logo-bns-app.png



« Renaissance van de koude oorlog | Index | Als je een aap lang genoeg laat typen . . . . »

August 31, 1996, by Léon Krijnen

The Missing Kids database   

Minstens een keer per week mag ik hier, achter mijn beeldscherm gezeten, zoekende naar inspiratie, een beetje kriegel reageren. Dat is als weer eens gebleken is dat Internet een rol gespeeld zou kunnen hebben in een of andere smerige affaire. Komt er weer een collega voorzichtig naar me toe gestiefeld met de op de burelen van alle krantenredacties ter wereld ongetwijfeld meest gestelde vraag: "Zeg, zit daar niet een verhaaltje in?".

Dan hebben we soms een conflict, niet omdat ik te beroerd ben om het desbetreffende verhaaltje te maken, maar omdat ik de kwestie dan heel anders blijk te benaderen dan degenen die het verzoek doen. Ik heb het al vaker geschreven: ik word een beetje moe van al die mensen die Internet als iets verderfelijks zien, als een instrument van de duivel.

De laatste weken is het weer raak. De affaire Dutroux maakt het een en ander los, en toevallig begint in dezelfde tijd een congres in Stockholm tegen Seksuele Commerciële Uitbuiting van Kinderen. Het is me overigens van het begin af aan een volslagen raadsel geweest wat dat commerciële in de naam van dat congres doet. Daaruit zou je, simpel redenerend, kunnen constateren dat niet-commerciële uitbuiting toelaatbaar zou zijn, en ik kan me niet voorstellen dat dat de bedoeling is.

Hoe dan ook; onmiddellijk is het weer raak. Er worden pedofielen-netwerken ontdekt die van internet gebruik maken en in Zweden worden computers en floppies vol vuiligheid ontdekt. Het staat in dit geval niet vast dat die computers ook op Internet aangesloten waren, met volgens de Zweedse politie zou dat best wel het geval hebben kunnen zijn. Vervolgens beginnen allerlei mensen weer te roepen dat Internet allemaal niks is en dat er maatregelen genomen moeten worden. `Pffff`, denk ik dan, `daar gaan we weer`.

Vervolgens slaagt vrijwel iedere krant erin om een redacteur te mobiliseren die iets van Internet weet en die weet natuurlijk binnen een half uur de meest smerige afbeeldingen op zijn monitor tevoorschijn te toveren. Of een nieuwsgroep te vinden waarin allerlei perverte figuren ervaringen dan wel adressen uitwisselen. Bijna alle kranten van Nederland hebben de afgelopen weken, in het spoor van Dutroux, geïnspireerd door die conferentie, een dergelijk verhaaltje in de kolommen gehad.

Dat die dingen bestaan ontken ik niet, maar wat moet ik daar nou mee? In het pre-internet-tijdperk werden verslaggevers de straat opgestuurd en kwamen ze met een boekje terug. Dan schreven ze verhaaltjes over hoe simpel het was om vanonder de toonbank zo`n boekje te krijgen, of, in het spoor van de zich alsmaar vernieuwende techniek, een video. Moet je daarom gaan roepen dat video`s verboden zouden moeten worden? Misdadigers, en dus ook pedofielen, maken ook dagelijks gebruik van de telefoon. Terwijl in die kringen ongetwijfeld meer uitgewisseld wordt in ouderwetse bruine enveloppen met een postzegel erop dan via internet.

Er is geen politicus die daarom roept dat de overheid alle telefoongesprekken moet gaan afluisteren of dat in het vervolg alle brieven en poststukken gecontroleerd moeten worden. Laat staan dat iemand het in zijn hoofd haalt om de PTT voor de rechtbank te slepen als blijkt dat een bende gebruik gemaakt heeft van post of telefoon tijdens het samenzweren. Toch is dat wat sommigen als de oplossing voor de problemen met Internet zien: de provider verantwoordelijk stellen.

Dat is een onhaalbare zaak. Hooguit kan de provider geacht worden om in de gaten te houden wat er op zijn eigen servers staat, en is dat materiaal dat niet door de beugel kan, dan kan het verwijderd worden en de eigenaar ervan de wacht aangezegd worden. En desnoods zijn naam doorgeven aan de politie. Maar hoe kan een provider voorkomen dat via zijn poorten verboden zaken vanuit het buitenland passeren?

Compuserve heeft dat vorig jaar in Duitsland geprobeerd met het afsluiten van een aantal nieuwsgroepen waarin sex op de een of andere manier een rol speelde. Dat op instignatie van de Duitse justitie. Die maatregel werd betrekkelijk snel weer ongedaan gemaakt nadat bleek dat men iets te voortvarend te werk gegaan was en het besluit voldoende juridische gronden ontbeerde. Overigens werden toen al meteen nieuwsgroepen met zogenaamde `onschuldige` namen geënterd en misbruikt door lieden die met de sex-nieuwsgroepen hun favoriete speelgoed afgenomen was.

Terwijl een hoop politici wakker liggen met het verzinnen van bij voorbaat onmogelijke manieren om grip te krijgen op Internet begint zich een ander fenomeen steeds nadrukkelijker af te tekenen: een soort zelfregulering. In Nederland heb je als een meldpunt kinderporno op Internet, en in de Verenigde Staten zijn ook steeds meer groeperingen actief die zich opwerpen als onbetaalde waakhonden in dienst van het goede, of van wat zij als recht zien.

Zo is er al een afdeling van de Guardian Angels die zich alleen met criminaliteit op Internet bezig houdt, en zijn er verschillende sites waarin de naam WatchDog voorkomt. Verder zijn er na enig zoeken maar genoeg meldpunten te vinden van allerlei overheden waar de rechtmatige burger een E-mailtje vol verdachtmakingen achter kan laten.

Een homepage waar ik stil van werd is de Missing Kids Database van de National Center for Missing and Exploited Children. Het is een Amerikaanse site waar de namen staan van ruim zevenhonderd Amerikaanse kinderen die op dit moment vermist zijn. De lijst begint met Wesley Ian Aaron, uit Tucson, Arizona, vijftien jaar oud, en hij eindigt met Tammy Sue Zurawski uit Spokane, Washington, 12 jaar oud.

Zevenhonderzeventien is niet veel als je het snel zegt, maar als je die database op je scherm hebt staan is het een lelijk eind scrollen van begin tot eind. Om u een indruk te geven: die zevenhonderd namen, met alleen maar woomplaats en leeftijd erachter, dan is een krantenpagina helemaal vol.

Nog indrukwekkender is die site als je de long listing ophaalt. Van ieder vermist kind staat er een portret bij, met een korte omschrijving van plaats waar en soms omstandigheden waaronder de vermiste voor het laatst gezien is. Hoewel nu nog puur om Amerika gericht gaat de Missing Kids Database de activiteiten wereldwijd uitbreiden. Er is al contact geweest met België. De afgelopen week stonden op de voorpagina van de site de koppen van Dutroux en al zijn handlangers, naast de portretten van de Julie en Melissa, en van Ann en Eefje.

Er was ook een link te vinden naar een site in België, onderhouden door de ouders van Marc en Corinne, een jeugdig stel paar dat enkele jaren vermoord werd. Op die site kan, net zoals op een tiental anderen in België, een condoleance-register getekend worden of kan men inlichtingen achterlaten.

Op de site van het National Center for Missing and Exploited Children, wordt iedere bezoeker, waar ook ter wereld, gevraagd of hij ooit Dutroux of een van de zijnen ergens gezien heeft.

Posted: August 31, 1996 11:09 AM (1116 words).   

Comment over here or on my Facebook wall . . .