De Amerikaanse bandbreedtedief die ik vorige week van zijn verdiende loon voorzien heb, heeft kennelijk niet al te veel gevoel voor humor. Of hij huldigt het verstandige motto dat wie geschoren wordt, beter stil kan blijven zitten.
Dat is jammer, want ik was nieuwsgierig of hij er iets van geleerd heeft en zijn leven gaat beteren. Meneer, of jongen - hoe noem je iemand die 24 jaar oud is? - is een haantje de voorste op een drukbezocht forum van supporters van ijshockeyclub The Detroit Red Wings.
Zijn echte naam staat niet bij zijn profiel, maar hij noemt zich SouthernWingsFan en heeft wellicht een lelijk probleem als het om internetverslaving gaat.
Zijn statistieken laten zien dat-ie, sinds hij op 13 april 2003 geregistreerd werd op dat forum, er ruim achtduizend maal een boodschap heeft geplaatst. Achtduizend maal in ruim tien maanden is een gemiddelde van 26 per dag. Zou hij dat in de tijd van de baas doen? Het gaat, zoals op te veel forums, een te groot gedeelte van de tijd over niks, waar enkele schreeuwlelijken de verstandige rest constant overstemmen. SouthernWingsFan dook in mijn leven op, toen ik weer eens naar de statistieken van mijn webserver keek, die op een dinsdag, een dag waarop normaal gesproken niks bijzonders gebeurd op mijn krocht in het digitale heelal, ineens over de 3000 bezoekers bleek te scoren. Even verder gespit in de statistieken bleek dat een foto van Tom Cruise, die bij een sportcolumn over ‘Show Me The Money’ was geplaatst, 3600 keer opgevraagd was, terwijl de bijbehorende tekst door niemand opgevraagd was. Zonder al te technisch te worden: op dat moment weet je dat iemand bandbreedte van je steelt. Iemand die te beroerd is om zelf een server te onderhouden en daarop zijn eigen foto’s te plaatsen en iets te betalen voor de keren dat-ie bekeken wordt. De logfiles van mijn server wezen me de weg naar de Detroit Red Wings en de boosdoener in kwestie. Wat nu? Er zijn manieren om zoiets te voorkomen of te beëindigen, maar een beetje wraak leek me passender. Hoe maak je die wraak zo zoet mogelijk? De oplossing was simpel en als u op u homepage of website ook zoiets overkomt, mag u mijn streek wat mij betreft herhalen. Omdat de aanwezigheid van desbetreffende foto op mijn server geen enkele noodzaak, behalve het opluisteren van een verhaaltje diende, verwijderde ik de foto en de link ernaartoe. Dat zou normaal gesproken een rood kruisje opgeleverd hebben op de achtduizend plaatsen in het forum waar SouthernWingsFan het gewraakte plaatje op liet duiken. Want hij had het gebruikt als zijn eigen pasfoto, zodat het als een soort handtekening opdook bij alle mededelingen die hij ooit in dat forum had geplaatst. Een rood kruisje was niet genoeg wraak, dus maar even op Google gezocht naar een mooi plaatje. Met een beetje fantasie komt u vanzelf op een passend zoekwoord, en u wilt niet weten wat u dan allemaal tegenkomt. Het moeilijkste is nog om voor jezelf te bepalen wat nog net wel, of eigenlijk net niet meer, door de beugel kan. Ik kan me voorstellen dat de helft van de duizenden geregistreerde bezoekers van de site van RedWings zich op de dijen gekletst heeft van het lachen en dat de andere helft hem een woedende message gestuurd heeft. Hoe hij het in zijn hoofd haalt om zo’n foto als ikoon van zichzelf te gebruiken! Hoe dan ook, dat mooie portret, genaamd ‘dickhead’, heeft niet langer dan een uur op het forum gestaan. Ik vraag me af of hij door de beheerder uit zijn bed gebeld is, maar omdat-ie mijn mail niet beantwoordt, blijft dat voor mij een vraag. Niet of-ie er iets van geleerd heeft, want na een week blijkt dat niet zo te zijn; op de plaats van zijn portret staat nu een portret van Animal, een van de oudste Muppets, rechtstreeks gelinkt, bandbreedte jattend, van weer een andere website. Wat ik me afvraag: moet ik die website een mailtje sturen met het hoe en wat en hoe recidivist SouthernWingsFan nog een keer te grazen te nemen? Eens even kijken of er plaatjes op het web rondzwerven onder het zoekwoord ‘recidivist’. Veel vervelender blijft het gedonder met spam en virussen. De virussen - afkloppen! - zijn ook deze week buiten de deur gebleven dankzij het dicht houden van de firewall en de dagelijkse update van de virusscanner. Spam daarentegen is een nog dagelijks groeiend probleem. Na een weekje vakantie zaten er 600 mailtjes in de inbox en 1600 in de prullenmand. De laatste zijn daarheen verwezen door SpamAssasin, een filter dat op de server draait. Het probleem is dat SpamAssasin aan de ene kant zijn werk te goed doet en aan de andere kant niet goed genoeg. Dus kan driekwart van die 600 alsnog ongelezen weggegooid worden en moeten die 1600 eigenlijk nagekeken worden, want er kunnen legitieme mailtjes tussen zitten, door SpamAssasin ten onrechte als ongewenste reclame verwijderd. Daar heb ik helaas geen tijd voor, dus wie op een antwoord zit te wachten, weet nu waarom. Een simpele oplossing, toe te passen door iedereen die van zijn host of provider meerdere accounts aan mag maken, is om één keer in de maand van e-mail adres te veranderen. Werkt perfect, maar je maakt er geen vrienden mee, omdat al je contacten met foutmeldingen om de oren geslagen worden. Een definitieve oplossing is er helaas niet of zullen we met zijn allen dan maar weer de fax gaan gebruiken? Toch maar niet, want daar is de ellende van ongevraagde reclame mee begonnen, toen dat apparaat twintig jaar geleden al de ene na de andere aanbieding uit begon te spugen.
Link: Bandwith Stealing
Link: Methods of prevention
Posted: February 28, 2004, 10:06 PM | Comments (0) |
Sinds Kuifje op 9 januari 75 jaar geworden is, en ik erin geslaagd ben om in Breda de allerlaatste Gazet van Antwerpen van die dag te pakken te krijgen, heb ik iets met die krant.
Niet omdat dat jubileumnummer van anderhalve euro, waarin alle foto's door een passende tekening uit één van de albums van Kuifje afgedrukt is, inmiddels tien keer zoveel waard geworden is. Het blijft netjes uitgevouwen in een map in de kast liggen, wie weet mettertijd genoeg waard voor het dichten van een pensioengat.
De Gazet blijft een mooie krant om onze krant mee te vergelijken, zonder in Belgenmoppen te vervallen, want sommige dingen doen ze een stuk beter dan wij. Koop er vandaag één en oordeel zelf.
Terwijl u dit leest, is het de vraag of de Omloop Het Volk doorgaat, vanwege het op Vlaanderen gevallen pak sneeuw, maar de wielerbijlage met de voorbeschouwingen van afgelopen donderdag mocht er wezen. Mooie opmaak, messcherpe foto's, lezenswaardige verhalen, omsierd door interessante vragen aan kopmannen en slaven, met opvallende antwoorden.
Op de vraag ‘wat vindt u het aangenaamst aan uw beroep?’ laat 75 procent van de ondervraagden weten dat dat het werken in de vrije natuur is. Dat de helft zegt verdachtmakingen omtrent dopinggebruik het vervelendste te vinden, valt me mee. Merkwaardig daarentegen is dat een derde zegt dat ‘de veiligheid onderweg tijdens training en wedstrijden’ het vervelendste is. Misschien dat het verschil tussen Vlaams en Hollands hier parten speelt, maar ik neem aan dat het tegendeel bedoeld is.
Het mij meest verbazende gegeven uit het onderzoek van de Belgische profs is het aantal uren dat ze per week op het zadel zitten. Terwijl in het begeleidende stukje uitgelegd wordt dat een profrenner nog steeds dubbel zoveel traint als een profvoetballer, meende ik dat er veel meer getraind werd door de fietsers. De grootste groep doet het, inclusief trainingen en wedstrijden, tussen de 25 en 30 uur per week, met uitschieters naar boven en beneden. Terwijl ik dacht dat die gasten twaalf uur per etmaal sliepen, om het resterende dozijn uur de trappers rond te stoempen. Maar dat komt misschien doordat ik in het verleden misschien iets te veel interviews gelezen heb met ware trainingsbeesten, zoals de gebroeders De Vlaeminck en Adrie van der Poel.
Van die twee Belgen meen ik me te herinneren dat ze ‘s morgens 200 kilometer wegtrapten, bij een bakker vijf koffie met slagroom en twaalf eclairs achteroversloegen, om er daarna net zo gemakkelijk nog 120 kilometer tegenaan te gooien. Om thuis met een lange eindsprint te eindigen, want ze gunden elkaar het licht in de ogen niet. Een paar jaar geleden was er een pracht van een documentaire op de BRT over het wielerleven van het illustere broederduo. Het eindigde ermee dat Roger zout in een oude wonde strooide, waarop Eric de microfoon van zijn revers trok en woedend de studio uitbeende. Wie niet tegen zijn verlies kan, leert dat kennelijk nooit meer af.
Het is één van de onmisbare eigenschappen om de top te bereiken, naast talent, longinhoud, benen en doorzettingsvermogen: niet tegen je verlies kunnen. Mij best, zolang de wedstrijd bezig is, maar waar ik niet van hou, is gezeik na afloop. Zoals Sven Nijs, toen hij twee weken geleden de wereldbeker cross aan zijn neus voorbij zag gaan omdat ie zelf de slag gemist had, maar na afloop alles en iedereen de schuld gaf, behalve zichzelf.
Toch blijk ik er met mijn veronderstelling dat een (Belgische) profrenner twaalf uur slaapt, niet ver naast te zitten. Zes procent blijkt inderdaad de helft van zijn werkzame leven tussen de lakens te liggen, terwijl driekwart tegen de tien uur slaapt. Niet alleen over de kwantitatieve aanwezigheid in bed heeft de Belgische wielermadam geen klagen, de Belgische wielerprof blijkt ook een voorbeeldige huisman te zijn. Zegt-ie zelf, want de madammen in kwestie zijn niet ondervraagd. Tachtig procent beweert met droge ogen dagelijks de afwas en de boodschappen te doen. Geen wonder dat er bijna geen Belgische wielrenner is die gelooft dat een Belgische wielrenner dit jaar de Tour kan winnen.
Zeg nou zelf: ziet u Lance Armstrong een stofzuiger hanteren?
Posted: February 27, 2004, 10:07 PM | Comments (0) |

Normen en waarden, rechten en plichten, eigen verantwoordelijkheid. Hoe het met normen en waarden van de content in de krochten van uw computer gesteld is, zoekt u zelf maar uit. Maar met alle rechten en voordelen die u verworven denkt te hebben met uw machine, komen nogal wat plichten. Als u die plichten verzaakt, slaat de verloedering toe. Voordat u het weet, is uw nette digitale hoekje verworden tot een virtueel getto, waar wetteloosheid en losbandigheid heersen.
Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen: ik beken maar meteen dat ik in het verleden de nodige fouten begaan heb. Zelf heb ik ze met schade en schande afgeleerd, maar nog lang niet iedereen gaat dagelijks te biecht bij de geestelijke vader van zijn anti-virus programma. Maar weinigen maken iedere dag een back-up van wat van waarde en weerloos is. Niet overal is de apparatuur beschermd met vliegenvangers waar spam aan blijft plakken. Laat het berouw voor de zonde komen, en geef maar toe dat het verrekte lastig is om die firewall goed te configureren.
Voor wie zich in voorgaande alinea herkent als een hardnekkige zondaar; huiver, maar weet dat het nog niet te laat is. Uw redding is nabij, als u zich voortaan volgens de volgende regels en geboden achter de computer en op internet gedraagt.
Iedere dag doen: de laatste virusdefinities downloaden. Nieuwe virussen verspreiden zich tegenwoordig binnen enkele uren over de wereld, dus er is niets op tegen als u tweemaal per dag de zegen van uw anti-virusgoden vraagt. Ook iedere dag doen: een incremental back-up maken, een kopie van alle bestanden die veranderd zijn na uw laatste volledige back-up. Altijd doen, meermalen per dag: uw computer herstarten, als een programma gecrasht is. Ook al is de rest van de machine niet bevroren, als er een programma onderuit gaat, kunnen boosdoeners in het geheugen blijven hangen, waardoor andere programma's trager reageren, of op hun beurt nieuwe problemen veroorzaken. Als u deze dagelijkse doenertjes tot een vaste routine maakt, wordt uw computerleven iets gemakkelijker. Genoeg is het nog niet, want er zijn nog dingen die u minstens een keer per week, per maand en per jaar dient te doen. Wekelijks: een volledige virusscan draaien, een volledige back-up maken, naar de website van Microsoft gaan om de laatste patches voor uw systeem te installeren. Ook iedere week even een tooltje draaien, dat controleert op de aanwezigheid van de stiekeme spyware. Die dingetjes, die zich via uw browser in het register van Windows nestelen, of zichzelf verbergen op uw harde schijf, worden vaak niet door een virusscanner aangepakt, maar u kunt er wel lelijk veel last van hebben.
De maandelijkse verplichtingen: bezoek de websites van de leveranciers van alle programma's die u draait. Kijk of er upgrades of patches beschikbaar zijn waarmee die programma's sneller en/of stabieler geacht worden te werken. Doe hetzelfde met de drivers van alle apparaten die in de computer zitten of die er via een kabel aan vast zitten: geluidskaart, grafische kaart, monitor, scanner, camera, en wat dies meer zij.
U zult zien dat u aan het eind van dit jaar, als u alle wekelijkse en maandelijkse klusjes plichtsgetrouw uitgevoerd heeft, aanmerkelijk minder gelazer met uw machine(s) gehad zult hebben dan u gewend was.
Resteert nog het groot onderhoud dat u een keer per jaar in dient te plannen.
Het eerste is stofzuigen. Zorg er wel voor dat u niet al te statisch geladen bent als u dat doet, want de in uw lichaam aanwezige elektriciteit kan enkele gevoelige componenten in uw machine voorgoed naar de filistijnen helpen. Raak dus even de verwarming aan of doe een anti-statisch polsbandje om voordat u de kast openmaakt. Daarna voorzichtig al het stof verwijderen dat zich in de kast heeft opgehoopt en het goed functioneren van de koeling kan verhinderen.
Als u de wekelijkse en maandelijkse onderhoudswerkzaamheden netjes uitgevoerd hebt, dan kunt u nog het idee hebben dat-ie niet meer zo lekker loopt als-ie eerst deed. Maak in dat geval een volledige back-up en gebruik vervolgens de herstel-cd die bij de machine geleverd is, of die u zelf hebt aangemaakt.
Het laatste klusje: een diagnose van uw hardware laten maken – daar zijn heel mooie programma's voor – dat het falen van sommige componenten signaleert voordat de hele handel in rook op gaat.
U denkt al aan een andere hobby? Niet weglopen voor verantwoordelijkheid. U krijgt er een perfect werkend systeem mee – uiteraard zonder garanties mijnerzijds – met als bijkomend voordeel dat u weet wat rechten en plichten precies betekent.
Ben u bang dat u er zelf niet uit komt? Zolang uw computer nog overeind is en uw internetverbinding nog werkt, is de hulp altijd voorhanden. Wacht dus niet tot de nood het hoogst is, want dan gaat dat spreekwoord in dit geval niet op. Ga daarom eens op bezoek op de honderden forums op het web, waar duizenden klaar staan om een handje te helpen. Zoek bijvoorbeeld, net zo simpel als doeltreffend naar ‘hulp bij computerproblemen’ op Google en van alle kanten worden helpende handen toegestoken. Als dat in het dagelijkse leven ook zo snel en gemakkelijk zou gaan, was de wereld een stuk aangenamer.
Bijvoorbeeld de website www.helpmij.nl doet het gratis en als u er dan nog niet uitkomt, komt u via dezelfde zoekvraag tientallen zich specialist noemende probleemoplossers tegen die beweren dat ze voor een bescheiden bedrag al uw problemen op komen lossen.
Posted: February 21, 2004, 06:38 PM | Comments (2) |
Het was maar een heel klein stukje, in een verloren hoekje op de voorpagina, afgelopen donderdag: ‘Chips tegen winkeldiefstal’. De complete tekst: winkeliers schakelen massaal over op de beveiliging van artikelen met onzichtbare chips, in plaats van magneetstrips of -labels. Binnen twee jaar zijn de artikelen die het meest worden gestolen, standaard voorzien van zulke chips, meldt de Raad voor de Nederlandse Detailhandel.
RFID chips dus, oftewel de radio frequency identification chip. Terwijl de eerste de beste tikgeit in Nederland tegenwoordig als ‘data entry processor’ in dienst genomen is, gaan ze in Duitsland iets zorgvuldiger met eigen taal om en heet dat netjes ‘Datenverarbeitungs-controllerin’.
Ze is daar ook niet verantwoordelijk voor ‘customer care relations’, zoals dat hier in de personeelsadvertenties staat, maar van de solliciterende Fraulein wordt gevraagd dat ze zorg draagt voor ‘einen störungsfreien Ablauf der Geschäftsprozesse’. Hoe ze RFID in het oosten noemen weet ik nog niet, maar RFID zal hier snel beklijven, dus wees gewaarschuwd. Niet zozeer voor de verloedering van het Nederlands, want daar valt, vrees ik, mettertijd steeds minder aan te doen. Wees vooral gewaarschuwd voor wat de Raad voor de Nederlandse detailhandel wijselijk verzwijgt over wat winkeliers straks allemaal uit kunnen gaan spoken met die minieme wondertjes der techniek. Misschien heeft u er al een zonder dat u het weet, bengelend aan uw sleutelring. De mijne weigerde een paar weken geleden na drie jaar voor het eerst dienst, toen het rode lampje van de startonderbreker van mijn auto bleef branden. Nader onderzoek leerde me dat het zwarte plastic hulsje aan de sleutelring gebroken was, waarna na meer zoeken een piepklein glazen buisje uit de volgepropte sporttas tevoorschijn kwam. Verrek, zijn die dingen zo klein? Met een stukje tape weer in het hulsje geplakt deed mijn RFID waar-ie voor geprogrammeerd is: zich melden bij de auto, het retoursignaal van de auto identificeren als bekend en daarna een code sturen waarmee de startonderbreking opgeheven werd. Prachtige techniek, zo klein, zo simpel, zo doeltreffend. Maar, zoals het geval met alle eerder uitgevonden zegeningen der vooruitgang, met de onvermijdelijk kansen op misbruik, al dan net niet binnen de grenzen van allerlei wetten, in allerlei landen. Binnen afzienbare tijd zal RFID overal de aloude streepjescode verdrongen hebben. Niet alleen bij Aldi en Albert Heijn, maar in alle denkbare vormen van productie, logistiek, transport en controle. Ook voor u en mij goed nieuws, want het winkelen wordt straks een stuk simpeler. Je pakt je boodschappen uit het schap, je loopt langs een hekje, waar je een pincode intoetst van de kaart die zich, net als de boodschappen, via RFID bij de kassacomputer heeft aangemeld, en je staat buiten. Jatten is er niet meer bij, des te groter het enthousiasme van de detailhandel. In de stickers die op moderne vliegvelden op uw koffers (en op uw ticket) geplakt worden zit al een onzichtbare RFID, en als er nog een streepjescode op staat is dat tijdelijk, tot alle vliegvelden gereed zijn voor RFID. Allemachtig prachtig, maar, zonder dat u zelf met een RFID geïmplanteerd bent, bent u in de toekomst altijd gemakkelijk te identificeren, te volgen of op te sporen. Zonder dat u erom gevraagd heeft, zonder dat u er weet van heeft, laat staat dat u er zin in heeft. U mag zich wat mij betreft gesterkt voelen in de wetenschap dat wie goed doet, niet te vrezen heeft, mij best. Maar ik zou me toch maar enige zorgen maken over de nadelen van die miljarden kleine Big Brothertjes die binnen een paar jaar over de wereld verspreid zijn. Zonder bang te zijn voor Kafkaiaanse of Orwelliaanse toestanden, want wie goed doet heeft immers niet te vrezen, zal RFID ons leven misschien wel veel vervelender dan gemakkelijker maken. Zoals dat met e-mail en internet gegaan is bijvoorbeeld. Hartstikke makkelijk, en we zouden het niet meer kunnen missen, maar intussen zijn we wel verplicht om iedere dag tientallen of honderden ongevraagde mailtjes na te vlooien en te verwijderen, en is ook uw computer onderuit gegaan vanwege MyDoom. Straks zit er in alles dat u ooit gekocht heeft, een RFID chip, ook in de kleren en de schoenen die u draagt. Hoogstwaarschijnlijk is uw aanschaf op elektronische wijze betaald, via pin, chip of creditcard. Zul je zien dat je, als je in de buurt van een filiaal komt, je naam luidkeels wordt omgeroepen, en de aanbiedingen je om de oren vliegen. Als het tenminste allemaal goed blijft gaan. Er gaat tenslotte geen dag voorbij zonder dat er een nieuw gat in Windows ontdekt wordt, of een nieuw virus dat een oud gat gebruikt. Het wachten is op het eerste RFID virus. Bijvoorbeeld eentje dat ervoor zorgt dat alles wat u het afgelopen jaar gekocht heeft, als gestolen te boek blijkt te staan. Beetje ver gezocht, denkt u? In Amerika, in het kader van een marketingonderzoek, maakte een camera een foto van iedere klant die een bepaald soort artikel kocht. De RFID gaf het seintje aan de camera. Straks foto’s van iedereen die een pornoblaadje koopt, een pakje sigaretten of een fles sterke drank? Je hoeft niet paranoïde te zijn om te vrezen dat miljarden Big Brothers uit de Doos van Pandora gaan ontsnappen.
Posted: February 14, 2004, 08:22 PM | Comments (5) |

‘Ambidextrous’ zie je maar zelden staan achter de naam van een speler in de twee gidsen die ik vaak open sla. De ene, de Player Guide van de proftennissers vakmatig, de andere, de Official Encyclopedia of Baseball vanwege liefhebberij.
Schaatsen heb ik nooit beroepsmatig gevolgd, maar ik kan me voorstellen dat die niet noteren wie links of rechts is. Omdat ik zelf nog geen slag kan maken zonder uitglijder ben ik aan bochten nooit toegekomen, maar ik vraag me af of het eerlijk is dat schaatsers het tegen de klok in moeten doen.
Je zou zeggen dat wie links is gemakkelijker een rechterbocht kan draaien. Als twee linkspoten tegen elkaar loten, zouden ze dus net zo goed met de klok mee kunnen rijden, maar het wordt een probleem met de baanwissels als er eentje linksom en de ander rechtsom gaat.
Waarschijnlijk is iedere topper in het kunstschaatsen, ijshockey, boksen, turnen, hockey, ijshockey ook tweebenig, omdat het met die gave allemaal wat gemakkelijker links- en rechtsom draait, springt en slaat. Met fietsen lijkt het me niks uit te maken, al is het wachten op de wetenschapper die beweert dat blad en derailleur van een baanfiets voortaan beter links geplaatst worden vanwege de gewichtsverdeling. Of dat dan net zo’n revolutie teweeg zal brengen als de klapschaats wachten we graag af. Dan zal ik nog tientallen sporten vergeten waarbij het zeker iets uitmaakt is of je linkshandig, rechtsbenig, linkshandig, linksbenig, tweebenig of tweehandig bent.
Even nadenken, het zal om te beginnen overal opgaan waar gegooid, geschopt en geslagen wordt, met of tegen tegen een bal of iets dergelijks, of tegen het lichaam van een ander. Dat worden dus te veel sporten om hier op te noemen, dus ik beperk me tot de twee sporten waar ik mee begon: tennis en honkbal.
In beide sporten geldt de mythe dat lefties geniaal zijn als waarheid. Ik geloof daar niet in. Kijk om u heen en zie hoeveel idioten – en talenten – rechtshandig zijn. Zoals alle minderheden, ongeveer eenzesde van de medemens is links, worden linkspoten gestigmatiseerd door de idiote – of geniale – uitzonderingen onder hen. Denk aan John McEnroe en Goran Ivanisevic, waarmee een hele generatie van linkshandige tennissers als gek en geniaal bestempeld is. Ach, van de top 1000 van die jaren waren er bijna 200 linkshandig, maar die zijn als normaal in de vergetelheid verdwenen.
Bij tennis kun je voordeel hebben als linkshandige, als je vanuit het linkervak serveert op een rechtshandige tegenstander. Maar heb je dus een game later met hetzelfde probleem te kampen als je in het andere vak op de service staat te wachten. Voordeel weggepoetst dus, behalve als je ambidextrous bent; tweehandig.
Bij tennis had je het illustere dubbel, de Jensen Brothers, van wie Luke tijdens de Grand Slams zowel links als rechts serveerde, of voor de lol de hele wedstrijd een forehand hanteerde, links zowel als rechts. Of de eeneiige tweeling Tom en (wijlen) Tim Gullikson, van wie de ene links en de ander rechts was. Tegenstanders en scheidsrechters konden ze niet uit elkaar houden, dus beweerden ze doodleuk dat ze allebei tweehandig waren, en maakten scheidsrechters en tegenstanders hoorndol.
Honkbal is een sport waar het voordeel van linkshandigheid ter plekke benut kan worden door de coach. Een linkse pitcher is vanwege hard gooien aan de binnenkant iets in het voordeel tegen een linkse slagman, een rechtse werper tegen een rechtse hitter.
Dus draaien de zeldzame ‘switch hitters’ doodleuk de rollen om en stappen in het andere slagperk, als de werper met zijn voor hun verkeerde arm gooit. Dat mag echter maar maximaal een keer per slagbeurt, dus is het zaak om dat moment zorgvuldig uit te kiezen. De werper mag het ook, maar dat is de ultieme zeldzaamheid. Greg Harris van Montreal deed het in 1995 in de laatste inning en won de wedstrijd, waarmee hij onsterfelijk werd.
Dat laatste streef ik niet na. Of het voor de lol of serieus is weet ik niet, maar er blijkt zowaar een vereniging te bestaan van schrijvers die het zowel links als rechts doen. Ik tik weliswaar niet met tien vingers maar wel met twee handen.
Zou ik lid van die club mogen worden?
Posted: February 13, 2004, 08:20 PM | Comments (0) |
About four years ago I discovered AtomZ, wrote a column (in Dutch, over here) about it, and used the search engine on the old Watchking site, that disappeared into the virtual Nirvana last year.
I restarted to use AtomZ again a month or so ago, to index the old columns i wrote between 1995 and 1999.
Stuff from '99 on until now is saved in the MySQL database, parsed by MoveableType in its monthly archives.
AtomZ is a perfect free tool if you want to index 500 pages or less of old stuff that, for one way or antoher, you don't want to import in your weblog. More than 500 pages are not indexed, unless you pay for it.
All you have to do is sign up for a free account, fire up the index process, and you're ready. All they ask from you is a neat little logo on your results page.
It's a template driven system, so you can point the templates to your own blog style sheet, or edit them in whatever manner you like. It's fast too, and you can choose from different forms and ways to present the results.
You can have the indexer work on your whole site, but I've used it this way: put all files in a directory, in my case called cyberspace. Go to the control panel of your AtomZ account and exclude alle other directories from the spider, for example by means of a wild card and include /cyberspace als the only directory to be indexed.
Important: when the indexer starts to index there has to be an index file in the directory, containing links to all the files you'd like to have indexed.
Say you don't want the directory to be visited or browsed, because you want it only to be possible to visit the files in question by means of an AtomZ result.
Solution: let the indexer index, remove the index file from the directory, and check that directory browsing is not allowed in your httpd.config.
Have almost 500 files, but no index.html? Allow directory browsing temporarily in httpd.config, browse the directory, save the browser page as index.html and activate the indexer.
Posted: February 12, 2004, 10:15 PM | Comments (0) |

Another way to randomize things, be it pictures, cookies, headlines, entries, postings, archives, whatever.
This one in php, and maybe just a bit simpler, more elegant?
I think so.
My previous method consisted of a server side include call code somewhere (in a template, or in static file, parsed from the template) calling an executable file in the cgi-local, that on its turn executed the randomizer. Whic means you need the call, the script and a file with what you want to randomize.
With the php method you only need a little bit of code, and a file with the randomizer stuff.
Remove the hard breaks, and you have one line of code. Silly? I know a guy who is really freakish about file and code sizes. After having done his html he removes all hard returns form his code, and all the file-names on his server a as short as possible. He runs files like a.htm trough z.htm, and is convinced it speeds up things.
Anyway, the php randomizer, to be embedded anywhere you want it to show up, looks like this:
<?php
$randomizer = file("random.dat");
$random = rand(0, sizeof($randomizer)-1);
echo $randomizer[$random];
?>
In this case the name of the file containing the randomizer is, you guess it: random.dat.
Bring it back to one line of code, and it still works, at least it does on my server;
<?php $randomizer = file("random.dat"); $random = rand(0, sizeof($randomizer)-1); echo $randomizer[$random]; ?>
And of course, my freakish code saving friend would do this:
<?php $a = file("f"); $b= rand(0, sizeof($a)-1); echo $a[$b]; ?>
Works too, funny, isn't it?
Posted: February 09, 2004, 06:49 PM | Comments (0) |
Bumped into a nice looking book about webdesign. Looked like a lonely fish out of the water in the window of a book shop that sells mainly contemporary and classic literature. They had a smell segment of books about design and architecture as well, but this blue eye catcher turned out to be the one and only book in the whole shop about computers or webdesign.
After a short browse I bought it, might come in handy for the restyling project I'm busy with the next couple of months. Not for this website, which is of course, a never-ending project of changes and updates, but for another one, and I'm not allowed to give further information for now.
I'll be back with a review in a couple of days ...
Website writer: whatiswebdesign.com (RotoVision, 2003) ISBN 2-88046-686-5
Posted: February 08, 2004, 04:49 PM | Comments (0) |
Terwijl het virus vrolijk door woekert, vliegen de berekeningen van de astronomische schade, die MyDoom aangericht zou hebben, ons om de oren. Wereldwijd 38.5 miljard dollar, volgens een of ander Brits onderzoeksbureau, en uit Amerika werden soortgelijke bedragen - via internet - de wereld rond getoeterd. Zou het?
Ik steek een natte vinger de lucht in en ik geloof er helemaal niks van. Gelukkig zijn er op deze wereld ook nog clubs, die zich bezig houden met het aan de paal stellen van flauwekul. Het thema van de Skeptics Society was de afgelopen week 'de wetenschap van goed en kwaad', dus die hadden even geen tijd, maar je hebt ook nog zoiets als een webvereniging van het ontmaskeren van virtuele en digitale mythes.
Bezoek Vmyths.com en leer het een en ander over virus mythen, de hysterie eromheen, en alle zogenaamde verstrekkende gevolgen. Aanradertje, met prachtige en ontnuchterende verhalen. Niet alleen over MyDoom, maar ook over alle voorgangers, waaronder het y2k gedoe. U weet misschien nog wel, de millenniumbug zoals hij in Nederland genoemd werd, en met de herinnering daaraan arriveerde heimwee.
Naar 1 januari 2000, driekwart van een jaartje onbetaald verlof achter de rug, toen we onder een fantastische woestijnhemel wakker werden in Nindigully, far outback Queensland (zeven inwoners, een pub en twee huizen), en alles gewoon werkte: de Palm Pilot, de Toshiba, horloges, de boordcomputer van de Toyota, het GPS-systeem, de GSM en de radio. Dat was een pak mijn van mijn hart.
Niet omdat alles het deed, maar vooral omdat ik de maanden daarvoor luidkeels scepsis ten aanzien van alle voorspelde rampen had laten horen. Ik zag zelfs de flappentapper later op de dag flappen spugen, hetgeen me, schaamrood op de kaken, deed beseffen dat ik zelf een zeikerd was geweest.
Want, onder het motto 'je weet maar nooit', hadden wij op de laatste dag van de vorige eeuw voor de zekerheid genoeg Ozzie dollars voor een week getankt.
Iets anders dat ik destijd voorspelde is niet uitgekomen, maar dat kan nog goed komen: ergens in Amerika zal nog wel eens iemand tevoorschijn komen die sinds 01-01-2000 in een bomvrije kelder zit.
In de overtuiging dat op die dag alle beschaving is vergaan, maar wiens voorraad nu uitgeput begint te raken.
Net als die Japanners die dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog opdoken op eilanden in de Stille Oceaan, een roestig samoerai-zwaard in de hand, nog steeds bereid om de geallieerden te lijf te gaan.
Of is zoiets ook maar een keer - of nooit - voorgekomen, en is het daarna een mythe geworden, waarin gegevens, aantallen en jaartallen mettertijd als een virus zijn blijven groeien?
Die bijna veertig miljard dollar schade, de afgelopen week veroorzaakt door MyDoom, moet volgens die Britten gezocht worden in overwerkuren, verloren bandbreedte, reparatiewerkzaamheden, productieverlies. Nou ja, zeg!
Het is maar net hoe je het bekijkt. Wat ze bijvoorbeeld even vergeten is de extra omzet aan koffie, bezorgde pizza's en dieprviesmaaltijden voor de miljoenen arme systeembeheerders die nachten door hebben moeten halen om het virus uit de krochten van hun netwerken te verwijderen. Schade voor de baas, maar hoeveel miljard extra omzet voor de koffieboeren en de pizzabakkers van deze wereld?
Ik chargeer misschien een beetje en u kunt het met recht een domme vergelijking vinden, maar hij is nog niet zo stompzinnig als met droge ogen beweren dat MyDoom veertig miljard schade aangericht heeft.
Vmyths.com rekent op de website voor dat dat bedrag bijna de helft zou zijn van de totale schade die aangericht is door de aanslagen op New York, 11 september 2001. Of meer dan alle schade en ellende in het verwoestende spoor van een van de orkanen die het midden of het zuiden van de Verenigde Staten enkele keren per jaar geselen.
De regerende kampioen der orkanen heet Andrew. Die eiste twaalf jaar geleden enkele tientallen levens, maakt 250.000 mensen dakloos, en liet 25 miljard dollar schade op zijn conto schrijven. Echte schade.
Nog een voorspelling: de volgende jeugdige virusschrijver heeft een paar uur geschiedenisles gehad en noemt zijn nieuwste worm MyAndrew.
www.mi2g.com
www.vmyths.com
www.nhc.noaa.gov/1992andrew.html
www.freeholes.com/joke/toon/y2k/Page2.html
Posted: February 07, 2004, 10:05 AM | Comments (2) |

Leve de lol. Vrees niet, hier volgt geen pleidooi voor het nakende carnaval, al zou je dat als topsport kunnen beschouwen. Want iedere vierder kan met enig recht beweren dat vier dagen kroeglopen een prestatie van formaat is, ook al zit de spierpijn op Aswoensdag voornamelijk tussen de oren. Het gaat om de fiets, waarop wel wat meer gelachen zou mogen worden, waarop men wel wat vriendelijker, of desnoods alleen maar beleefder tegen elkaar, de medefietser en de wandelaar zou mogen zijn.
Voor de goede orde: de racefiets van de liefhebbers. Het gaat niet om het stalen ros, voorzien van zadeltassen en spatlappen, waarop men zich in het ochtendgloren zwijgend naar de dagelijkse gevangenis haast, die voor de een kantoor en de ander school heet. Van dat chagrijn kan ik niet meespreken, maar niet iedereen heeft het getroffen, dus daar val ik niet over.
Wat ik daarentegen niet kan begrijpen, is de overdosis serieuziteit waarmee in Nederland op het koerszadel van de sportfiets plaatsgenomen wordt. Sinds ondergetekende een jaar of drie geleden het fietsen ontdekte als een minder belastend alternatief voor het gedraaf over asfalt en bospaden, vraagt-ie zich af wat er aan de hand is met die Nederlandse fietsers.
Nou was het contrast in het begin van mijn kennismaking met de fiets wel erg groot. Mijn eerste pushbike, zoals ze de fiets Down Under noemen, werd ingereden in een fantastische trip van twee weken, langs Port Philip Bay, de oversteek vanaf Mornington Peninsula en daarna Great Ocean Road, op weg naar Adelaide. Het fantastische zat hem net zo goed in het verblindende natuurschoon van een van de mooiste wegen ter wereld als in de openheid en de vriendelijkheid van de Australiërs, die goed zijn in groeten en aanmoedigen. Iedere renner die je inhaalt, remt even af, vraagt of alles kits is, of-ie je op sleeptouw moet nemen, waar je vandaan komt, waar je heen moet. Ook iedere tegenligger roept lachend iets tegen je.
Hoe anders in Nederland. Ik weet niet wat het is met mijn fietsende landgenoten, maar er is maar zelden een tegenligger die met zijn hoofd knikt, zwaait, of iets roept. En gelachen wordt er al bijna nooit. Zelf blijf ik consequent mij tegemoet komende stoempers groeten, want ik wil niet bij de hufterige horde horen, waar het hier om gaat. Soms krijg je een hooghartige hoofdknik retour, heel af en toe kom je er één tegen met humor en opgewektheid in zijn genen.
Mijn dag is dan weer goed, maar dat is-ie meestal niet als ik zo'n pelotonnetje tegenkom van leeftijdgenoten die om onbegrijpelijke redenen hooghartig het denken uitstralen dat ze moeiteloos mee kunnen in de Tour de France. Zo strak is men gekleed, zo duur zijn de fietsen, zo verbeten kijkt men, terwijl de teller toch echt maar op een kilometer of 34 in het uur staat. Dat is een tempo dat ik mijn eentje in het vlakke niet lang kan handhaven, maar als ik mijn dag heb en uit de wind blijf, kan ik lang aan de staart van zo’n sliert blijven hangen. Je doet er niemand kwaad mee, zou je zeggen, en ach, wat stelt het nou eigenlijk voor? Een beetje amateur kart met dat tempo de Cauberg op en als een echte renner zich kwaad maakt, gaat-ie twee keer zo hard.
Na twee idiote ervaringen ga ik niet meer aan de staart van zo’n peloton hangen. De eerste keer schreeuwde de nummer voorlaatst, die notabene zelf tien kilometer lang geen kopwerk verricht had, tegen me dat ik - ‘godnondeju!’ - op moest rotten. Nou word ik altijd een beetje dwars van dat soort gedoe, maar toen ook de nummers acht en negen zich ermee begonnen te bemoeien - ‘opflikkeren!’ - kwam het inzicht dat het sop de kool niet waard was.
Het kan nog erger. Op een zondagmorgen achter een ander peloton werd ik voorgoed solerend tijdrijder.
Qua fietsen en shirtjes zag het er zeer professioneel uit, hetgeen heerlijk vloekte met de rode koppen, de dikke konten en de uitpuilende buiken. Vloeken deden ze zelf ook; luidkeels tegen alle solerende liefhebbers, bejaarden of moeders met kinderen die het waagden om langzaam hetzelfde fietspad te gebruiken: ‘Uit de weg, godsakkerju nog an toe.’
Posted: February 06, 2004, 10:03 AM | Comments (2) |