logo-bns-app.png



« De Early Bird Special | Index | Australie schept een internet-monstrum »

December 18, 1999, by Léon Krijnen

Ik schrijf, en kan het net niet meer missen   

De meeste dingen mis je pas als je ze moet missen. U mag daar zelf van alles invullen, en als u even nadenkt moet u misschien om uzelf lachen. Wat u niet wil missen beslaat een breed spectrum, varierend van bepaalde lichaamsdelen of echtgenotes, tot meer triviale hulpjes in de dagelijkse huishouding van het leven, zoals auto, vork of telefoon.

Bij alles wat we gebruiken denken we niet na hoe en waarom zoiets moois tot ons gekomen is, en gaan we ons gangetje.
Het net bijvoorbeeld, wat voor velen een onmisbare hulp in die huishouding geworden is. Voor steeds grotere brokken bevolking mettertijd vanzelf het stadium ontgroeien waarin de digitale noviteit hebbedingetje was. Natuurlijk mag ik mezelf graag zien als trendsetter, want het blijft bijzonder interessant om op een verjaardagsfeestje tussen neus en lippen te laten weten dat dat je al acht of negen jaar 'op internet zit'. Dat is om te beginnen niet helemaal waar, want wat ik begin jaren negentig uitspookte via de bulletin-boards en later via het Fido-net, was niet helemaal internet. Aan de andere kant, want ik moet mezelf nou ook weer niet meteen te kort gaan doen, was het wel weer een beetje internet, en was ik er wel lekker vroeg bij. En is het net voor mij misschien iets eerder net zoiets als vork of telefoon geworden.
Daardoor maak ik wel eens de fout te denken dat ik er verstand van hebt, maar dat komt vanzelf goed als ik iemand tegen komt die dat echt heeft. Of als ik, zoals me de afgelopen week in Brisbane overkwam, weer eens in de sectie 'computers en internet' van zo'n megaboekwinkel terecht kom. Al bladerend in een scala aan boeken, zoals daar zijn over Linux, of TCP/IP of Perl, kom ik dan meestal weer snel met twee beentjes op aarde terecht. Echt bescheiden werd ik ditmaal nadat ik een kwartiertje had staan bladeren in het voorbereidende boek voor het 'Microsoft TCP/IP Certificate'.
De vorm was als volgt: iedere hoofdstuk begint met een stuk of twintig vragen in multiple-choice. De antwoorden staan eronder, dus daar was ik snel klaar mee. Hoeveel ik er goed had? Eh, daar gaat het nu even niet over. Vervolgens wordt aan iedere vraag - en het antwoord - een apart hoofdstuk in ieder hoofdstuk gewijd. Ik ben er in ieder geval zoveel wijzer van geworden dat ik nu weer precies weet wat ik van het 'transfer control protocol/internet protocol' weet, en dat is niet veel. Laten we het er maar op houden dat ik de basis-principes ken en dat ik aardige stukkies over computers en internet - en TCP/IP - kan schrijven. Ik meen dus zo ongeveer te weten hoe dat internet in elkaar steekt, en meer hoef ik toch eigenlijk toch ook niet te weten. Ik vraag me tenslotte ook allang niet meer af wat voor processen zich allemaal af beginnen te spelen op het moment dat ik een telefoonnummer draai.
Om maar niet te spreken van wat er allemaal gebeurt als ik op de startknop van de computer druk. Daar is een heel boek over geschreven, over de luttele seconden, vanaf het moment waarop de pc door een schok elektriciteit wakker wordt gemaakt, tot het moment waarop het besturingssysteem begint te starten. Een heel boekje, over die paar seconden! Daar zijn dus mensen die daar alles van weten, net zoals die doctor in Nederland die gepromoveerd is - na een onderzoek dat jaren in beslag nam - op wat voor processen zich afspelen in de schuimkraag van een glas bier. En zo ken ik iemand die afgestudeerd is op wat zich allemaal rondom een op spanning staande elektriciteitskabel afspeelt, zowel in de isolatie zelf als de lucht daaromheen. Hij heeft het mij een keer uit proberen te leggen - terwijl ik met een moeilijke blik naar die belletjes in de schuikmkraag zat te staren - maar het was niet aan me besteed.
Ik probeerde me voor te stellen waar het om ging, maar als ik hem iets vroeg bleek uit zijn fronsende blik dat dat niet gelukt was. Ik dwaal af, waar ik naartoe wilde is dat het net zoiets onmisbaars is geworden als mes en vork, en dat je het pas mist als het er even niet is. Dat is vooral met schrijven zo geworden, merk ik aan mezelf. Het net heeft me veel accurater gemaakt.
Dat besef dringt tot me door nu ik zit te tikken op de camping in Southport, Surfers Paradise. Qua de voor de hand liggende voorzieningen zoals zwembad, douches, toiletten, barbeques, recreatiezaal, allemaal niks mee, maar digitaal nog niet zo bij de tijd als de campings in Montana, Idaho en Wyoming waar we maar vier maanden geleden rondzwierven. Het uitzicht op Broadwater is ook fantastisch - waarom zit ik trouwens hier achter die Toshiba inplaats van op een surfplank te staan? - maar internet doen ze nog niet aan. Stopcontacten galore - zat dus - met 240 volt, maar telefoonlijntjes ho maar. Aan de ingang staan een paar apparaten waar je een aan de balie aangeschafte phonecard in kan stoppen, en met een verlengsnoer zou ik daar ook nog wel komen, maar er is geen gat te vinden waar een 232 stekkertje in past.
Is allemaal niet zo'n probleem, want een kilometer verderop is mega shopping-mall Australia Fair, waar nog de hele week op drie verschillende plaatsen Kerstmannen zwetend zitten te poseren met kleuters op schoot en schouders. Naast de balie van 'Internet Express', waar je de hele week voor half geld kan internetten, maar toen ik vroeg waarom ze dat half geld dan niet gewoon de vaste prijs maakten, keken ze alsof ik iets heel doms gevraagd had. Half geld of niet, de Toshiba kost me niks, dus het is altijd nog goedkoper om eerst op de camping te tikken en daarna de flop mee naar 'Internet Express' te nemen. Hoef ik maar tien minuten voor half geld te internetten inplaats van een twee uur voor de prijs van een uur. Het tikken gaat nog sneller ook, maar ik mis het net, mijn onmisbare hulp op de achtergrond.
Ik ben nu ook minder accuraat, want ik merk nu hoevaak ik even Alt-Tab naar de browser, en een zoekmachine even iets op laat zoeken. De naam van dat boekje bijvoorbeeld, over die paar eerste seconden als de computer aangezet is. Zoiets zoek ik meestal even op, en dan had het er hierboven bij gestaan. Het gevaar, zoals altijd, is dat je afdwaalt want de zoekmachine komt vrijwel nooit meteen met het juiste antwoord terug. Maar misschien wel met iets leuks, of een antwoord op een vraag die al langer in je hoofd spookte. Serendipiteit - het vinden van iets waar je helemaal niet naar op zoek was - bestaat al zolang de mens er is, maar door de immense hoeveelheid antwoorden die het net je verstrekt, komt het tegenwoordig veel vaker voor.
Voor wat de antwoorden waard zijn, want, anders dan de antwoorden die een encyclopedie verstrekt, is op het net meer waakzaamheid gewenst. Toevallig heb ik daar de afgelopen week een vermoeiende disccussie over gehad. Met iemand die van mening was - maar zelf geen internet had - dat geen letter, geen sylabille, geen verhaal, helemaal niets te vinden is wat te vertrouwen had. Het was een vermoeiende sessie omdat ik mijn best deed om het een en ander uit te leggen. Ik heb het maar opgegeven toen ik erachter kwam dat de persoon in kwestie een toegewijd aanhanger was van allerlei complottheorin die ook al voor het net bestonden.
Bijvoorbeeld dat de media, en niet alleen in Australi - honderd procent gecontroleerd worden door het grootkapitaal en dat geen enkele krant of journalist schrijft wat waar is. Het weer was te mooi, en de barbeque te gezellig, dus ik heb hem maar niet verteld dat het net inderdaad bij uitstek geschikt is voor wie dat soort nonsens - of nog veel erger - wil verkondigen, maar dat wie zijn verstand gebruikt die rabiate onzin er vanzelf snel uitfiltert en inziet wat het allemaal wel waard is. Ik schrijf stilletjes verder, en kan intussen het net niet meer missen.
P.s 1. Eenmaal in het internetcaf aangekomen toch maar even de spelling van serendipiteit controleren in de zoekmachine. Blijkt dat ik er afgelopen juli over geschreven heb, terwijl ik dacht dat dat veel langer geleden was. Ook daarom al kan ik dat niet niet meer missen.
P.s. 2. Nog zoiets waarom ik het net niet meer missen kan. Wat ik ook schrijf, e-mail, column, verhaal, CGI-script, zonder na te denken gaat er altijd en vanzelfsprekend een kopie naar mijn server. Toshiba's kunnen kapot vallen, hard-diks kunnen crashen, de stroom kan uitvallen, er kan nog veel meer fout gaan. Het kan me allemaa niet bommen, want altijd als ik iets geschreven heb, gaat er via FTP een kopietje naar een password-beveiligde directory op mijn servertje, en ik kan er vanaf overal weer bij. Nu moet het op een flop mee naar het internet-cafe, en moet je, daar aangekomen, maar afwachten of het er nog opstaat....

Posted: December 18, 1999 01:16 AM (1489 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .