
Er is in Amerika een beleggersclubje, dat vanuit de onderbuik opereert, helemaal op gevoel. Het zou natuurlijk een urban myth - klinkt interessanter dan broodje aap - kunnen zijn, maar dit clubje van nette huisvrouwen haalt volgens die mythe jaarlijks een rendement van een procent of dertig.
Ze moeten niets van beursgoeroes hebben, bezoeken nooit seminars van financiële analisten en zijn niet geabonneerd op beleggersbladen. Ze gaan wel naar jaarvergaderingen, maar niet om naar de cijfers te luisteren; ze gaan er alleen maar heen om te zien of ze met nette mensen te maken hebben. Volgens dezelfde strategie waarmee ze al jaren aandeeltjes kopen van bedrijven waar enkelen van hen op bezoek geweest zijn. Soms anoniem, als klant, soms aangekondigd, als kleine belegger die aan de directeur graag enkele vragen zou stellen. Als klant van willekeurige ketens kijken ze hoe ze behandeld worden, of het schoon is, of de prijzen goed zijn, en als ze niet afgepoeierd zijn door een telefoniste, kijken ze hoe serieus ze tijdens zo'n gesprek genomen worden.<
Het schijnt - nog steeds volgens die mythe - goed te werken, en ik ben geneigd om het te geloven. Ook al gedraag ik me als belegger niet al te idioot - centjes netjes gespreid over klassiekers, nieuwe technologiën en spaarrekening - het kan geen kwaad om daarnaast een nieuw pad in te slaan. Komt de KNLTB in beeld, die mij en u wil gaan verleiden door ons geld te laten steken in aanstormende talenten. Geïnspireerd door de draconische bezuinigingsmaatregelen van de regering - de tennisbond moet 786.000 euro subsidie inleveren - en door golfer Maarten Lafeber. Die had zes jaar geleden geen geld om golfend de wereld rond te reizen en verkocht 1100 aandelen in zichzelf, van 100 gulden per stuk. Dat was een goede investering, want mede dankzij die bescheiden injectie van 110.000 gulden kwam de carrière van Lafeber zo aardig op dreef, dat hij zijn aandeelhouders nu een rendement van bijna honderd procent op zou leveren als ze zouden incasseren.
De tennisbond, die junioren de wereld rond moet laten reizen, wil het ooit iets worden, is nu ook zoiets van plan. Ik zou wel willen, maar vraag mezelf af, indachtig de winstgevende strategie van dat huisvrouwenclubje, hoe ik die junioren zou moeten beoordelen. Hoe uit te vissen welk vlees in de kuip zit waar ik mijn spaarcenten in ga dumpen. Vervolgens is de vraag wat ervan terecht zou komen. Ik herinner me dat ik een fanatiek bezoeker van de juniorentoernooien was tijdens de Grand Slams die ik vroeger versloeg. Zo zat ik eenzaam naar Sjeng Schalken te kijken, toen die het juniorentoernooi op Flushing Meadows won, terwijl alle collega's op dat moment bij de echte finale zaten, die tussen Agassi en Sampras ging. Toen was het al te laat om geld in Sjeng te steken, want voor wie een juniorentitel op een Grand Sam pakt, staan de agenten in de rij.
Ach, als ik aan alle ongelooflijke supertalenten denk die op die toernooien de revue passeren. Je krijgt rode oren als je naar hen zit te kijken, zó goed zijn ze. Maar het is misschien beter om staatsloten te kopen, want van velen wordt nooit meer iets vernomen. Maar het kan natuurlijk verkeren, want had ik McEnroe als junior zien spelen, dan had ik daar waarschijnlijk geld in gestopt. Niet omdat-ie zo goed kon tennissen, met die rare volley en die service die pijn deed aan je ogen, maar omdat het zo'n nette, beleefde en vriendelijke jongen was. Althans, zo wil een andere hardnekkige mythe, waarvan ik de waarheid ernstig betwijfel.
Als de KNLTB dat plan rondkrijgt, weet ik al wat er in de kleine lettertjes kom te staan over in het verleden behaalde rendementen waaraan voor de toekomst niets ontleend kan worden. U zoekt zelf maar uit wat de garantie is en hoe groot de kans is dat er een nieuwe Krajicek rondloopt. Voor beleggen in dat halfzusje is het al te laat, maar welke twaalfjarige landgenoot gaat over acht jaar Wimbledon winnen? Gokje wagen, of toch maar weer een paar staatsloten kopen?
Posted: December 20, 2003, 07:30 PM | Comments (0) |
Cuba Gooding won er een Oscar mee, als Rod Tidwell, (American) voetballer, die van manager Jerry McGuire, gespeeld door Tom Cruise, geld eiste, meer geld, veel meer geld en nog meer geld: 'Show me the money!'
Zo begint het, maar omdat het een film is, loopt het anders af dan in de realiteit.
Fluistert de scepticus in mezelf, maar misschien heeft die ongelijk. Jerry McGuire baalt omdat zijn werk alleen maar om geld gaat - en geld - en zijn enige cliënt alleen maar over geld - enzovoort - wil praten. Dat-ie de godzalige dag alleen maar over geld moet praten en over meer geld moet onderhandelen - bent u er nog? - terwijl er toch zoveel andere dingen zijn die zijn leven veel leuker zouden kunnen maken dan geld.
De scepticus in me fluistert dat Jerry McGuire op staande voet ontslagen zou zijn als hij over normen en waarden inplaats van dollars zou beginnen. Misschien niet in Salt Lake City, waar Mormoonse ijshockeyers en basketballers erg gelovig zijn, maar buiten de sabbat of zondag net zo gehaaid in zaken zijn als een Armeense bankier of een Joodse diamanthandelaar. Niet dat religie iets uitmaakt, want dat geloof en zakendoen prima te combineren zijn zie je in allerlei culturen en religies. Maar er zullen ongetwijfeld topsporters zijn die puur voor de lol spelen en de idiote vergoedingen schouderophalend accepteren. Dat moet er dan altijd ingezeten hebben, want de aard van beestjes verandert niet gauw. Vandaar mijn scepsis, want in die film volgt de geldwolf het lichtend voorbeeld van de bekeerde manager. Pas als hij ouderwets voor zijn plezier gaat spelen, gaat alles vanzelf en stroomt het geld binnen. Moraal van de verpakte normen en waarden? Werk voor je lol, en het komt goed. Variatie op wat Crosby, Stills, Nash en Young zongen: als je niet bij degene kunt zijn van wie je houdt, hou dan van degene bij wie je bent. De bedoeling is goed, maar uiteraard ontbreekt de garantie, die er al te vaak zalig glimlachend bij gegeven wordt door hen die zeggen zeker te weten dat alles goed komt.
In Amerika is geïnspireerd door ‘Show me the Money’ een nieuwe stroming ontstaan in een al zo levendige industrie van al dan niet zelfbenoemde therapeuten, consultanten en zieleknijpers. Zij leven allen van onmin tussen mensen in het algemeen en werknemers en werkgevers in het bijzonder. Handig hanteren ze de lichtende voorbeelden uit de film tot eigen voordeel, terwijl ze aan beide partijen het verband tussen geld en prestatie proberen uit te leggen. Om daarna zonder enige gène, net zoals dat soort grappenmakers hier, urendeclaraties van honderden dollars per stuk in te dienen. Kip of ei maakt niet uit, zeggen ze; wie er lol in heeft gaat harder werken en wordt beter betaald, en wie beter betaald wordt, krijgt er lol in en gaat harder werken.
Ruud van Nistelrooij en zijn manager vragen zich niets meer af, behalve waar het geld te laten. Gisteren werd maar weer eens de stelling bewezen dat journalisten slechte rekenaars zijn, toen het hier over het mega-salaris van de spits van Manchester United ging. In vijf jaar tijd gaat-ie dertig miljoen euro verdienen, hetgeen door een collega, die daar kennelijk een beetje duizelig van geworden is, omgerekend werd tot 110.000 euro per maand. Klopt niet, want dertig miljoen gedeeld door zestig maanden is 500.000 euro per maand, 125.000 euro per week. Wat zou u daarmee doen?
Waarbij ik moet bekennen dat hier mijn scepsis sneuvelt. Juist Van Nistelrooij lijkt me het gelijk van Jerry McGuire te bewijzen. Hij is er eentje die helemaal vanuit hart en ziel lijkt te handelen, van zijn tomeloze inzet in de spits tot en met het uitschelden van Advocaat. Hartverwarmende spontaniteit waarbij ik me niet goed voor kan stellen dat Van Nistelrooij ooit ‘Show me the Money’ geroepen heeft.
Of zie ik dat helemaal fout, en is die grenzeloze ambitie van Van Nistelrooij, scoren, scoren, scoren, gevoed door de geldzucht waar dit stukkie mee begonnen is? Ik weet het niet...
Posted: December 15, 2003, 05:34 PM | Comments (0) |
Time flies: a quick look at my tables tells me I've started running Moveable Type six months ago, and only now I am beginning to understand the finer things of the system. Of course you can have the system completely installed for you, or install it and then, as often happens, completely forget how you've set it up once it is running.
Once running you can use it for what is was built for to begin with: a perfect blogging system. But it can also be a wonderful (database driven, static content served) publishing system, wich can be used for a lot of different kinds of websites. Right now I'm using it to publish what I'm writing, but I'm also building an archive of some things I've been writing over the years. With the help of a very handy option: the 'Authored On' field. Movable Type allows you to pre-date or post-date entries by modifying 'Authored on' date and time for an entry.
As the articles I'm archiving sit already on my server, as well as in plain HTML as in MySQL tables, there should be an easier way than the cutting and pasting I'm performing right now. Some reasons I'll stick to cut and paste for now:
1. The old articles in MySQL consist of only one table with four different records: title (primary key), publishing date, intro, body. Using phpMyAdmin there should be a way to import the relevant data to the tables Moveable Type is using to build the static files from. But the table: mt_entries - and it's by far not the only table that has to be filled with data for one entry, I'm afraid - has twenty different records, and this table alon has more than four records that cannot be NULL. I'm sure a MySQL nerd can do the job in a minute or so, but I'm afraid my cutting and pasting does the job faster than sorting it all out by myself.
2. While adding articles by hand I reread them, so I can remove old errors, check links, or add comments and footnotes to history.
3. While doing this I peek and poke around in the system, building up routine. I've set up bookmarklets, wich give me the possibility to browse through an old index, select the text of an article, and when I rightclick 'MT it!', a new browser window opens an entry field, containing the selected text. One push and it's as well as saved in the database, as static published. Brilliant!
As I am daily using Vignette Storyserver for my job, I can see where Moveable Type could be used as a publishing system for any newspaper. The difference: a Moveable Type license is $ 150,-, (for commercial sites, free for bloggers) where a Storyserver license is something like a thousand times as much. Apart from that: Apache and MySQL are free, so you only need to add a good machine to the 150 bucks, enough bandwith and there you are.
Thinking about Vignette Storyserver, and all caching and flushing problems that come with any dynamic driven database publishing system, another beauty of Moveable Type is that it stresses the database only while building the static files. Once build you only need sufficient memory and enough handles in Apache to serve thousands of http requests in the same second.
Beat me, but I still haven't got a clue why so may IT managers always automatically seem to choose more expansive options ...
Posted: December 11, 2003, 08:55 PM | Comments (0) |
Ik wil me hier even distantiëren van de uitspraken van woordvoerder van de club waar ik lid van ben, het Nieuw Republikeins Genootschap. Het lijkt me niet zo verstandig wat-ie zondag gezegd heeft, om twee redenen. Ten eerste had-ie alles wat Van Oranje heet van harte moeten feliciteren, en het daarbij even moeten laten
Wij, de leden van het Genootschap, vinden dat monarchie clownesk, achterhaald en een smet op democratie is, maar er zijn momenten dat je daarover zwijgt.
Ten tweede deel ik de vrees van onze woordvoerder niet: dat het nieuwe koningskind een 'verschrikkelijk leven van grote nutteloosheid staat te wachten’. Dat nou lijkt me nogal meevallen. Ondanks mijn lidmaatschap - het vlees is tenslotte zwak - zou ik het het niet weten als ik vooraf de keus tussen blauw en rood bloed gehad zou hebben. De nadelen van met gouden lepels in je mond geboren worden lijken mij van minder importantie dan de voordelen.
Posted: December 11, 2003, 06:17 PM | Comments (3) |
Waar zijn de gezusters Williams gebleven? Zitten ze in een rolstoel, of in een gesticht? Ik vraag mezelf af waarom die vragen regelmatig door mijn hoofd beginnen te borrelen zodra ik iets over doping lees of hoor. Komt het omdat de als Griekse godinnen gebouwde zussen ieder jaar zo lang en zo vaak geblesseerd zijn?
Om dan weer herboren op te duiken, om, in de finale al dan niet tegen elkaar, een paar Grand Slam toernooien te winnen? Om samen uit te maken wie de nieuwe nummer één en wie de nummer twee op de wereldranglijst wordt? Om vervolgens, het wordt vervelend, weer maanden spoorloos te zijn? Als ik het wel heb heeft Venus ergens in de zomer de luwte gezocht met een buikspierblessure. Dat zoiets een slepende kwestie kan zijn, weet ik inmiddels uit eigen ervaring, maar een dergelijk vergelijk loopt helaas mank. Om te beginnen schelen we teveel in leeftijd, beschikt ondergeschikte niet over het gebeeldhouwde goddelijke lichaam van een klassiek god, noch dat van een hedendaagse Chippendale, en tennissen kan hij ook al niet.
Maar een buikspierblessure? Mark van Bommel heeft een hele vervelende, zo geniepig dat de scalpel van de chirurg er aan te pas moest komen teneinde hem van het ongerief te verlossen. Zoiets duurt een paar weken, maar, omdat ieder nadeel zijn voordeel heb, is gaande het genezingsproces een schorsing van vier wedstrijden vanwege een verdwaalde elleboogstoot meteen mooi uitgezeten. Was de clubarts ook blij mee, want die was voor de verandering verlost van het gemarchandeer met trainers die andere opvattingen hebben over honderd procent genezen zijn dan iemand die een eed afgelegd heeft op het welzijn van een patiënt. Zodat Van Bommel niet met de hechtingen in zijn lies het veld ingestuurd wordt, en, nog meer mazzel, de winterstop erbij krijgt om helemaal te herstellen. Het duurt iets langer dan gemiddeld, maar het haalt bij lange na niet de zes maanden waarmee Venus Williams haar buikspierblessure koestert.
Van Bommel is een harde, voor tegenstander én voor zichzelf, maar tennissers zijn ook geen doetjes. Zoals Pat Cash, die zich eind juni 1987 twaalf maanden lang onafgebroken het leplazarus had getraind op weg naar zijn ultieme missie: Wimbledon winnen. Om twee weken voor het toernooi midden in de nacht met een acute blindedarmontsteking op de ER (zo heet dat tegenwoordig ook in Nederland dankzij al die medische series) van een ziekenhuis te belanden. Cash weigerde een algehele verdoving omdat hij er zeker van wilde zijn dat de chirurg, zoals door hem geëist, tussen zijn spieren en pezen door de ontstoken blindedarm eruit zou vissen, zonder een spiertje door te snijden. Twee weken later volbracht de Australiër zijn missie. Waarin Michiel Schapers, deze week weer in het nieuws, een positief bijrolletje speelde: van de zeven tegenstanders van Cash, bij wie de hechtingen nog in de buikwand zaten, was hij de enige die een set wist te winnen.
Waar waren we? Ah, de Williamsen, van wie me van Venus bijgebleven is dat ze met een buikspierblessure als oorzaak in een zwart gat verdwenen is, terwijl me ontschoten is wat het als oorzaak van de retraite van Serena opgegeven werd. Misschien dat een ingegroeide teennagel of geïrriteerde aambeien een rol spelen. U moet daar niet mee spotten. Zoiets kan heel vervelend zien, want anders zou het niet zo lang duren, niet dan? Ik wou dat ik de antwoorden wist op mijn vragen. Dan zou ik u gewoon laten weten waarom de zussen Williams maar een paar maanden per jaar tennissen. Met armen en benen die er bepaald niet uitzien alsof ze niet hebben kunnen trainen vanwege kapotte buikspieren, ingegroeide teennagels of andere lichamelijk ongerief. Met de schouders, rugspieren, kuiten, dijbenen en biceps van Arnold Schwarzenegger in zijn beste dagen. Als ze niet hebben kunnen trainen en spelen, hoe komen ze dan aan al die spieren? Ik wou dat ik het wist.
Posted: December 06, 2003, 08:59 PM | Comments (1) |
Fietsen is leuker dan lopen. Als er eenmaal eelt op je kont zit, ben je van zadelpijn voorgoed verlost en kun je het, in tegenstelling tot hardlopen, iedere dag doen.
Omdat je al gauw tien keer zoveel kilometers maakt dan te voet, zie je ook heel wat meer dan op die stomvervelende gele of blauwe route in het lopersbos. Vanwege onverwachte uitzichten en bouwsels heb ik altijd een camera bij me, achter in het vakje waar de profs de waterflessen in stoppen. Bijna altijd, want die ene keer dat het zulk slecht weer is dat je dat ding maar thuislaat, omdat alles zeiknat wordt, mis je de plaat van je leven.
Zoals eergisteren, toen ik tussen Merskplas en Wortel een onsterfelijke plaat niet kon maken. In een weiland stonden twee paarden wat triestig te kijken, in mist en motregen. De een was een langbenige merrie, met een mooie schofthoogte, de ander een hengstje, van een of ander de laatste jaren steeds populairder geworden mini-soort. De merrie stond mooi te wezen, zich niet bewust van wat ze bij het scharminkel naast haar veroorzaakt had.
Bij hem was niet alles in verhouding met zijn dwergmaten; onder zijn buik bengelde een piemel waar een olifant mee thuis kan komen. In kennelijke staat van opwinding, heet zoiets. Smachtend keek hij naar die onbereikbare hoogte, smekend om hulp keek hij mij aan. Maar, mede omdat ik net gepasseerd was door een langzaam rijdend busje van de Rijkswacht, heb ik hem toch maar alleen gelaten met zijn probleem. Mijn camera laat ik nooit meer thuis.
Posted: December 02, 2003, 04:39 PM | Comments (0) |