besefte hij drommels goed dat de NOS, na die 6-0, een dag later lachend de uitzendrechten van het EK binnen zou gaan halen.
Ik zal het maar verklappen: dat was eigenlijk de enige reden dat ik tevergeefs voor die weerloze Schotten heb zitten duimen. Zonder Oranje had de NOS misschien niet gedokt, en dan hadden we komende zomer drie weken lang exclusief van Hans kunnen genieten.
Kun je nagaan wat er woensdagavond allemaal door het hoofd van die arme jongen heeft gespookt toen zijn zogenaamde vrienden hem links lieten liggen. Hij barstte niet eens in huilen uit, de schat! Voortaan wel even nadenken, verwende voetbalego's, voordat jullie weer te groot zijn om de pers te woord te staan. Zo’n jongen als Hans, die laat je niet zomaar staan, die geef je minstens een lolly.
Heeft’ie tenminste iets om aan te zuigen.
Posted: November 22, 2003, 04:52 PM | Comments (0) |

Her Town (previous entry) made me think of how my career almost crashed at the very beginning, as an apprentice, at a regional newpaper. On the second day of my apprenticeship the editor send me to the village of Made, where the mayor opened a new primary school.
Het cut tape, children were singing, I wrote down his complete speech, and I listened to proud teachers. Of course I didn't ask for mayor for his name, because you don't ask a mayor what his name is. Back at the office I took the Brabant Almanak to check how to spell the name of the burgemeester of Made: C. Smits.
Then I wrote my article, and as mayor Smits had said a lot of nice and interesting words, the whole article was built around his speech, and of course his name was mentioned often.
Next morning the phone started ringing pretty early. The editor in chief on the other end of the line was in a rather excited state of mind. Het told me in such a loud voice that I would have understand him perfect from seven miles distance even without the phone working, that Smits, a very popular man in Made, had died three months before I wrote my article.
Even louder shouting, he explained that he'd already received more than threehundred calls originating from Made, that about forty households had unsunscribed, so, how the hell and what the hack and why the f...?
When I finally dared to interfere his anger with the Brabant Almanak, he slammed down the receiver. On the third day of my apprenticeship, I silently made my way to the central desk to be confronted with a very unhappy editor, the one who'd send me to Made, and who had edited my story the day before.
I took the Brabant Almanak, my career saving witness. As it turned out the latest edition was just a bit over fourt months old, printed less than four weeks before the untimely dead of the popular mayor.
We'd both learned something important. I always doublecheck names when writing about persons, and then I check them again, somewhere else. He always doublechecks names in articles about mayors, especially when written by apprentices, and then checks them again, somewhere else.
Posted: November 20, 2003, 09:23 PM | Comments (0) |

According to some old timers on my job, Heather Heaton must be a happy woman. They think she has got the best job in the world, being a journalist. On top of that she is writing all articles, taking all pictures and editing everything for a little regional newspaper. 'It is the perfect start for a career in journalism', they mumble, in the meantime thinking about retirement, 'because all your readers know who you are, and nowhere you will get as much feedback on your writing by your readers. 'There is no way to learn the occupation better’.
Such is the live and the work of Heather Heaton, working for the Millerton News in Millerton, upstate New York. Writer Susan Orlean described her in the brilliant essay 'Her Town', part of a collection of short stories, published as: 'The Bullfighter Checks Her Makeup: My Encounters With Extraordinary People'.
The short stories gives a nice view of live in Millerton, and all things that matter in a small, white, republican, American town. Live as reporter of the Millerton News is simple: being the one and only reporter you only have to take care that each week's new front page features seven or eight stories, and two or three photographs. All stories have bylines, all pictures have credit-lines. That's it.
Like the June 15 edition, with seven articles written by Heather: Elementary Students Learn About Diversity, More Answers Needed About Asessor's Job, Egg Rolls, Bagels, Coming To RR Plaza, Festival Was Just The Berries, Webutuck Board Adresses Concerns Raised At Workshop, Doc Bartlett Remembered As 'All-Round Good Man' and Funds Still Needed.
As I have been travelling quit a bit trough New England, I envie Heather Heaton for living and working there. Or do I tend to forget once more that traveling through a nice and beautiful country is so very different 'from working and living there?
Posted: November 20, 2003, 09:21 PM | Comments (0) |
Het valt niet mee om iets te schrijven wat nog niet geschreven is over wat voetballend Nederland vanmiddag te wachten staat. Na de research die zo fanatiek gepleegd is op alle sportredacties in Nederland, en de daaruit voortvloeiende brij artikelen.
Dankzij dat wetenschappelijke onderzoek - om van de ermee gepaard gaande discussies maar niet te spreken - kunt ook u zich nu weer enkele namen en momenten herinneren die al lang in vergetelheid geraakt waren. Die rare goal van Wim Kieft bijvoorbeeld, die met zijn blonde knar een van de grond opstuitende klutsbal pardoes tot reddende treffer kopte. Die solo van René van der Kerkhof op rechts, zodat Nederland in Leipzig uiteindelijk won, terwijl het bij de rust met 2-0 achterstond. Zo zijn er de afgelopen dagen meer teruggeplaatst in mijn grijze cellen, glorieuze momenten, maar ook de zeperds.
Eentje was ik zelf nooit vergeten. Uitslag niet, dag niet, datum niet.
Woensdagavond 20 november 1985, toen George Grün vlak voor tijd een mooie, gekrulde voorzet van Eric Gerets binnenkopte. Niet gehinderd door de veel langere John van Loen naast hem, die versteend toekeek. Terwijl, na het verlies in Brussel, alles zo kits leek, nadat Houtman en De Wit in Rotterdam voor 2-0 hadden gezorgd. Mis poes, want door de goal van Grün gingen de Belgen op doelsaldo naar het WK van '86.
Die avond ben ik om andere redenen niet vergeten. De volgende morgen vroeg zou ik voor de eerste keer naar Australië vliegen, met Olympic Airways. Normaal gesproken neem je de dag voor zo'n lange trip vrij, maar omdat een collega zich onverwacht ziek meldde, terwijl twee anderen lekker zelf in Rotterdam Zuid zaten, diende ik die avond alsnog als eindredacteur op te draven. Die niet alleen qua voetbal dramatisch zou worden.
Twintig jaar geleden werd de krant gemaakt op een Harris systeem, een grote mainframe computer. Harde schijven waren toen nog van het formaat van een langspeelplaat (kent u die nog?) en die dingen zaten op elkaar gestapeld in een robotachtige behuizing.
Daar ging 's nachts iets goed mis. Als ik me wel herinner liep er een lagertje langzaam warm, en nadat de boel krakend en piepend tot stilstand gekomen was, bleek zijn back up niet aan de gang te krijgen. Het resultaat was, maar dat was u allang vergeten, dat de krant van donderdag niet bezorgd kon worden.
Hetgeen ik pas veel later hoorde, na een memorabele trip, via Athene en Singapore, naar Melbourne. Tegen die tijd was ik, achterin een afgeladen 747, dikke vrienden met ondermeer Charlie Yankos, Robbie Dunn, Jim Patikas, Oscar Crino, John Kosmina en nog enkele andere aardige snuiters met een fantastisch accent. Met bier wisten ze wel raad, waardoor de voorraad halverwege de lange vlucht van Athene naar Singapore uitgeput bleek te zijn. Het mocht de pret niet drukken, net zomin als ze ermee zaten dat ze de vorige avond in een volgepakt Hampden Park met 2-0 van Schotland hadden verloren, in de ‘shoot out' voor het WK van 1986. Het waren de Socceroos, die in hun kwalificatiewedstrijden (met een doelsaldo van 19-2!) ongeslagen waren gebleven tegen Nieuw-Zeeland, Israël en Taiwan.
Die desondanks, als winnaar van een voor de FIFA te verwaarlozen groep, nog even twee extra duels moesten spelen tegen een veel belangrijker nummer twee van een Europese groep. Mede vanwege die idiote regel heeft Australië maar één wereldkampioenschap gehaald, dat van 1974. Waar ze in een groep met Oost- en West-Duitsland terecht kwamen, waarvan ze met respectievelijk 2-0 en 3-0 verloren. De laatste wedstrijd, tegen Chili, eindigde in 0-0.
In 1985 zag ik twee weken later in het immense Melbourne Cricket Ground-stadion hoe Schotland aangepakt moet worden: niet mooi, maar met opgestroopte mouwen. Niet dat het mijn nieuwbakken maten hielp. De Schotten stonden de hele wedstrijd met de rug tegen de muur, maar de bal wilde er maar niet in, en met de 0-0 mocht Schotland naar Mexico. Ditmaal bleek na afloop voldoende bier voorhanden.
Posted: November 15, 2003, 10:25 PM | Comments (0) |
I haven't been here for a while. The main reason: the foto-contest in the newspaper that kept me quite busy the last three weeks. As almost 1000 pictures have been sent in by our readers, we call it a succes.
It's interesting to see the shift from classic to digital. 
Two years ago we ran a similar contest, with a cultural theme. The percentage of digital pictures then was approximately 60, with 40 percent prints sent in, that had to be scanned. For the baby picture contest, that closed the first week of january 2003, the percentage was 70 digital, 30 prints. Now only 150 photographs have been sent in by mail, so almost 85 percent of the contestants used a digital camera or a scanner.
I resized all thumbnails manually. I know you can do it fully automatically, be it in Photoshop, Paint Shop Pro, Fireworks, and some other applications, but i never like the results. The thumbnail pages are the front face of any album, and in most cases I've cropped part of the bigger picture before resizing them to the thumbnail size.
Entering the data of the contestants (name, adress, e-mail, phone) was a nuisance, as most of them use different ways, formats, mail-clients. Next time i'll set up a scheme where contestants upload there own pictures by means of a web-based form, and have to enter their data themselves. Probably already for next Christmas and the Xmas-card contest.
Posted: November 01, 2003, 10:30 PM | Comments (0) |