Krijnen.Com Krijnen.Com

Okselfris

Op mijn leeftijd, met mijn gewicht, weet ik één ding zeker als ik weer eens op de racefiets klim. Of ik nou 10, 20 of 100 kilometer doorsukkel, ik komt zeiknat thuis.
Van het zweet, dat door dat ademend lycra aan alle kanten naar beneden druppelt. Tot in mijn schoenen toe. Of opdroogt tot spectaculaire zoutkorsten.
Om te voorkomen dat de wasmachine door mijn ammonia en natrium aangevreten wordt, hang ik alles binnenstebuiten een nachtje in de schuur te drogen. Met de zooltjes eruit, naast mijn doordrenkte helm.
Niet zo gek dat wielerverslaggevers sterke verhalen ophangen over stinkende wielrenners.
Of over sommige rondemissen, die na de eerste de beste keer dat ze door een bezwete winnaar geklapzoend werden, nooit meer op een podium verschenen.
Maar ja, verslaggevers die zichzelf en hun vuile was drie weken lang afgepeigerd door Frankrijk gesleept hebben in het zog van die stinkende renners, die komen ook niet fris thuis.
Begin jaren ’80 stond de echtgenote van een Rotterdamse wielerverslaggever na manliefs debuut in de Tour een tas met drie weken vuile was door te draaien. Naar verluidt resten Camembert, vermengd met rode wijn en remsporen.
Eens maar nooit weer, besloot ze.
Het jaar daarop kreeg ie een tasje mee met 23 papieren onderbroeken, voor iedere dag een.
De pragmatische oplossing bleek al tijdens de proloog een probleem te zijn: zijn eerste onderbroek verkruimelde op de bloedhete achterbank tussen zijn billen.
Zodat er ’s avonds in een vuilnisbak bij het eerste hotel een tas met 22 gloednieuwe papieren onderbroeken gedumpt werd.
Zijn huwelijk heeft bij terugkeer de staat van de drie broeken die hij drie weken onderbroekloos gedragen had, overleefd.
Al duurde het wel even voor het weer echt gezellig werd.