logo-bns-app.png



« Big Brothers met rode baretten | Index | Er zit een gremlin in mijn computer »

February 17, 1996, by Léon Krijnen

De sociëteit van de sceptici   

God, als die tenminste bestaat, mag van mij tezijnertijd best mijn ziel redden, vooropgesteld dat ik er een heb. Ik heb mijn eerste zin vandaag geleend van John Spencer, omdat ik het roerend met hem eens ben.
Voor wie mij een beetje kent zal dat geen verrassing wezen, en voor wie het nog niet in de gaten had: ik ben, als ik überhaupt iets ben, een scepticus. Ik hou niet van flauwekul, ik moet niks van sterrebeelden hebben, en ik word recalcitrant als er goeroes, antroposofen, gebedsgenezers, gifmengers, hypnotiseurs of handopleggers in de buurt zijn. Ik mag graag lekker dwars liggen als er op een verjaardagsfeestje iemand begint te verkondigen dat hij een bijzonder frappant gesprek met een helderziende gehad heeft.

Iedereen mag van mij geloven wat-ie wil, als ik er maar niet mee lastig gevallen word. Ze doen maar, ze mogen van mij blijven schreeuwen dat er tussen aarde en hemel (bestaat die?) veel meer is dan ik denk dat er is, als ze mij maar met rust laten. Praat me niet van de Jomanda's, en hou op over Uri Geller. Yoga, vooruit, dat mag van mij, want dat rekken en strekken, dat zou best wel eens weldadig voor de spieren van de stijven en strammen onder ons kunnen zijn.

Veel last heb ik gelukkig niet van die internationale samenzwering van betweters, want zo vaak staan ze nou ook weer niet op straat te prediken. En als dat wel het geval is, dan loop ik wel een eindje om. Wat dat betreft is het in cyberspace, zoals zovaak, precies hetzelfde als in het dagelijkse leven. Kom ik op een een of andere zijweg van de elektronische snelweg iets tegen waar ik absoluut niets van moet hebben, dan ben ik via een simpele muisclick weg en ze bekijken het verder maar.

Waar ik op zo'n moment wel van baal is dat ik een voetstap heb achtergelaten op zo'n pagina en dat ik word meegenomen in het totaal aantal hits dat die pagina gescoord heeft. Als ik pech heb en de desbetreffende home-page is professioneel in elkaar gezet dan betaat de kans dat hij de E-mail-adressen van alle bezoekers verzamelt. Als dat zo is, krijg ik binnen afzienbare tijd weer de nodige junk in mijn postbak, in dezelfde slijmerige of veel te veel belovende bewoordingen waarmee loterijen, postorderbedrijven en religieuze fanatici als sinds jaar en dag knaken dan wel zielen binnenboord proberen te halen.

Dat kost me weer de nodige clicks extra, want ik moet het allemaal twee keer deleten voor die vlekjes op mijn onbedoezelde harde schijven weggepoetst zijn. Als je geen |junk-mail thuis op de mat wilt hebben, dan kun je zo'n sticker op de brievenbus plakken, hopen dat de bezorger van dat reclamespul kan lezen, en dan ben je er weer een tijdje vanaf.

Er zal ook in cyberspace wel zoiets wezen, en zo niet, dan duurt het niet lang meer. Wie weet heb ik nog niet eens ontdekt dat ik aan mijn postbode, in casu Compuserve, door kan geven van welk rijtje E-mail-adressen ik absoluut geen byte meer ontvangen wil. Hoewel het bij sommigen ook meteen afgelopen is als je ze een berichtje terugstuurt met de vraag of ze zo snel mogelijk op willen houden met die rommel.

Daarentegen ga ik mezelf wel met onmiddellijke ingang lid, aanhanger, donateur en abbonee maken van de Skeptics Society die ik de afgelopen week op Internet ontdekt heb. Ik had wel eens wat gelezen over die club van nuchtere wetenschappers die er een satanisch genoegen in schijnt te scheppen om luchtballonnen door te prikken, maar ik wist niet dat ze al een site op het World Wide Web hadden.

Pseudo-wetenschappers, kwakzalvers, halve en hele oplichters, alle grappenmakers die ik een paar alinea's geleden omschreven heb, gruwen uiteraard van de Skeptics Society. Ik vind alleen de naam een beetje ongelukkig gekozen, want als er een gemeenschap is waar alles afgekort wordt dan is het wel Internet. De initialen van de club van sceptici zouden wel eens tot misverstanden kunnen leiden, maar dat even terzijde. Op het adres http://www.skeptic.com kan je je abonneren op de nieuwsbrief en/of het magazine van de Society, of je kunt er verslagen downloaden over de manier waarop er iets of iemand door de mand gevallen is.

Omdat wetenschap en techniek meer zijn dan broer en zus, die kon ik even niet laten, verwijs ik gelijk maar even naar de site van Popular Mechanics. Een van mijn favoriete tijdschriften waarin altijd zo mooi uitgelegd wordt hoe en waarom iets werkt zoals het werkt. Dat moet interessant zijn voor een substantieel gedeelte van de lezers van deze rubriek. Dat meen ik af te mogen leiden uit het gegeven dat nogal wat reacties erop afkomstig zijn van schrijvers die blijkbaar een account op een technische opleiding gebruiken. Voor hen, al vinden ze dat blad misschien een beetje te kinderachtig, Popular Mechanics is te vinden op http://popularmechanics.com.

Ik mag dan wel sceptisch zijn, en heel af en toe een beetje eigenwijs en recalcitrant, maar ik ben desondanks de beroerdste niet. Daarom heb ik links en rechts nog wat adressen opgeduikeld waarin die alternatieve lezers die vandaag tot deze zin een gloeiende hekel aan me begonnen te krijgen, ook aan hun trekken komen. Om te beginnen is daar The Jesus Army op het http://www.tecc.co.uk/jesusa. U kunt daar een mailtje naartoe sturen met uw dringendste geestelijke problemen en u krijgt per ommegaande passende psalmen, bijbelteksten en gebeden terug.

Voor wie desondanks de moed opgegeven heeft maar dit ondermaanse in stijl wil verlaten heb ik een andere tip. Ga naar http://newciv.org/worldtrans/naturaldeath Dat is de site van de Association of Nature Reserve Burial Grounds. U kunt er bouwtekeningen van doodskisten vinden, waarvan er sommige eerst als salontafel gebruikt kunnen worden, voordat ze het uiteindelijke doel dienen. Verder kunnen er bouwpakketten besteld worden, waarvan de goedkoopste (zestig Engelse ponden zonder deksel) uit bordkarton is samengesteld.

Ooit wel eens gedacht dat u al eens eerder geleefd heeft? Sjees als de weerga met uw browser naar http://www.oro.net:80/fox/. en daar vindt u uw een soortgenoot. De samensteller van die site heet eigenlijk Jon C. Fox, maar sind hij in 1983 stemmen hoorde weet hij geloof ik dat hij eerst als Plato of de apostel Johannes door het leven gegaan is en daarom noemt hij zichzelf nu Hilarion. Als ik het tenminste goed begrepen heb, maar ik heb niet echt de moeite genomen om alles goed te lezen.

De mooiste nonsens tenslotte is te vinden op het adres http://cathouse.org/ Daar is een verzameling urban myths waarvoor we in het Nederlands dankzij Ethel Portnoy de mooie omschrijving broodje aap hebben. Die onuitroeibare verzinsels die iedere keer opnieuw als zogenaamd waar gebeurd opduiken. Vooral in de komkommertijd, waarvoor ze hier in Australië weer een betere omschrijving hebben: The silly season. Bezoek het cathouse, lees en lach. Dat laatste is volgens mij nog de beste remedie voor heel wat klachten en problemen. Wat zegt u? Maar ja, natuurlijk is dat wetenschappelijk bewezen. Ik moet alleen nog eens even opzoeken waar, wanneer en door wie.

Posted: February 17, 1996 08:43 PM (1170 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .