logo-bns-app.png



« Het raadsel van Hitler als kunstenaar | Index | Waarom Willem III zich ‘samurai’ mocht noemen »

October 13, 2012, by Léon Krijnen

Natte spindokters   

millenniumbug.png

Af en toe heb ik het idee dat alle dijkgraven tot 1 januari 2000 als spindokter bij Jan Timmer in dienst waren.
Timmer, u weet het vast nog wel, de voorzitter van het Millennium Platform die de laatste jaren van de vorige eeuw tegen een royale vergoeding de digitale Apocalyps voorspelde.

Hij werd gedragen door een bedrijfstak die in die periode honderden miljoenen verdiend heeft met het oplossen van een probleem dat nooit bestaan heeft.

Op de eerste dag van deze eeuw bleven, tegen de voorspellingen in, alle computers gewoon werken. Nergens donderden vliegtuigen uit de lucht en de Derde Wereldoorlog brak ook niet uit.

De millenniumprofeten sloegen elkaar jubelend op de rug, telden de miljoenen die ze aan ons verdiend hadden en beweerden dat ze dat geld dubbel en dwars waard waren geweest. Er was immers niks gebeurd. Niet dan?

De waterschappen hanteren anno 2012 dezelfde tactiek: ze waarschuwen zichzelf naar onmisbare hoogten. De zeeën en de rivieren blijven stijgen, de dijken staan op bezwijken, het riool raakt verstopt, het oppervlaktewater verontreinigd. Jan Timmer had tenminste nog een deadline op oudejaarsavond 1999. Daarna waren we verlost van de dagelijkse preek over de naderende ondergang.

De waterschappen hebben alle tijd van de wereld. Wie geschoren wordt, moet stil zitten, dus houden ze zich koest als de politiek weer eens begint te zeuren over het afschaffen van de waterschappen. Wat later, als de tijd weer eens rijp is, pakken de natte spindokters uit met de vertrouwde riedel over hoog water, lage dijken en verstopte riolen. Luidkeels gesteund door alle bedrijfstakken die er iets aan kunnen verdienen.

De voornaamste conclusie van alle waarschuwingen mogen we zelf trekken: de waterschappen zijn onmisbaar. Zou het?

Posted: October 13, 2012 05:03 PM (281 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .