logo-bns-app.png



« Dat was pas een echte Llull | Index | Een vreemd gevoel »

November 27, 1999, by Léon Krijnen

Wie? Wat? Waar? Worm-virus?   

Zelden iemand zo verbijsterd zien kijken als de eigenaar van het internetcafé in Armagh Street in Christchurch Nieuw-Zeeland. Terwijl ik hem toch alleen maar even vroeg of hij zich ervan bewust was dat zijn netwerkje van een stuk of twintig Pentiums lelijk besmet was met een worm-virus. 'Wie? Wat? Waar? Worm-virus?'

De eigenaar, uitbater, manager van het zaakje bleek echt niet te weten wat een virus was. Ik heb hem maar aangeraden er eens iemand naar te laten kijken die een beetje verstand heeft van het onderhouden van een NT-netwerk met een verbinding naar het boze internet. Dat zal waarschijnlijk een probleem worden, want zo iemand vraagt per uur meer dan al die terminals opbrengen.
Ik begrijp niet hoe er met internetcafés geld verdiend kan worden als ze vier dollar per uur vragen. In sommige cafés krijg je dan ook nog de koffie gratis, al is die meestal niet te drinken, uit zo'n glazen pot die uren staat in te dikken. Een kiwi-dollar is ongeveer net zoveel waard als een Hollandse gulden. Wie maar een uurtje per dag nodig heeft om zijn mail te checken en langs een paar sites te surfen, moet vooral zelf geen computer en een abonnement op een provider aanschaffen.
Mijn vorige week geuite vermoedens over andersom geschakelde telefoons bleken juist te zijn: de kleuren zwart, rood, groen en geel komen in Nieuw-Zeeland als volgt uit de muur: geel, groen, rood en zwart. Daar bleek Dick Smith, waar ik onderhand vaste klant ben, ook al een pasklare oplossing voor te hebben in de vorm van een 'BT-US reverse modular'. Dat draadje met aan de ene kant een Brits plat en aan de andere kant zo'n klein Amerikaans stekkertje, mixt dat kleurenpalet zo door elkaar dat mijn modem nu ook in Nieuw-Zeeland uit de muur eet.
Dat ging goed, tot in Dunedin, Invercargill en Te Anau alleen maar motelkamers zonder telefoonstekkers beschikbaar bleken te zijn. Van die telefoons waarin de draad aan de ene kant in het toestel gesmolten zit en aan de andere kant in een gat in de muur verdwijnt, waarachter een spoeltje, een paar weerstanden en een wirwar van de mij inmiddels bekende vier kleuren een Gordiaanse knoop vormen. Ik ken de oplossing voor dat klassieke probleem - hup, doorhakken - maar ik weet zeker dat die in dit geval niets helpt.
Waar ze elkaar in Auckland, Christchurch en Nelson naar die vier dollar per uur geconcurreerd hebben, voordat ze failliet gaan, zijn de digitale cafés in het vere zuiden nog zo dun gezaaid dat de gemiddelde prijs daar het dubbele is. Nog altijd een redelijk bedrag, ware het niet dat er in die gelegenheden meestal maar een en soms twee terminals staan.
Daar krijg je dus een wachtkamer-effect: een aantal mensen zit chagrijnig te kijken hoe een net zo vrolijke als bejaarde Amerikaanse dame met de wijsvinger van de rechterhand, letter voor letter een vakantieverslag aan de kleinkinderen in San Diego zit te fabriceren.
Dan zijn er altijd nog de bibliotheken, in Amerika gratis, maar in Nieuw-Zeeland moet betaald worden: twee dollar per kwartier. Dat gaat via een automaat aan de zijkant van het apparaat. Soms moet je een muntstuk van twee dollar in een gleuf stoppen, meestal moet je een soort telefoonkaart kopen aan de balie, die je daarna door een gleuf haalt.
De beheerders van die netwerken hebben kennelijk al leergeld betaald met worm-virussen en dergelijke, maar nog niet genoeg. De terminals in de bieb zijn weliswaar omgebouwd tot onneembare forten, waarbij de computer zelf in een afgesloten kast staat, zodat je er geen flop in kunt stoppen. Daar is wat voor te zeggen, maar het is niet bijster klantvriendelijk. Er komen immers mensen binnen, zoals ik, die ruzie met een moteltelefoon hebben en daarom een stuk tekst op hun laptop hebben geproduceerd, dat ze graag verzonden willen hebben.
Ik begrijp die koudwatervrees, maar doe het dan goed. Die biebs doen dat echter slecht: flop kan er niet in, maar de rest van de security is een lachertje. Je kunt er downloaden wat je wilt en daarna installeren. Als je daar lol in hebt, kun je ook nog een dos-venster openen. Het wachten is derhalve op een grappenmaker die 'del sterretje-punt-sterretje' intikt en vrolijk op enter toetst: vaarwel, harde schijf.
Dat was over het algemeen in Amerika beter geregeld. Daar mocht je een flop gebruiken, en soms ook nog een zip-drive, maar harde schijven, netwerk, Explorer, dos-vensters, daar kon je niet aankomen. En je kon er ook geen programma's draaien vanaf flop of zip. Een goede systeembeheerder zet zoiets binnen een dag op, maar niet voor vier dollar per uur.
Dat begrijpt die ondernemer in Armagh Street straks ook, als al zijn schijven leeg zijn. Ik kwam zijn virus toevallig tegen dankzij die gebrekkige beveiliging, waardoor ik zelf een mail-account op kon zetten.
Hotmail, dat ik normaal gesproken in een café mijn eigen mailaccounts laat leegvissen, is soms verrekte traag. Dus zet ik dan, als dat mag, op de lokale mail-client zelf een account op. POP en de SMTP-server opgeven, username en password invullen en de boel loopt, beetje 'tunen' met naam afzender, een signature-file en even testen.
Heb ik zo'n tijdelijke account in de steigers, dan stuur ik om te beginnen een test-mailtje naar mezelf en kijk of en wat er aankomt. Waarna ik dus geconfronteerd werd met de onhebbelijke streken van het happy99.exe virus.
Die ene test kwam tweemaal retour en tweemaal hing het virus er als een attachment aan. Plus was het ongetwijfeld op weg naar alle adressen die andere gebruikers eerder ingevoerd hadden en die op dat moment als mijn adressenboek gezien werd. Dat klopt gelukkig niet, dus niemand die ik ken, is erdoor lastig gevallen. Ik heb als de wiedeweerga die kersverse account, incluis honderden oude mailtjes van anderen voor mij, grondig verwijderd, en dat was voor mij het eind van het verhaal.
Ik hoop dat er snel een expert naar dat netwerk kijkt, maar gezien de opperste staat van verbijstering van de eigenaar, komt daar ongetwijfeld een vervolg. Wie? Wat? Waar? Worm-virus?

Posted: November 27, 1999 01:05 AM (1005 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .