logo-bns-app.png



« Dot.commers doen niet aan komkommertijd | Index | De nieuwe Kentie en Clancy »

September 07, 2002, by Léon Krijnen

Je digitale leven aan je sleutelring   

Er zijn van die mensen die alles netjes bijhouden en opbergen. Bankspulletjes, boodschappenbriefjes, garantiebewijzen, handleidingen, reis- en kredietbrief, alle adressen van hotelletjes en campings die ze de afgelopen dertig jaar bezocht hebben. Het toontje van voorgaande zin - 'er zijn van die mensen' doet u misschien vermoeden dat ik niet tot die categorie behoor.

Dat klopt, ik ben goed in niks weggooien, maar slecht in netjes opbergen. Ze liggen ongetwijfeld ergens, die handleiding van de ineens weigerende video-recorder en het garantiebewijs van de zo jong gesneuvelde keukenmachine, maar de prangende vraag is: waar?
Zo slordig als ik met mijn virtuele rommel ben - want laten we wel wezen, alle eigendom is meer last dan voordeel - zo netjes ben ik op mijn computers en mijn servers. Ik gruw van die desktops met tachtig shortcuts en iconen op een opdringerige achtergrond. Mijn startscherm is grijs, of zachtgroen, met drie iconen: System, Network, Trash. Genoeg om van daaruit snel naar iedere krocht in het systeem af te dalen. Naar de meest gebruikte programma's: TextPad, DreamWeaver, FireWorks, Paint Shop Pro, CuteFTP, en de onmisbare Telnet client. Telnet staat altijd aan, en maakt van de Windows machine een terminal aan een Unix of een Linux machine. Maak ik die Telnet applicatie - SecureCRT - beeldvullend, dan zit ik op dat moment, zeker via een snelle ADSL-verbinding, Linux te bedienen alsof hij op de machine zelf genstalleerd staat. In plaats van in Napa, Californi (krijnen.com) of in Tilburg (een van de voor de website van de krant meest gebruikte servers). Voor de Windows adepten onder u nog maar eens het verschil in stabiliteit geduid. Onze webservers, die op dit moment opgewaardeerd worden, zijn gehost op Windows platformen. Behalve die ene Linux-bak die als onderdeel van de portal opgehoest wordt, maar die nogal wat load voor zijn kiezen krijgt, bijvoorbeeld door de fotoalbums en allerlei andere grappen. Met de webservers zelf is het dagelijks wat. Er blijft een cache hangen, er loopt er eentje vast, een ander kreng weigert te herstarten, noem maar op. Wie het volgende verzonnen heeft, weet ik niet, maar kennelijk is hij niet bijgelovig: de deadline van de upgrade waar we nu druk bezig mee zijn, is gesteld op vrijdagmiddag 13 september. Snellere hardware, nieuwere releases van ons Content Management System, dikke pijpen naar het internet. We kunnen bijna niet wachten tot ons nieuwe speelgoed is ingericht, maar de servers blijven Windows, en mijn skepsis blijft ook. Nou die qua hardware vrij modale Linux-bak. Die is in december opgestart en ingericht en daarna is de deur op slot gedaan. Even kijken via het commando top: up 267 days en nooit een seconde uit de lucht geweest. Hoor je dat, Billy Gates? Ik wou dat ik een mirror van die machine overal mee naar toe kon nemen. Je hebt tegenwoordig van die USB-dingetjes van een centimeter lang. Ze zijn er met een opslagruimte van een gigabyte! Na een minuut of wat hoofdrekenen schat ik dat alles wat ik de afgelopen vijfentwintig jaar geschreven heb, tussen de tien en de twintig megabyte aan platte tekst zou kunnen zijn. Op mijn FreeBSD Unix server staat 51 megabyte aan totale rommel, waar de foto's het meeste in beslag nemen. In een slaapkamerkast boven staan nog een duizend of zo dia's van wereldreizen uit het pre-digitale tijdperk, die ooit nog eens ingescand zouden moeten worden. Niet alleen dat past ook nog allemaal op dat dingetje dat ik aan mijn sleutelring ga hangen: er is ook nog genoeg ruimte voor een besturingssyteem. Natuurlijk koop ik er twee en gaat de back-up achter slot en grendel in een ouderwetse brandkast. Je hele digitale leven, alles wat je ooit geproduceerd hebt, aan je sleutelring. Of, beter, voordat je je sleutelbos aan het eind van een lange avond in de kroeg laat liggen, aan een stevige ketting rond je nek.
Zie: usbdrive.com

Posted: September 7, 2002 10:55 PM (635 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .