Welcome at Krijnen.Com

| Saturday, May 17, 2008, 12:21:55 P.M.  | RSS 1.0 | RSS 2.0 | Atom | Blogger | PhotoAlbums | Contact | Spam Poison |

« March 2005 | Home | May 2005 »

April 29, 2005

Het balletje van Tiger en het Monty Hall probleem

monty.jpgGolf is in, zo te horen. Ik zie collega's die hun hele leven geen stap extra in dienst van de sportieve ontwikkeling van lijf en leden gezet hebben, ineens rondjes wandelen op een golfbaan. Het heeft misschien iets met de overgang te maken, en het prijskaartje dat aan tas, clubs en schoenen bengelt, durven ze niet aan moeder de vrouw te laten zien. Intussen heeft de Aldi die markt ook ontdekt, maar ik vrees dat je met een driver en een paar schoenen van dat merk geen extra punten voor je golfvaardigheidsbewijs scoort. Als voetbalverslaggevers er tot overmaat van ramp ook nog over gaan schrijven, krijg je het volgende proza:

'De ontknoping was zinderend, want op de zestiende hole leek het gelijk te worden tussen Tiger Woods en nummer twee Chris DiMarco. Toen kwam er een wonderbal uit de club van Woods, een huiveringwekkende chip, vanuit moeilijke positie, die op de green landde, een grote boog maakte en toen langzaam naar de hole liep. De bal viel als een traan. De slag zal worden bijgezet als een van de mooiste golfslagen ooit'.
Aldus collega Henri van der Steen, door mij als voetbalschrijver zeer gewaardeerd, twee weken geleden in deze krant, als schoenmaker een aardig eind van zijn leest afgedwaald.
Het kunstje van Tiger heeft u waarschijnlijk al enkele malen voorbij zien rollen en vallen. U zult het de komende jaren nog veel vaker zien, omdat het een balletje van Nike betrof. Er is een reclamefilmpje van gemaakt, zonder er iets aan te veranderen, en er alleen maar 'Just Do' aan toe te voegen.
Op internet is het filmpje van 'de zestiende' een eigen leven gaan leven. Golfbloggers kunnen er maar niet genoeg van krijgen, het wordt her en der, niet gehinderd door copyrights, verspreid en gepubliceerd. En aangepast natuurlijk, in een tijd waarin alles digitaal gemanipuleerd kan worden. Zo kent de website Retecool een wekelijkse wedstrijd, de Foto Fuck Vrijdag, waarin de bezoekers zich uitleven op het 'Photoshoppen' van afbeeldingen van bekende figuren en/of alledaagse gebeurtenissen. Met prachtige winnaars, al zitten er inzendingen tussen waarvan ik niet zo gecharmeerd ben, maar dat is een kwestie van smaak.
Internet is nooit vies van complottheorieën, dus duiken er links en rechts grappenmakers op die proberen te bewijzen dat het Nike-balletje niet vanzelf in het zestiende gat op Augusta gekukeld is. Gelukkig is er ook een natuurkundestudent met gevoel voor humor die een pracht van een site het web opgetakeld heeft onder de passende titel 'hoe ging-ie erin' op howdiditgoin.com. Met vijftien hilarische filmpjes; op het moment dat de golfbal na ligt te denken op de rand van het gat, is er iets ingevoegd door de inzenders. Qua thema variërend van Charlton Heston die de Dode Zee open laat splijten, tot de hele dikke dame op de loopband, en ze zijn stuk voor stuk erg leuk. Webmaster Jeff Stone noemt ze 'sub-theorieën' onder de afstudeerscriptie die hij aan het schrijven is en waarin hij de stelling verdedigt dat er geen enkel bewijs is dat desbetreffend balletje zonder hulp in de hole verdween.
Internet heeft me gelukkig ook aan de oplossing geholpen van een probleem waarmee ik een tijdje heb geworsteld. Ergens op reis las ik in een oud Amerikaanse magazine over een merkwaardige paradox, die me intrigeerde. Het probleem was genoemd naar een Amerikaanse quizmaster uit de jaren zestig, en toen ik het las moest ik aan Willem Ruis denken. Aan het eind van die quiz, net als in het Amerikaanse voorbeeld, mocht de winnaar een keuze maken uit drie gesloten deuren dan wel gordijnen. Achter een ervan stond de hoofdprijs te wachten, en achter de andere twee niks, of een troostprijsje. De nerveuze winnaar maakte zijn keuze, waarna de quizmaster, die wist waar de hoofdprijs stond, vervolgens een van de andere twee deuren opende, maar nooit die waarachter de hoofdprijs stond. Hij gaf de steeds zenuwachtiger wordende winnaar vervolgens de kans om alsnog van keuze te veranderen en in plaats van de ene gesloten deur die hij gekozen had, alsnog de andere te kiezen. Wat zou u gedaan hebben?
Gelukkig bevond ik me in goed gezelschap toen ik dacht dat de kans, die op het moment van kiezen een op drie was, nog steeds een op drie was, en dat het niets uit zou maken. Toen het probleem een keer aan de orde kwam in een Amerikaans televisieprogramma werden de makers, die lieten zien dat je kansen verdubbelen als je van keuze verandert, door deskundigen weggehoond. Onder hen een hoogleraar wiskunde die liet weten dat ze iets zorgvuldiger met de materie om dienden te gaan, in plaats van het grote publiek onzin wijs te maken. Een week later deed deze professor Sachs uit zichzelf een openbare boetedoening, nadat-ie er eens goed over had nagedacht, verontschuldigde zich voor zijn in professioneel opzicht onvergeeflijke stommiteit, en kwam zelf op de televisie uitleggen hoe de vork in de steel zit. Dat had ik allemaal gelezen in dat beduimelde Amerikaanse tijdschrift, en ik had het artikel uitgescheurd, maar terug in Nederland kon ik het nergens meer vinden.
Op naar het web, naar Google. Een paar clicks verder is mijn geheugen weer opgefrist, en kan ik opgelucht ademhalen. Om te beginnen duikt onmiddellijk de naam op waar naar ik zocht, de Monty Hall Paradox. Er is zelfs een Nederlandse website, waar de oplossing van het 'Willem Ruis Probleem' - ook wel 'Drie Deuren Probleem' genoemd - in het Nederlands wordt uitgelegd. Verder blijken er verschillende computerprogramma's geschreven te zijn waarmee u zelf het probleem en de kennelijk niet zo voor de hand liggende oplossing kunt naspelen.
Tik maar eens de string 'Monty Hall Willem Ruis', in Google, simuleer het probleem honderd keer, en leer een wijze les: hoe op het terrein van kansberekening kapitale blunders gemaakt kunnen worden. Ook door deskundigen.

Leon Krijnen

 Posted: April 29, 2005, 02:22 PM | Comments (1) |



April 22, 2005

De digitale revolutie is voorbij, de inhaalrace kan beginnen

digitalfuture.jpg
Ik vrees dat het geen voetnoot in de geschiedenis van internet zal worden, maar bij toeval kwam ik erachter dat ik later dit jaar een bescheiden feestje mag bouwen. Op 4 november 1995 verscheen deze column voor het eerst, met als kop 'Het leven is een doos bonbons'. Toeval leidde me naar het prille begin van mijn internetarchiefje, toen ik op zoek was naar iets wat ik ooit geschreven heb over de Computer Loser Group. Zou die beweging nog bestaan?

Dat in een tijd dat computers goedkoper en beter zijn dan ooit, in een era dat zelfs Windows vrijwel nooit meer stokt of onderuit gaat?
De ware Mac-adepten - ik heb er afgelopen week in Amsterdam weer wat voorbeelden van gezien tijdens TINE, het in Amsterdam gehouden The ICT and Networking Event - mogen het Blue Screen of Death nog steeds graag gebruiken als een van de redenen om voor een Mac te kiezen, maar dat blauwe scherm - afkloppen - duikt de laatste jaren niet meer op. Zelfs mijn oude Windows 2000 machine, die tegenwoordig alleen maar als jukebox fungeert, zet ik aan het eind van de dag altijd uit zoals het niet mag: door pardoes de stroom uit te zetten. De volgende dag start alles zonder protesten op, en iTunes gaat gewoon verder waar-ie was.
Met mijn dagelijks werkpaard, een vette Dell van de baas met XP professional, is ook nooit iets aan de hand, terwijl er van alles op draait. Ik durf het aan om de stelling te verkondigen dat Windows volwassen geworden is en dat wie zijn firewall en virusscanning op orde houdt, te vrezen noch te klagen heeft.
Hoe anders was dat tien jaar geleden toen de Computer Loser Group opgericht werd door Theo Richel. Uit mijn archief blijkt dat ik destijds over hem schreef dat je hem beter via e-mail dan live kon ontmoeten. Omdat hij tevens oprichter van de Vrienden van De Stinkende Roos was en er in een week meer knollen knoflook doordraaide dan een schoarmatent in een jaar.
Maar eens even Googelen wat er een decennium na dato van die vereniging overgebleven is. Twee hits: eentje naar mijn eigen column en de ander naar een terugblik op zijn eigen virtuele geschiedenis op de website van The Richel. Daarin schrijft hij het volgende over de Computer Loser Group: 'Ondanks mijn redelijk royale ervaring leverde het werken met Windows 95 op een klein met het Internet verbonden Local Area Network toch maandenlang een heleboel problemen op. Veroorzaakt door een combinatie van kapotte pluggen, bugs in de software en onervarenheid met Windows. Een en ander was zo frustrerend dat ik er een artikel in NRC Handelsblad over schreef. Uit de meer dan 80 reacties mocht ik concluderen dat ik een gevoelige snaar had geraakt en ik voelde me gestimuleerd tot de oprichting van de Computer Loser Group met als 'tijdschrift' Format C:\. Afgezien van nogal wat krantenpublikaties bleven de reacties beperkt en bloedde het initiatief dood.' Tot zover Richel.
Wegens gebrek aan noodzaak is een heroprichting niet meer aan de orde, lijkt me. Computers, Windows dan wel Apple of Linux, al dan niet in samenwerking met geluidsinstallaties, camera's, beamers en digitale televisie en snelle verbindingen doen waar we lang op gewacht hebben. Nog maar eens in mij archief gedoken. 'Digitaal is niet meer te verslaan', schreef ik in 2000, als reactie op een verhaal van een collega die op de consumentenpagina beweerde: 'Normaal wint nog steeds van digitaal.' Pak zelf de reclamefolders die afgelopen week bij u op de mat gevallen zijn, probeer er een camera in te vinden waar nog filmrolletjes in zitten en zie wie vijf jaar na dato gelijk gekregen heeft. Uiteraard heb ik de plank ook wel eens misgeslagen, maar foute voorspellingen zoekt u zelf maar in mijn archief.
Intussen is de digitale revolutie achter de rug. Het bedrijf dat niets met internet doet, heeft een slag gemist en zal een inhaalrace moeten beginnen. Zelfs in het zo behoudende krantenbedrijf begint dat besef nu door te dringen. Dat heeft uiteraard met de niet tot stuiten te brengen daling van de oplagecijfers te maken en dat voor de uitgevers benauwende gegeven is ook mede een gevolg van internet.
Niet alleen Nederlandse uitgevers beginnen nu zwaar in te zetten op alles wat digitaal is. Lees of luister - via internet, waar anders? - de opvallende toespraak die Rupert Murdoch afgelopen week hield tijdens de jaarvergadering van de verenigde krantentuitgevers van Amerika. Opvallend omdat het ook een openbare boetedoening was van de Australische miljardair, eigenaar van de New York Post, de Londense Times, Century Fox Movies, televiezienders, kabeltelevisiekanalen en honderden kranten over de hele wereld. Murdoch spoorde alle krantenuitgevers aan om internet zo snel mogelijk te omhelzen en om niet meer zwijgend toe te blijven kijken hoe een hele generatie van digitale klanten de kranten de rug toekeert.
Volgens Murdoch moeten uitgevers er alles aan doen om teloor gegane lezers en adverteerders terug te winnen via hun websites. 'Alle trends zijn tegen ons', aldus de mediamoloch, 'maar als we nú niet adequaat reageren op alles wat in vijf jaar zó veranderd is, dan is het te laat.'
Zelf toonde Murdoch zich in 1990 skeptisch over de mogelijkheden van zijn bedrijfstak op internet. Nu vergelijkt hij zichzelf en zijn collega-uitgevers met 'digitale migranten', die te oud zijn om met het internet opgegroeid te zijn, maar die nu moeten leren te begrijpen dat ze hun bedrijven in de richting moeten sturen van voor wie internet vanzelfsprekend is. Voordat het te laat is.
'Kijkt u maar naar uw kinderen', aldus Murdoch, 'onze uitdaging is om gebruikers opnieuw aan ons te binden. Zoals de lezers die we kwijt zijn, gewend waren om met een kop koffie en onze kranten hun dag te beginnen, hoop ik dat ze hun online dag met een kop koffie op onze website beginnen.'

 Posted: April 22, 2005, 01:01 PM | Comments (2) |



April 15, 2005

Het internetcafe: happy surfing, banda alta

pappo.jpgWaar het aan ligt weet ik niet precies, maar het internetcafe raakt in Nederland niet ingeburgerd. Er zijn er enkele tientallen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, maar in steden van een iets kleinere schaal zijn ze nauwelijks te vinden. Het zal iets met de internetdichtheid te maken hebben in dit landje dat in de top-tien van de meeste internetaansluitingen per bevolking staat. Voor wat die cijfers, zoals altijd als om het internetgetallen gaat, waard zijn. Een snelle check - op internet - leert dat Nielsen Netratings Nederland qua dichtheid wereldwijd op de derde plaats zet, maar dat we in andere onderzoeksresultaten negende staan.
Hoe dan ook, we zitten goed in de computers hier en waarom zou iemand die thuis een breedbandverbinding en een expresso-appraat heeft, een internetcafe op gaan zoeken?

Ik kan twee redenen verzinnen. De eerste is de anonimiteit. In een internetcafe is die redelijk gewaarborgd en kunnen er activiteiten ontplooid worden die het daglicht niet kunnen verdragen. Waarbij het overigens niet verstandig is om een dreigbrief naar koningin of president te sturen en de volgende dag hetzelfde internetcafe weer op te zoeken.
De andere reden is er een die me afgelopen drie maanden naar enkele tientallen internetcafes geloodst heeft: toerisme en de noodzaak om af en toe met het thuisfront te communiceren. Ik zal u niet vermoeien met reisverhalen - daar is mijn weblog voor -, maar een rondrit langs internetcafes in Argentinië, Chili en Uruguay is een interessante culturele tour op zich. In die landen, net als in de rest van het Latijns-Amerikaanse continent, zijn meer internetcafes dan tulpen in Nederland, zelfs als De Keukenhof in bloei staat. In ieder gat, in iedere stad, is er minstens een per straat.
Die drie landen hebben nog een overeenkomst, waar de digitale etablissementen hun voordeel mee doen: de nationale telefoonboeren hebben er een eeuw lang een potje van gemaakt. Wie in Buenos Aires de hoorn van een ouderwetse telefoon aan zijn oor zet, hoort ongevraagd een paar gesprekken door elkaar en als hij tussen dat koeterwaals door een nummer probeert te draaien, is het altijd de vraag wie er opneemt en waar. De Argentijnse PTT heeft die wanprestatie tot het eind van het vorige millennium straffeloos vol kunnen houden vanwege de machtspositie; er was niks anders.
Inmiddels is er mobiele telefonie, het monopolie daarop hebben ze godzijdank misgelopen en is er internet, en ook die boot hebben ze gelukkig gemist. Vandaar de ongeremde groei en bloei van de 'Locutorios', waar men voor een paar peso - je krijgt er vier voor een euro - naar hartelust kan bellen en internetten. Men belt er tegen betaling mobiel - met het toestel om voor de hand liggende redenen aan een staalkabeltje - of met een vast toestel via een pc aan een mobiel netwerk gekoppeld, via een tweedehands ISDN-centrale of via datalijnen die niet meer via het staatsnetwerk hoeven te lopen. Of men belt er via het internet VOIP protocol, of zit er gewoon te internetten.
Mooi voor die mensen, denk je, als je de eerste keer zo'n etablissement ziet waar een machine of tachtig bezet is. Bredere blik op de wereld en zo, goed voor de ontwikkeling van de jeugd. Tot je ziet waar ze allemaal mee bezig zijn en je jezelf afvraagt of het eigenlijk wel zo'n verrijking is.
Het beeld is vrijwel altijd hetzelfde: de minderheid van toeristen zit via Gmail, Hotmail, Yahoo of de webmail van vaderlandse providers e-mail te lezen of te tikken, de rest zit te chatten (I Love You, I Love You, I Love You!), of zich ongans te schieten in bloederige netwerkspellen. Jong en oud, maakt niet uit, het is chatten (al dan niet met webcam en microfoon) of spelletjes. Sommige exploitanten bieden private cabins aan, waarin de monitor door schotjes voor andere bezoekers wordt afgeschermd: privacy voor virtuele peepshows.
In tijden van breaking news verandert het beeld op de monitors. Dan blijkt ook in Zuid-Amerika dat internet niet meer weg te denken is als de verspreider van het belangrijkste nieuws. De paus is in die contreien erg belangrijk, dus ging het zolang de kerkvorst er niet meer zo florissant bij lag, op de Spaanstalige nieuwssites voornamelijk over Papa. Het noodlot besliste dat terwijl Papa in Rome op zijn stervensbed lag, Pappo op de pampa's verongelukte. Pappo (op bijgaande foto) was bluesgitarist Norberto Napolitano, door niemand minder dan de BB King zelf benoemd tot de BB King van Latijns-Amerika. Zijn stijlvolle verscheiden - straalbezopen van zijn Harley Davidson gestuiterd, door Hells Angels die treurende fans op hun kop timmerden naar zijn graf gesjouwd - leverde mooie pagina's op. Zowel in de kranten als op de websites, waar de koppen 'Papa ligt op sterven', en 'Pappo gestorven' in zo groot mogelijke letters om voorrang vochten.
In de virtuele lokaliteiten is de techniek meestal keurig verzorgd, en de banda alta is bijna altijd een goed functionerende breedbandverbinding. De gangbare prijs is anderhalf tot twee peso (50 eurocent) per uur, voor een peso of wat mag je er een blanco cd branden met foto's vanaf je flashcard of digitale camera, en alles werkt. Soms loopt het voor geen meter en kan er helemaal niks, maar als je daarom niet wilt betalen, kijkt er niemand kwaad en krijg je een lachend hasta lluego nageroepen.
Een minderheid draait Windows XP en zal dus op een of andere manier de productregistratie van Microsoft afgewerkt moeten hebben. De meesten doen het echter met Windows 2000 of 98 en ik weet bijna zeker dat daar nooit een cent voor betaald is. Zodat deze sector zijn voordeel doet met de Argentijnse bureaucratie, die met het voorvoegsel Kafkaiaans nog te eufemistisch benoemd is: het zal nog even duren voordat er een software-organisatie met bevoegdheden is opgericht.
Intussen, zoals er in Salta eentje adverteerde: Happy surfing, banda alta.

 Posted: April 15, 2005, 02:13 PM | Comments (1) |



April 14, 2005

IPod in de aanbieding

forsale.jpgWie wil mijn Ipod kopen? Het is een perfecte 30GB van de tweede generatie, anderhalf jaar oud (juli 2003), en in die tijd alleen maar gebruikt als cd-speler thuis. Hij heeft altijd in zijn dock op de geluidsinstallatie gestaan, en er is nooit mee gesjouwd of gelopen, dus de hard-disk heeft maar amper iets geleden.
Hij is helemaal compleet, met de doos, het dock en de adaptor, de head-set, en hij mankeert niets. Op Marktplaats vragen ze voor vergelijkbare modellen iets van 250 euro, maar vragen is vragen, krijgen is de kunst, dus vooruit, mijn vaste prijs is 200 euro, compleet met alles erop en eraan. Click gauw hier als u hem hebben wil. Waarom ik hem de deur uitdoe? Omdat ik de nieuwe iPod foto wil kopen :-)

 Posted: April 14, 2005, 08:38 AM | Comments (2) |