Welcome at Krijnen.Com

| Saturday, March 20, 2010, 6:19:17 P.M.  | RSS 1.0 | RSS 2.0 | Atom | Blogger | PhotoAlbums | Contact | Spam Poison |

« September 2004 | Home | November 2004 »

October 29, 2004

Het Diddy-effect: waarom John Kerry gaat winnen

pdiddy.jpg
Maurice de Hondt heeft als voorspeller van verkiezingsuitslagen een keer een flinke uitglijder gemaakt. Een van de redenen dat het in mijn geheugen is blijven hangen, is het gegeven dat De Hondt weigerde om stil te blijven zitten toen hij door de media geknipt en geschoren werd.
In plaats van sportief toe te geven dat-ie na al die goede voorspellingen voor de eerste keer een flinke miskleun gemaakt had, kwam hij met allerlei smoesjes op de proppen; het lag niet aan hem!
De andere reden dat het is blijven hangen, is dat we in Nederland gewend zijn aan redelijk kloppende voorspellingen.

In Australië klopt er meestal geen biet van. John Howard won Down Under begin deze maand voor de vierde keer op rij de verkiezingen, nadat door voorspellers de plank flink misgeslagen was. Tot in de vroege avond voorspelde het grootste en meest achtenswaardige onderzoeksbureau in Sydney nog met grote stelligheid een historische ommezwaai naar Labor.
In Amerika ging het ook wel eens fout. Historisch is de foto van de herverkozen Harry Truman die op 3 november 1948 breed lachend de voorpagina van de Chicago Daily Tribune boven zijn hoofd houdt, die over de volle breedte kopt: ‘Dewey defeats Truman!’
Vier jaar geleden klopte er in Amerika niet veel van. Het verschil tussen Gore en Bush was minimaal en daar was dan nog dat gedoe in Florida, waar een en ander opnieuw geteld moest worden. Na de hertelling waren de meeste Democraten van mening dat er flink gerommeld is en dat Al Gore in plaats van George Bush de verkiezingen had moeten winnen.
Op internet zwerft een humoristisch flashfilmpje rond met een simulatie van een Diebold stemcomputer. Probeer daarop maar eens op Kerry te stemmen. Als u eindelijk denkt de knop te pakken te hebben, wordt alsnog bedankt voor uw stem, namens George W.
Zo gewend als we hier zijn aan stemmachines, zo krampachtig doen ze daar in Amerika over. Het is iets waar hier nogal eens lacherig over gedaan wordt, dat die Amerikanen er niet in slagen om zoiets goed te regelen. Zo gek is die koudwatervrees niet, gezien wat er de laatste jaren fout gaat met computers, internet, hackers en virussen. Toen de stemmachines hier ingevoerd werden, was er nog geen internet en van hackers had nog nooit iemand gehoord. Desondanks nemen wij de foutloze werking van die machines als vanzelfsprekend aan.
Zou het? De enige manier om er achter te komen wat er met uw stem gebeurd is, is het koppelen van uw stem aan uw naam en het desbetreffende bestand toegankelijk te maken. Willen we dat? In ieder geval niet via internet, zou ik zeggen, en de vraag is of op een andere manier foolproof te regelen is.
Internet of niet, dankzij datzelfde internet gaat John Kerry op zijn gemak de verkiezingen winnen. De Republikeinen weten het, de Democraten weten het, maar beide partijen zwijgen over die wetenschap. Voorgaande boude uitspraken zijn niet van mij, maar van Bob Cringely. Volgens hem kan Kerry nu al de vlag uitsteken dankzij het P. Diddy effect.
De rapper, die niets met politiek en politici te maken wilde hebben omdat het niks is, niet werkt en niks wordt. Maar Diddy, ouder en wijzer, is op internet een actie begonnen onder het motto Vote or Die. Hij geeft geen stemadvies, waar het om gaat is dat iedereen in Amerika moet gaan stemmen, hij richt zich op de jeugd, en voert zijn actie alleen maar op internet.
Nou heb ik niks met de muziek van P. Diddy, maar er is een belangrijk gegeven dat me doet vermoeden dat Cringely gelijk zou kunnen hebben.
De resultaten van alle polls in Amerika komen via telefonisch onderzoek tot stand. Een bureau verzamelt 500 willekeurige telefoonnummers en stelt wie opneemt de vraag wat-ie gaat stemmen. Dat heeft altijd goed gewerkt; in een land waar de penetratie van vaste telefoonaansluitingen 95 procent is, wijkt de doorsnee van de telefoonbezitters nauwelijks af van de doorsnee van de bevolking.
De verandering van dat ooit zo vaste gegeven is de crux van de voorspelling van Cringely. Die erop wijst dat de onderzoeksbureau’s een belangrijk teken des tijds negeren: jeugd heeft geen vaste telefoonaansluiting meer. Jeugd heeft een breedband internetverbinding, jeugd belt via VOIP over die breedbandverbinding, jeugd wisselt nog gemakkelijker van mobieltje dan van partner.
Jeugd wordt daarom te weinig gevraagd, hetgeen vorig jaar al duidelijk werd bij de burgemeestersverkiezing van Philadelphia. Waar de in wetenschappelijk opzicht tot dan kloppende methodiek volledig faalde en de onderzoekers de verkeerde winnaar voorspelden.
Oorzaak: ze waren niet op de hoogte van het gegeven dat de ploeg van winnaar en uitdager John Katz er via een intensieve campagne - volledig via internet gevoerd - in geslaagd was om enkele duizenden studenten van elders zich in Philadelphia als kiesgerechtigd te laten registreren.
Het doel van de campagne van Diddy is om 20 miljoen extra jongeren te bewegen te gaan stemmen. Op een totaal van 110 tot 120 miljoen kan Kerry nu al op zijn lauweren gaan rusten, want de meerderheid van jeugd gaat niet op George Bush stemmen.
De belangrijkste vraag: als het allemaal waar is, waarom horen we er dan niets van? Omdat de analisten van de Democraten bang zijn dat het effect verloren gaat, als ze nu al op hun borst beginnen te kloppen en de Republikeinen, die ook niet gek zijn, er op geen enkele manier hun voordeel mee kunnen doen. Ze houden allebei hun adem in en hopen er het beste van.
We zullen zien, volgende week. Als Bush er met de gladiolen vandoor gaat, wijs ik, in de traditie van Maurice de Hondt, met een beschudigende wijsvinger naar internet-analist Bob X. Cringely. Aan mij lag het niet.

 Posted: October 29, 2004, 10:35 PM | Comments (3) |



October 23, 2004

Preistamppot? Google zet vetvernietigers op je menu

fatburner.jpg
Ik ga u niet lastig vallen met huiselijke besognes, maar Google bemoeit zich wel met de mijne. Dat, nadat in een korte mailwisseling met degene met wie ik mijn leven deel, de in heel de wereld dagelijks meest gestelde vraag voorbijkwam: 'Wat eten we vanavond?'
De eerste reply, waar 'preistamppot' als mogelijkheid werd gesuggereerd, was de neus van de robots van Google kennelijk nog niet opgevallen, maar toen dezelfde mail nog een keer op en neer stuiterde, begon de robotkok zich ermee te bemoeien. Rechts van mijn contrasuggestie - 'nog een beetje vroeg voor de tijd van het jaar' - verscheen doodleuk de volgende mededeling in beeld: 'Vetvernietiger; 4 tot 8 kilo afvallen in 1 maand, nummer 1 afslankproduct in de VS'.

Nou moe! Om te beginnen word je met je neus op het feit gedrukt dat die robots van Google inderdaad al je mail scannen, vanaf het moment dat je van Gmail gebruik begint te maken. Dat wist ik al toen ik aan die mooie account begon en dat gegeven heb ik voor lief genomen. Niet van plan zijnde om terroristische activiteiten te ontplooien, is de kans klein dat mijn mail naar een of andere daarin gespecialiseerde eenheid wordt doorgestuurd, en ik vrees ook niet dat het op de computer van mijn baas terecht komt. Als je daar bang voor bent, dan moet je geen e-mail gebruiken, geen sms, geen telefoon, en een postduif kan ook uit de lucht geschoten worden.

Dat Gmail gescand zou worden, wisten we, en dat er kleine advertenties naast de mail op zouden kunnen duiken, dat staat ook in de kleine lettertjes. Verrassend is ook niet het gegeven dat de advertentie in het Nederlands is, want zelfs op CNN en Discovery duiken tegenwoordig, niet alleen op internet, maar zelfs op de televisie, in de reclameblokken commercials op van Bredase middenstanders. Gericht geschoten heet dat, in het Nederlands. Wat me wel frappeert, is dat de (vertaal)robots van Google preistamppot zonder spekjes associëren met vet en me proberen te verlokken om te klikken op de link naar een website waar dubieuze producten worden aangeboden. De enige vetvernietiger, dat ben je zelf, en als je daar meer calorieën in propt dan je kan verbranden, dan wordt het residu als vet tussen je vel en de rest van je lijf opgeslagen. Dat kan iedere dokter of diëtiste je vertellen, maar omdat er hele volksstammen zijn die de oorzaak liever elders zien, is er een levendige handel in vetvernietigers en andere kwakzalverijen. Dus verschijnt er een Nederlandse website in beeld, als je op die door Google in jouw mail toegevoegde link klikt en daar kan je dan, tijdelijk afgeprijsd voor € 49, negentig capsules bestellen, die het vet als een naverbrander uit je lijf zouden moeten vlammen.

Onder dat linkje naar die vette flauwekul staat een linkje van Google zelf: 'About these links'. Wellicht dat de declaratie daar ook in het Nederlands vertaald wordt, als de maildienst verder uitgerold gaat worden. Nu blijkt het nog een in het Engels opgestelde duiding van wat Google met je mail doet. Kernpunt van het betoog: er komt geen mens aan te pas, als er een advertentie of nieuws opduikt, wil dat alleen maar zeggen dat de computer op basis van een bepaald algoritme gereageerd heeft op een woord of op een combinatie van woorden of uitdrukkingen. Kwamen er maar mensen aan te pas, ben je geneigd te denken, want dan waren alle werklozen van de Verenigde Staten van werk voorzien, met het dagelijks nalezen van miljoenen mailtjes. De vraag is of de privacy-kwestie afgedaan is met de mededeling dat mijn mail slechts door robots gescand wordt en niet door mensen. Ik denk het niet, ook al maak ik me niet al te sappel, indachtig het motto dat wie goed doet niets te vrezen heeft. Maar als zo'n robot een advertentie voor vetverbranders in mijn mailbox dumpt als-ie preistamppot ruikt, waarom zou hij dan geen mailtje naar Big Brother sturen als hij semtex ruikt, of als ik intensief op en neer zit te mailen met Irak of Afghanistan?

Ik ben niet zo'n liefhebber van complottheorieën. Desondanks ben ik ervan overtuigd dat van de honderden supertalenten die bij Google programmeren, van de programmeurs die werken aan de internet name servers, bij Microsoft, op duizenden andere plaatsen waar belangrijk werk verricht wordt met computers, netwerken, internet, toch minstens een percentage geheel of gedeeltelijk mol is. Figuren die, stiekem in dienst van de Amerikaanse overheid, of een ander land, of van een concurrent, op verschillende plaatsen in cruciale programma's, 'backdoors' geprogrammeerd hebben. Hele slimme regels code, die er niet zijn, maar die desondanks wel werken, die niemand ziet, maar die wel hun informatie verzamelen en verzenden. Dat zou dus zelfs kunnen gelden voor de professionele encryptieprogramma's, zoals Tom Clancy in een van zijn laatste boeken (The Teeth of The Tiger) veronderstelt.

Daarin figureert een programmeur die een backdoor gecodeerd heeft in het meest gebruikte, het onkraakbaarste programma dat er bestaat. Clancy noemt de naam niet, maar bedoelt uiteraard Pretty Good Privacy. De programmeur heeft de achterdeur in de code opengezet voor de CIA, voor een handzame vergoeding van een miljoen dollar op een geheime bankrekening. Fictie, ver gezocht? Ik weet het niet. Ook als als het niet waar is, blijft de moraal van dit verhaal overeind: als u er helemaal zeker van wil zijn dat niets of niemand mee geniet van de content van uw communicatie, dan moet u geen computer gebruiken, geen e-mail, geen fax, geen morse, geen telex, geen (mobiele) telefoon, geen enkel modern communicatiemiddel en geen postduif. Voor ik het vergeet: vooral niet te hard praten op straat. Eens even kijken wat we vanavond gaan eten. Misschien zijn er intussen een paar recepten gearriveerd in mijn mailbox, van Google.

Link: Dutch Cowboys

 Posted: October 23, 2004, 07:31 PM | Comments (4) |



October 22, 2004

In memoriam: Sang Chun Lee

sang lee.jpgHet lijkt allemaal al weer zo lang geleden, maar ik heb toch een jaar of vijftien lang veel over tennis en biljarten geschreven. Vierendertig Grand Slam toernooien, tussen 1982 en 1996, en van de biljarttoernooien ben ik de tel kwijtgeraakt. In augustus en september 1993 zat ik twee weken in New York, voor Flushing Meadows, en ging ik op bezoek bij de deze week overleden Sang Chun Lee. Onderstaand verhaal werd eind september 1993 in de krant (toen nog De Stem) gepubliceerd. Aan Sang Lee bewaar ik warme herinneringen. Hij dacht ik speciaal voor hem naar New York gekomen was, en natuurlijk liet ik hem in die waan. Hij maakte misschien daarom nog jaren later altijd een buiginkje als-ie me weer tegen kwam. Sang was een warme, beminnelijke man, met een mooie ingetogen dosis ironie. Zoals-ie er op bijgaande foto op staat, begin jaren negentig door collega Piet Hanssen gemaakt, zo was-ie helemaal. Dat eeuwige glimlachje!

Sang Chun Lee gaat weer forensen tussen New York en Europa

Het seizoen van de rode ogen

Door Leon Krijnen

September 1993 - New York - Het is even wennen. Rondom Sang Lee Billiards ziet het er allemaal net iets anders uit dan bij zaal Den Hoek in het buitengebied van de gemeente Zundert. Of onder de knotwilgen voor de deur bij Jan Arnouts in Etten-Leur. In sfeer lichtjaren verwijderd van de Middeleeuwse Markt in Mechelen, waar de Ceulemansen lang domicilie hielden in hun enigszins barokke biljartpaleis.

Wie kan zich de French Connection nog herinneren? Met die klassieke achtervolgingsscène? Inspecteur Popeye, gespeeld door Gene Hackman, achtervolgt in zijn auto een stuk gajes` dat intussen in de metro boven zijn hoofd paniek zaait. De rails van de trein liggen te daveren op zware stalen portalen, Roosevelt Avenue ligt eronder. De sfeer van de buurt doet aan die van Hill Street Blues denken.

Dit is New York. Roosevelt Avenue, waar twee maal per vijf minuten een trein overheen dondert, van Times Square, Manhattan` naar Queens. Lijn zeven. Een ritje van een half uur. Zodra Manhattan ondergronds verlaten is, werkt de zeven zich aan de andere kant van de East River als een mol omhoog en gaan de elf wagons hoog boven de onderliggende straten piepend en kreunend verder.
Bij de voorlaatste halte, Willets Point, stappen honkbal­ en tennisliefhebbers gezamenlijk uit. De laatste fans van de New York Mets gaan linksaf, naar Shea Stadium, terwijl de lolbroeken onder de tennissupporters hen sarcastisch succes toewensen. Het gaat niet best met de 'Miserable Mets'. De tweevoudige ex-wereldkampioen bengelt dit jaar roemloos onderaan. De tennisliefhebbers slaan rechtsaf, richting Flushing Meadows Corona Park. Daar wordt ieder jaar de eerste twee weken van september de US Open gehouden.
„U kent lijn zeven?`” had Sang Lee door de telefoon bijna opgelucht gezegd, „dan is het simpel. U stapt uit aan halte negentigste straat. Dat is in Flushing, eigenlijk Elmhurst, is allemaal Queens. Vier blokken teruglopen. Sang Lee Billiards is op hoek zesentachtigste straat en Roosevelt. Kan niet missen.”

Het kon inderdaad niet missen, maar Sang Lee had niet gewaarschuwd voor de cultuurschok waar hij zelf natuurlijk al jaren aan gewend is. Want stap uit aan de negentigste straat op Queens, ga twee trappen naar beneden, en de bevreemding slaat toe. Is dit New York? De stad heeft vele gezichten, dat was bekend, maar dit? Onder het roestige station aan de negentigste straat is het Havana, Puerto Rico, La Paz, Seoul en Hong Kong samen. Er wordt van alles gesproken, behalve Engels. Het is tien uur 's avonds, dik in de dertig graden en drukkend vochtig. Veel mannen dragen cowboyhoeden, klassieke Amerikaanse, dan wel Mexicaanse. Bijna alle mannen van niet-Oosterse oorsprong dragen het eerste kenmerk van de macho, de snor. Vrouwen en meisjes paraderen in groepen, druk kwetterend, de armen in elkaar gehaakt. Het zou de boulevard van Valencia kunnen zijn, of een massascène uit de West Side Story.

De sfeer is niet bedreigend, zoals hij zelfs overdag in 'uptown' Manhattan of in de Bronkx wel degelijk kan zijn. De rommel is er, de langzaam rijdende auto's van het formaat vliegdekschip zijn er, de tegen gevels hangende lanterfanters, maar verder valt de buurt best mee. De algemene atmosfeer is er een van vrolijke ontspanning. Er wordt door alles en iedereen in allerlei talen door elkaar heen gerateld, er wordt veel en hard gelachen. Er zijn allerlei eettenten: Colombiaans, Cubaans, Koreaans, Chinees, Italiaans. Er wordt van alles verkocht in allerlei al dan niet rommelwinkels, die open zijn wanneer de eigenaar daar zin in heeft. In veel gevallen betekent dat 24 uur per dag, het hele jaar door.
Net als Sang Lee Billiards` waar de ware 'afficionado' van de keu een balletje kan stoten wanneer hij dat wil. 24 Uur per dag, 365 dagen per jaar.
„En er wordt altijd wel op een paar tafels gespeeld,” aldus Sang Chun Lee. Die zich in zijn eigen biljartpaleis in vrijetijdskleding aanmerkelijk minder stijfjes gedraagt dan in het nette vest met vlinderdas dat hij tijdens zijn Europese biljartexpedities draagt.
„Sommigen komen graag om een uur of twee of drie in de nacht spelen,” aldus Sang Lee , „en anderen komen graag vroeg in de morgen, voordat ze gaan werken.
Het komt dus eigenlijk nooit voor dat alle tafels onbezet zijn.” 'Alle tafels' zijn er liefst 35: twaalf heuse matchtafels uit de Belgische stal Verhoeven, zeventien pooltafels en twee enorme snookertafels. De snookertafels liggen er tijdelijk verlaten bij, maar op de meeste pooltafels wordt wel gespeeld, net als op álle zeventien matchtafels.

Daarop wordt het spel gespeeld dat Sang Chun Lee roem en welvaart heeft gebracht: driebanden. Het algemene niveau dat door de gebruikers van de matchtafels gedemonstreerd wordt, zou zeker niet uit de toon vallen op een willekeurige vrijdagavond in Den Hoek, bij Arnouts of bij Ceulemans. En op enkele tafels worden patronen en gemiddeldes gedeponeerd, die doen veronderstellen dat in het voetspoor van Sang Lee wel eens meer biljarters vanuit de nieuwe wereld de rangorde in de oude wereld zouden kunnen gaan verstoren.
Sang Lee zit achter het zenuwcentrum van zijn biljartpaleis: de kassa. Er is ook een 'counter' waar bier, hot-dogs, cola in bekers van het formaat vuilnisemmer, hamburgers, en wat dies meer zij aangeschaft kunnen worden.
Achter de patroon hangt een bord met de huisregels: geen drugs, gokken verboden, geen blote voeten, draagbare radio's en vloeken zijn niet toegestaan.
De achterwand van de immense zaal, een meter of dertig verder, wordt voor het grootste gedeelte in beslag genomen door een blinkend altaar: de prijzenkast van Sang Lee .

Centraal hangt een foto van de meester. Daaromheen honderden blinkende parafernalia: keus, ballen, bekers, medailles, trofeeën en gedenkstenen.
Verzameld in alle uithoeken van de wereld: New York, Seoul, Philadelphia, Oosterhout, Berlijn, Palma de Mallorca, Antwerpen, Gent, Gothenburg, Zundert.
Om maar een paar dwarsstraten uit Sang Lees grillige reisschema op te noemen.
Sang Chun Lee lijkt een jaar of tien jonger dan de veertig die hij achter zich heeft. Geboren in Zuid­Korea kon hij aanvankelijk beter overweg met ballen, die iets groter en zwaarder zijn dan het aramith waarmee hij een man in bonus is geworden. Hij was geen bowlingkampioen van Zuid­Korea, maar het scheelde niet veel. „Dat is een mythe die steeds opduikt,” zegt Sang Lee , soms zoekend naar Engelse woorden, maar op die momenten rap geholpen door echtgenote Kyong Lee. „Ik heb wel op hoog niveau gebowld, ik heb er ook geld mee verdiend, maar ik ben nooit kampioen van Zuid­Korea geweest. Echt niet.”
Het biljarten ging hem nog beter af. Driebandend werd hij wel kampioen van Korea. Voordat hij Kyong leerde kennen, die zeventien jaar geleden met haar ouders naar de Verenigde Staten was geëmigreerd. Zes jaar geleden volgde Sang Lee haar, nadat ze getrouwd waren. Kyong had al een Amerikaans paspoort, zodat ook Sang Lee de langdurige emigratieprocedure in werking kon zetten en aanvankelijk een tijdelijke verblijfsvergunning kreeg.

„De eerste drie jaar verdiende ik mijn geld met driebanden,” aldus Sang Lee .
„Voornamelijk invitatietoernooien, waarin het steeds om verschillende prijzen gaat. Soms veel, soms weinig. Ik werd ook kampioen van Amerika. Dat leverde geen geld op, maar wel veel uitnodigingen om voor geld te spelen. Ik heb goed gespaard. Ons doel was altijd om een biljartcentrum te openen, maar we wisten niet waar. New York is een moeilijke stad, met heel veel verschillende gezichten. Met een biljartcentrum met driebandentafels moet je in een buurt zitten waar veel Spaanstaligen wonen. Die spelen driebanden. Maar het moet ook een gunstige buurt zijn, niet crimineel. We hebben lang gezocht en uiteindelijk hebben we deze ruimte kunnen vinden. Hier is ongeveer zeventig procent 'Latino's', vijf procent Koreaans, tien procent Amerikaans en de resterende vijftien procent is van alles en nog wat. Op zaterdag staan er vaak twintig verschillende nationaliteiten te biljarten. Het is een goede keuze gebleken. We zijn nu drie jaar open. De zaak loopt goed, dat is een ding. Net zo belangrijk is dat we hier in die drie jaar nog nooit een probleem gehad hebben, geen gevechten, geen berovingen.”
In het seizoen 1993 eindigde Sang Lee op de derde plaats in de toernooiencyclus om de wereldbeker driebanden, die volgende week (dinsdag met het kwalificatietoernooi en donderdag met het hoofdtoernooi) in Oosterhout weer van start gaat. In de finale van het afsluitende Masters-toernooi op Palma de Mallorca verloor hij in december van Torbjörn Blomdahl, de winnaar van de wereldbeker. De top­zeven van de eindstand van de wereldbeker 1993: Blomdahl, Ceulemans, Sang Lee , Bitalis, Dielis, Jaspers en Caudron. De portretten van de eerste zes sieren, in de juiste volgorde, de muur naast de kassa, de zevende blijkt juist op bezoek geweest te zijn bij Sang Lee .

Met succes, want Frederic Caudron kaapte een week of wat eerder de hoofdprijs weg in het hol van de leeuw. Voor de neus van Jaspers, voor de neus van Sang Lee , en voor de neus van de 29 andere deelnemers in het veld van vier poules van acht man. „Maar het was op handicap,” aldus Sang Lee . „In de finalerondes moesten Dick en ik vijftig caramboles maken en Frederic veertig.
Scheelt veel. Caudron winnaar met moyenne van 1.3, Jaspers tweede met moyenne van 1.7. Hoofdprijs was 3500 dollar.”
Jaspers en Caudron noemt hij de beste jonge driebanders. „Caudron komt. Kan nog even duren, maar hij komt. Blomdahl is nu de beste, maar ik denk dat Jaspers nu al even goed is. Ik denk dat het er dit jaar uit zal komen. Ik vind Jaspers zeker zo goed als Blomdahl, alleen nog niet zo constant. Maar het zou mij niet verwonderen als zijn jaar nu zou komen.”
En Sang Lee ? Breedlachend: „Sang Lee heeft het veel te druk. Sang Lee koopt Verhoeven­tafels in België en exporteert die naar Zuid­Korea. Sang Lee heeft hiernaast een Karaoke-centrum geopend en ook al een in Philadelphia. Sang Lee heeft niet genoeg tijd om wedstrijden te spelen.” En trainen dan? Weer lachend: „Sang Lee traint nooit. Sang Lee speelt alleen maar wedstrijden. Ik probeer er iedere dag minstens een hier te spelen, maakt niet uit tegen wie. Oefenen doe ik niet, heb ik nooit gedaan ook. Alleen maar wedstrijden spelen.”

Volgende week breekt het 'rode ogen seizoen' weer aan voor Sang Lee . Voor ieder toernooi om de wereldbeker pakt hij op John F. Kennedy de laatst mogelijke vlucht naar Europa. Om na afloop het eerste het beste vliegtuig terug naar de 'Big Apple' te nemen. Met rode ogen van de slaap zal hij weer zijn eerste wedstrijd te spelen. Met de inmiddels vertrouwde onorthodoxe keu­voering. De rug haast kaarsrecht, slechts een paar graden voorover gebogen, pleegt hij schijnbaar achteloos af te stoten. Zijn tegenstander in verwarring brengend met een miraculeuze oplossing, net als die gnuivend denkt dat hij in de verdediging een onontwarbaar patroon heeft achtergelaten. Met de linkerhand onzichtbare stofjes van het laken vegend.
„Daar moet ge voor uitkijken,” aldus Ludo Dielis nadat die vorig seizoen een keer in drie korte setjes zelf van tafel geveegd was door Sang Lee . „Als hij door uw verdediging prikt en hij gaat met zijn polleke over het laken vegen, dan is hij helemaal in zijn sas, vertel ik U. Dan weet ge dat ge gaat verliezen.”

De gedachten gaan later op de avond onwillekeurig terug naar die uitspraak van Dielis. Sang Lee is bezig aan een partij tegen een lokale matador. Niet duidelijk is of het om geld dan wel om spek en bonen gaat. Sang Lee lijkt in trance. Veegt met zijn 'polleke' onzichtbare pluisjes van het laken, produceert met een stoicijnse blik op zijn gezicht enkele lossebanders waarvan de gemiddelde kunststoter alleen maar kan dromen, en handhaaft een zeer hoog gemiddelde. Zo te zien zit het, vlak voor het naderende wereldbekerseizoen, meer dan goed met Sang Lee .
Hij heeft er ook veel zin in, minder dan een week voordat in De Bussel in Oosterhout het eerste toernooi van het circus Bayer van start gaat. „Mooie zaal, De Bussel,” laat hij weten. „Net als dat oude theater in Palma de Mallorca. Dat zijn de zalen waar ik het liefste speel. In Gent niet, in dat oude Casino. Dat is geen prettige zaal. Over casino's gesproken, Oosterhout is toch vlak bij Breda, nietwaar? Yes?”
Hij veert hoog op, met gespeelde kwaadheid, maar de ogen stiekem lachend.
Volgt een uitval die ega Kyong in een gierende lach doet schieten. Luidkeels: „That is a real bad place, Breda, een echte slechte plaats. Daar heb ik vorig jaar in het Casino heel veel geld verloren...”

 Posted: October 22, 2004, 07:25 PM | Comments (1) |



October 21, 2004

Now playing > > > > > >

rem.gif
Leuke plug-in in iTunes: Now Playing. Het script is geschreven door Brandon Fuller, en pusht informatie over de song die op dit moment in iTunes op mijn machine gespeeld wordt, als een XML file naar de server. Daar leest een PHP script de XML, en regelt een simpele regel java script wat hier rechts zichtbaar wordt: Now Playing. Doe af en toe eens een refresh en u ziet waar ik op hetzelfde moment naar zit te luisteren. Als iTunes uitgespeeld is, parsed de PHP niets meer, en verdwijnt Now Playing hier rechts vanzelf in een zwart gat omdat het niet meer zichtbaar is in de main index van Movable Type.
Overigens hoef je geen Movable Type te draaien om deze plugin van iTunes te kunnen gebruiken.
Je bepaalt immers zelf waar de XML heen gestuurd wordt, en dat kan naar iedere webserver zijn, en vanaf welke plaats op welke webserver je vervolgens het PHP script oproept, dat moet je zelf weten.

De enige voorwaarde is dat je iTunes gebruikt (gratis) en uiteraard dat je ergens op een webserver kan. iTunes is sinds vorige week mijn vaste speelprogramma geworden, in de plaats van Music Maker Jukebox, waar ik verder niks over te klagen had. Maar Volume Logic (19 dollar), de plug-in die spierballen aan mijn Audigy/Klipsch sound heeft toegevoegd, werkt alleen maar in iTunes. Ach, even wennen. Na een week bevalt iTunes me ook prima, zeker als je er zulke leuke plug-ins aan toe kan voegen als Volume Logic en Now Playing (10 dollar donatie als je het aan de gang krijgt).
Wie alle ins and outs van Now Playing wil weten, moet de boel downloaden op de (mooie) website van Brandon Fuller. Ik ben er nog niet helemaal achter wat allemaal kan. Bijvoorbeeld automatisch Podcasts downloaden als ik mijn iPod synchroniseer via iTunes, onderdeel van de Audioblog van Brandon. Komt nog wel.
Als er van de song die op dit moment op mijn computer gespeeld wordt, een hoes aanwezig is op een van de databases waar de plug-in naar kijkt (Apple iTunes winkel, Amazon, Barnes and Nobles) dan is de hoes zichtbaar. Zo niet, dan staat er een 'Not available' gifje, maar je kunt wel klikken naar informatie over de cd die op dit moment gespeeld wordt. Je kunt ook bestellen, maar daar verdien ik nog niks mee; ik moet mezelf eerst affiliate van Amazon maken, als ik dat goed uitgevogeld heb. Later meer, zullen we maar zeggen.

 Posted: October 21, 2004, 11:53 PM | Comments (2) |



October 16, 2004

Trip down memory lane: Olivetti M10

olivettim10.jpgGot a beautiful present today; one of the Olivetti M10's, I used to work on on the road, from 1982 through the end of 1985, when my first Tandy 200 arrived. I'ts possible this is the very machine I took with me when I went to Australia in november 1985. The Australian Open was still at Glenferrie Road, Kooyong, and we were working there in a tent. Leo, our technical editor, is cleaning up a lot of old rubbish and he gave this one to me.
Guess what: I put four A4 batteries in it, and it's still working! Now, where is the manual? I remember I used to write funny things in basic, between long and sometimes boring tennis-matches. Of course not when, in his second match, Michiel Schapers beat the youngest Wimbledon winner ever, Boris Becker, who had a bye in the first round. Very convenient for me, as I was the only Dutch journalist present Down Under. and I had to write a lot of extra articles for Dutch newspapers and magazines, an do the television interviews with Schapers in front of an Aussie crew.
I also used the Olivetti as an alarm clock for years. A few lines in basic, power down, and when the time was there it woke itself up and started playing the Star Spangled Banner.
Would it be possible to hook this thing to one of my contemporary machines? There are four connectors at the back: rs-232C, printer, tape and BCR. First thing to do: fire up the web, and look for a manual. I'll be back on this.

 Posted: October 16, 2004, 01:17 AM | Comments (8) |



October 15, 2004

Einde discussie: 'kan niet, is een lp ... '

Soms is-ie mooi, en soms is-ie minder: de In de marge. Heel af en toe schieten de tranen van het lachen me in de ogen bij het lezen van dat korte stukje, linksboven op pagina twee van deze krant, bij toerbeurt gevuld door een aantal collega's. Zoals afgelopen week, toen de eigenaar van een Japans restaurant op onnavolgbare wijze een eind maakte aan een discussie met een lastige klant die vond dat zijn rode wijn naar kurk smaakte: 'Kan niet. Komt uit pak.'
Waren er altijd maar zulke mooie argumenten voorhanden om een punt te zetten achter een oeverloze discussie. Zoals bijvoorbeeld over bitrates. Zo heb ik een paar vrienden die blijven beweren dat ze mp3 maar niks vinden, omdat het allemaal zo vlak klinkt, in vergelijking met een niet gecomprimeerde cd. Feitelijk klopt er al niets van die laatste constatering, want natuurlijk is ook een standaard cd gecomprimeerd, zij het met een bitrate van 1411,2 kilobit per seconde.

Dat levert iets van tien megabyte per minuut muziek op. Als je dat met een natte vinger verrekent met de gemiddelde duur van de twee kanten van een ouderwetse lp, verdeeld over de beschikbare opslagruimte van een inmiddels ook overjarige cd, dan begin je te begrijpen hoe die standaard eind jaren zeventig tot stand gekomen is. Hoe dan ook, een liedje van vier minuten neemt in cd-kwaliteit ongeveer veertig megabyte in beslag, maar in mp3, op 128 kilobit gecomprimeerd, wordt het ongeveer een factor tien kleiner.
Ik ga u verder niet lastig vallen met allerlei technische details. Als u er echt in geinteresseerd bent, tikt u maar 'wat is bitrate?' in Google en dan bent u snel geholpen. Bijvoorbeeld door afterdawn.com, waar u onder het linkje 'glossary' een perfecte bibliotheek aantreft van verklaringen van honderden termen die iets met muziek, beeld, video en compressie te maken hebben.
Waar het me om ging is de zinloosheid, de oeverloosheid van discussies over de perfecte bitrate. Vorig jaar al stond er een pracht van een test in een Duits blad, dat een gerenommeerd gezelschap aan een test onderwierp. Een professionele operazangeres, een pianist, de producer van een van de grootste opnamestudio's in Duitsland, een dirigent, een jazzy figuur, een paar rockers, en nog wat figuren met een perfect gehoor en kennis van zaken.
De bijeenkomst eindigde net niet in ruzie, als ik het wel heb, toen men dacht voor het lapje gehouden te worden. Toen werd aangetoond dat alles eerlijk gegaan was, moesten ze schoorvoetend toegeven dat ze mp3, mits gecodeerd op 192 kilobit, niet hadden weten te onderscheiden van originele cd-opnames.
Deed me denken aan de test die in datzelfde Duitsland georganiseerd werd door een Nederlands genootschap van groente- en fruitboeren. Het ging daarbij om het slechte imago van Die Wasserbombe, zoals de Nederlandse kastomaat in Duitsland bekend stond. Een geblinddoekt forum van koks en fijnproevers wees toen diezelfde waterbom uit het Westland aan als de smakelijkste tomaat die ze ooit geproefd hadden. Of zou dit ook weer zo'n urban myth zijn, die door een handige jongen van dat genootschap eerst het internet op en vervolgens de wereld in geholpen is?
Misschien iets voor Mythbusters, mijn favoriete programma op mijn favoriete zender, Discovery Channel. Waarin Adam Savage en Jamie Hyneman proefondervindelijk allerlei mythes bewijzen of kraken. Bijvoorbeeld of je een holle boomstam als kanon kan gebruiken en of je meer kans maakt om door de bliksem te worden getroffen als je een tong-piercing hebt. Prachtig programma!
Hoe dan ook, Computer Totaal! publiceerde vorige maand de resultaten van een mp3 luistertest en opnieuw waren de resultaten frappant. Vijf panelleden moesten luisteren naar drie verschillende muziekfragmenten (klassiek, jazz en pop), in zeven verschillende bitrates, van 64 k tot en met de oorspronkelijke cd kwaliteit. Ook dit panel wist uiteraard van wanten: de eindredacteur van een blad voor klassieke muziek, de voorman van een funkband, een jazz- en dub-reggae-kenner, een zanglerares annex zangeres en een it-consultant, tevens mp3 specialist.
Zij luisterden naar de Vijfde van Beethoven, Reincarnation of a Lovebird van Charles Mingus, en Kind of Cool 2 van Gare du Nord. De verschillende bitrates werden door elkaar gedraaid en het panel werd gevraagd om te noteren op welke bitrate gecodeerd was. Opvallende conclusie: geen van de luisteraars herkende het originele bestand. Aanrader die ik al een jaar of wat hanteer: als u uw muziek in mp3 op 192 kbps ript, dan is er geen mens (uw hond wel, want die heeft aanmerkelijk betere oren dan u) die bij het luisteren naar zo'n bestand, via de hifi installatie afgespeeld, nog iets van compressie weet te bespeuren.
Op 192 kbps wordt uw muziek qua omvang teruggebracht tot 13.6 procent van het oorspronkelijke bestand. 'Dat moet voldoende zijn', besluit Arian Ooievaar, de schrijver van het artikel in Computer Totaal!, 'Als u desondanks nog commentaar krijgt op de geluidskwaliteit, weet u zeker dat u bent aangeland in een zinloze discussie.'
Die discussie ontstond begin jaren tachtig al tussen aanhangers van analoge lp's en die van de eerste cd's en wordt op sommige fronten nog steeds gevoerd. Hetgeen me terugbrengt naar de eigenaar van het Japans restaurant met zijn onsterfelijke 'Kan niet. Komt uit pak.'
Gaande de verbouwing thuis is het misschien geen slecht idee om ergens onzichtbaar een draaitafel weg te werken. Om tijdens een feestje de ooit onvermijdelijke discussie over al dan niet hoorbare verschillen in mijn mp3'tjes te doen verstommen met de ultieme conclusie: 'Kan niet. Is een LP.'

 Posted: October 15, 2004, 10:58 PM | Comments (7) |



October 09, 2004

De webcam en de wedergeboorte van de jukebox

webcam.gifEen misverstand met mooie gevolgen: alle kabels van de jukebox bleken los te liggen. We dachten ten onrechte dat er een gauwdief in de weer geweest was, gestoord tijdens een poging om de oude Windows 2000 machine te jatten.
De enige machine op de internetredactie, die een hoger doel dient: het verbeteren van de sfeer ter redactie, althans in de vroege morgenuren. Zoals afgelopen week al eens in het kort beschreven onder het kopje In de marge: tot vreugd van de meeste vroege vogels. Wellicht is er verband tussen vroeg opstaan en van muziek houden.
Hoe dan ook; omdat de jukebox kennelijk koppijn veroorzaakt bij sommige uitslapers, is een redactioneel bestand van kracht. Waarin van hogerhand vastgelegd dat in de vroege ochtend muziek op oorlogssterkte mag, maar dat klokslag negen het niveau naar muzak dient te dalen.

Op de oude muziekmachine draaien slechts broodnodige programma’s: firewall, virusscanner, browser, iTunes, Music Match Jukebox en de drivers voor de SoundBlaster. Dat is een gezonde 24bits Audigy, die samen met een set Pro Media speakers en boombox van Klipsch op volle kracht het zwevende plafond letterlijk een beetje omhoog blaast.
De vermeende gauwdieven waren niet op bezoek geweest; de werksters vonden terecht dat de boel wel eens een beetje afgestoft kon worden. In hun enthousiasme hadden ze de voeding, de usb toestand, de speakerkabels en nog wat los draadwerk uit de daartoe bestemde contacten getrokken.
Deed me denken aan een legendarisch verhaal uit de begintijd van deze krant op internet. Iedere zaterdagmorgen om ongeveer 09:00 uur ging de webserver plat. Pas na een week of vijf kwam de oorzaak boven water. De hardware stond in de kelder van een mediakasteel in Sittard, waar de werkster ieder weekeinde de stekker eruit trok om die van de stofzuiger erin te stoppen. Als ze uitgezogen was, duwde ze die van de webserver weer netjes terug, en tegen de tijd dat de uit zijn bed gebelde beheerder ter plekke was, had ze het pand weer verlaten. In de logs van de server was niks te vinden, want pardoes zonder stroom valt er zelf voor Linux weinig te loggen.
Dankzij onze ijverige werksters hebben we er nu wel twee gadgets bij op de internetredactie, waarvan er eentje een leuk speeltje is en de ander een onmisbaar juweel. Het speelgoed is een webcam van dezelfde producent als de geluidsbron van de jukebox: Audigy. De aanschaf was een spoedklus, tijdens welke het beeld van een bepaald soort verkopers van computerspullen weer eens bevestigd werd.
Vraag aan de meneer achter de balie bij MyCom: ‘Zit er ook software bij dit ding die om de zoveel tijd een foto neemt en hem via ftp naar een server stuurt?’ Antwoord: ‘Nee.’
Toch maar gekocht dus, want als die software er niet bij zit, is-ie zo gevonden op internet. Vijf minuten later is de webcam met een usb kabel aan de machine verbonden, slaat-ie stiekem automatisch aan als iemand in zijn buurt komt, stuurt-ie de foto’s in het geniep naar een webserver of plaatst hij video’s op een geheime plaats, ergens in het netwerk op een verborgen harde schijf. De benodigde software stond op de cd in de verpakking, ondanks de op zo’n stellige toon verzekerde ontkenning in de winkel. Mij hoor je in dit geval niet klagen, maar al te vaak is het andersom en wordt op iedere vraag ‘natuurlijk’ geantwoord en zoek je het verder thuis maar uit.
Boeven heeft de webcam niet betrapt, maar een leuk speeltje is het wel. Als u wil zien hoe hard we aan het werk zijn, stuurt u een mailtje. We zetten de webcam aan en sturen u een url waarmee u als ‘Big Brother’ tijdelijk het wel en wee van de internetredactie kan volgen. Bij voldoende belangstelling stellen we vaste kijkuren in en als het storm loopt, richten we een omroepvereniging op.
Van het een komt het ander. Zoekend naar nog meer mogelijkheden met de webcam kwam ik op het web een plug-in voor iTunes tegen. Een geweldig programma, een oorverdovende wedergeboorte van onze jukebox. Het heet Volume Logic en als u van plan was om een paar nieuwe boxen of een nieuwe geluidskaart te gaan kopen, kunt u zich een hoop geld besparen.
‘Het zal allemaal wel’, dacht ik in eerste instantie, toen ik de lovende teksten van de firma www.octiv.com las. Volgens MacWorld bijvoorbeeld: ‘De resultaten zijn verbazingwekkend. Met Volume Logic klinkt een goedkoop setje computerspeakers een stuk beter en een goede set speakers wordt superieur.’
Zou het? Toch maar eens proberen en dat mag veertien dagen gratis. Verroest, u moet het zelf maar proberen om me te geloven: als ik Volume Logic uitschakel, kan ik me niet meer voorstellen dat ik zo tevreden was over de combinatie van Audigy en Klipsch. Gadverderrie, wat klinkt dat iel, als je Volume Logic uitschakelt. Wat een geweldig geluid en dat allemaal voor nog geen twintig dollar. Tussen de middag, toen de meeste collega’s waren lunchen, even de knoppen op oorlogssterkte: niet alleen het zwevende plafond begon mee te trillen, de lamellen gingen spontaan zwaaien. En helder!
De makers van het programma willen graag met Apple in zee, om dit verbazingwekkende stukje software standaard op de iPod te laten installeren. Ze roepen je daarom op om je digitale handtekening op een forum te plaatsen.
Nou maar hopen dat Apple daar snel het nut van in ziet. Voor je het weet staat Microsoft met een miljard voor de deur om de zaak uit te kopen en Volume Logic volgend jaar met veel poeha als ingebakken onderdeel van de volgende Windows aan de man te brengen. Zal je zien dat ze er iets ingewikkelds van gemaakt hebben, dat van geen kanten meer werkt, geheel in de traditie van Microsoft.

 Posted: October 09, 2004, 02:32 AM | Comments (2) |



October 07, 2004

Volume Logic

volumelogic.gifAt least every day you read something, and while it fades out of memory, all you think is 'yeah, right'. Don't know why, but last week I bought a magazine called 'Playlist' at the local kiosk. It turned out to be a special issue of MacWorld, completely devoted to all that's iPod.
In it were a lot of articles and advertisements about, you guess it, iPods and iPod peripherals. I had some problems with my iPod recently in trying to synchronize a large (over 4000 songs) library. Before the process was finished it was stopped after 45 minutes because the battery was low. What I learnt from the magazine was that the new 4th generation iPod charges also via USB during synchronizing, while the previous (my 30 gig) only charges during syncing if you use the FireWire connection.

Due to a hardware problem on my machine I only used the USB connection for the iPod. First thing to do one of these days is fix the FireWire card (or buy a new iPod).
While I ponder my options, one add looked very interesting, tough, I must admit, at first I thought 'yeah. right'. The website is called www.octiv.com, the product Volume Logic.
The add says: 'If you want bigger, fuller sound, you don't have to buy new speakers. With the volume Logic plug-in for iTunes, your music and speakers sound better than ever. According to a review in MacWorld; 'The results are amazing. With Volume Logoc turned on, a cheap set of computer speakers sounds better, and a good set of speakers sounds superb'. What the plug-in does is digitally remaster anything played in iTunes for consistent volume and spectral balance.
Really? Thought skeptical, I've downloaded the trial version this morning, and I could'nt believe my ears. I've tried it on two machines. To begin with on 'The Jukebox', my music dedicated machine. Only a couple programs running on The Jukebox; firewall, virus scanner, browser, iTunes, MusicMatch Jukebox. Attached an external Creative Audigy 24 bit SoundBlaster, and a set of Klipsch Pro Media speakers. The other machine is my internet workhorse, with a simple internal sound card, and a simple set of eight year old pc speakers.
Until this morning the Jukebox was a very satisfying combination with ample volume and quality. Now that I've got Volume Logic running a whole new world of sound has opened. And while the set-up on the machine with the cheaper card and boxes is not to be compared with the Audigy/Klipsch combination, the sound quality on it is much better too.
The results are so astonishing that I've stopped using MusicMatch. I liked the interface and navigation of it just a bit better than iTunes, but Volume Logic will only work with iTunes. While writing this, listening to the music, I know I will always run Volume Logic from now on. I loved my Klipsch speakers before Volume Logic, but, no matter what your speaker system is, all music sounds a hundred times better with Volume Logic.
Please do yourself a favor, and download Volume Logic and install it for a free 14 day trial. In the meantime, I am going to buy it.

 Posted: October 07, 2004, 05:53 PM | Comments (0) |



De jukebox

Paniek in de tent; 's morgens vroeg liggen alle kabels van de jukebox los.
De jukebox, dat is de computer, met een potente externe geluidskaart en een dikke boombox, die, op zijn eigen rijdende onderstel, vanaf de internetredactieburelen in de morgenuren de sfeer op de redactiezaal bepaalt.

Tot vreugd van de aanwezige meerderheid, maar tot chagrijn van sommigen, die hypergevoelige oren of een afwijkende smaak hebben. Daarom is een bestand van kracht, waarin vastgelegd is dat de muziek tot negen uur op oorlogssterkte mag, maar na negen uur op muzak-niveau moet. Paniek: alle kabels liggen los, niets werkt er meer. Kennelijk is er een gauwdief binnen geweest die het hazenpad gekozen heeft toen hij iemand aan hoorde komen. Op de internetredactie ligt de oplossing voor de hand; binnen een uur staat er een webcam die automatisch aanslaat als hij beweging detecteert. De techniek doet een nacht lang keurig zijn werk, maar er komt niemand in de buurt van de jukebox.

De volgende morgen vraagt Leonore van de schoonmaak of me niets opgevallen is onder mijn bureau.

Hoezo dat?

‘Nou, we hebben daar gisteren eens goed huisgehouden, want het was er nogal een stoffige boel. We hebben die kar vooruit getrokken en tussen die kabels alles eens goed schoongemaakt...’

 Posted: October 07, 2004, 04:44 AM | Comments (1) |



October 03, 2004

Khauw van jauw

koepel.jpg
Waar zou 'Khauw van jauw' gebleven zijn? Dat was het eerste wat me te binnen schoot toen ik las dat de vrouwenafdeling in de Bredase gevangenis naar elders gaat verkassen. De vrouwenafdeling zit in het oude Huis van Bewaring, op het terrein van dat oer-Bredase herkenningspunt, De Koepel. Twintig jaar geleden bewoonde ik in de Kloosterlaan, pal tegenover het Huis van Bewaring, een piepklein appartementje, boven het pakhuis van Jac de Kaasboer. Vanwege de kieren in het wrakke plafond rook daar alles naar jonge kaas, belegen kaas en oude kaas. Zelf rook ik ook meestal naar kaas.

In 1984 was het Huis van Bewaring voor mannen, en zij stond iedere dag op het stenen opstapje, met de rug pal tegen de voordeur. Vanaf daar kon ze net het half opengeklapte ondoorzichtige boograampje zien, van waaruit hij met zijn zakdoek zwaaide. Ze riepen wat op en neer over de kinderen, en zijn moeder. Als ze wegging riepen ze altijd een paar keer over en weer 'Khauw van jauw', en dan stapte ze weer op haar fiets, zwaar sjekkie in een mondhoek. Soms boste ik pardoes tegen haar op, als ik de voordeur open deed. 'U vind het toch niet erg, meneer?', vroeg ze dan, 'hij mot nog maar twee maanden'. Om meteen de jaloers ingevallen stilte van de overkant te doorbreken met een extra hard 'Khauw van jauw'.

 Posted: October 03, 2004, 08:11 PM | Comments (1) |



October 02, 2004

Gmail onsterfelijk en gescand: goed of fout?

CarterHet leukste, grappigste, spannendste boek dat ik sinds jaren gelezen heb is Carter beats the Devil van Glen David Gould. Fantastisch! De film zal zo ongeveer klaar zijn, met Jude Law in de hoofdrol. Lezen dat boek, gaan naar die film.
Ik ga de verrassende clou van het boek niet verklappen, maar u mag wel weten dat Warren Gamaliel Harding al op bladzijde een het tijdelijke met het eeuwige verwisselt. Harding was de 29e president van de Verenigde Staten en stierf in het derde jaar van zijn ambstermijn, op 2 augustus 1923, tijdens een bezoek aan San Francisco.
Onmetelijk populair, zo bleek de dagen daarop, honderdduizenden mensen stonden te huilen langs de spoorlijnen waarlangs zijn stoffelijk overschot naar zijn geboorteplaats Marion, Ohio, werd vervoerd. Het kan verkeren; na zijn dood raakte zijn imago metterdag meer beschadigd naarmate er meer bekend werd over de corrupte puinhoop die hij in Washington achtergelaten had.

Gevolg van Hardings zachtaardige karakter, een eigenschap die door vriend en vijand misbruikt werd: hij kon geen knopen doorhakken en kon geen 'nee' zeggen. 'Ik kan er niet meer tegen', huilde hij meermalen uit tegen zijn aides. 'Iedere dag komt er iemand binnen met een pracht van een verhaal, dat aan alle kanten klopt. Even later komt er een senator binnen die het tegenovergestelde beweert, en er valt geen speld tussen te krijgen. Ik weet niet wie ik gelijk moet geven. Sinds ik gekozen ben is mijn leven een duivels dilemma.'
Het gevoel van Harding overvalt me ieder jaar meermalen, en vooral eind september. Derde dinsdag, Prinsjesdag, algemene beschouwingen. De tegenstanders van alles wat geld en inspanningen kost, wachten daar niet op, dus zodra ze van vakantie terugkomen begint luidkeels het geweeklaag over en gekanker op de uitgelekte plannen van de regering. Al die argumenten (afbraak van de sociale cohesie, ondergraving van het solidariteitsbeginsel, aantasting van principes) klinken zo aannemelijk dat je jezelf bijna om zou gaan kleden voor de demonstratie. Tot de regering aan het woord komt, waarna je met Gerrit Zalm af begint te vragen waar het geld vandaan zou moeten komen. Een week eerder ben ik gebruiker van GoogleMail geworden en na bijna veertien dagen kan ik me niet voorstellen dat ik nog ooit een ander mailprogramma dan Gmail ga gebruiken. Ondanks het gegeven dat het een web-applicatie is, is-ie tien keer zo snel als de door mij vervloekte combinatie van Outlook en Exchange-server. Programma's, die, zoals alles wat Microsoft maakt of koopt, zo moeilijk en ingewikkeld mogelijk gemaakt worden, met allerlei idiote toeters en bellen die niemand nodig heeft en die de boel alleen maar vertragen, en instabiel en onveilig maken. Ga maar eens iets zoeken in Outlook, als die aan zo'n onding van een Exchange server gekoppeld is. Tegen de tijd dat er een antwoord komt, ben je zelf weer vergeten waar het om ging. Of gaat er iets fout en begint zo'n stupide kwispelhondje of een pratende paperclip ongevraagd aanwijzigingen te verstrekken die je alleen maar verder van huis brengen.
Het mooiste van Gmail is de manier waarop je mail kan doorzoeken. Dat gaat, voor de hand liggend, via dezelfde algoritmes waarmee de zoekmachine Google het web doorzoekt en zowel snelheid als resultaten zijn van dezelfde kwaliteit. Komt nog bij die gigabyte aan opslagruimte (na een week staat mijn quotum nog op nul procent), en hier schrijft een tevreden gebruiker. Door simpelweg Gmail in Google te tikken, komen de tegenstanders massaal tevoorschijn. Op de vierde plaats: een website die zichzelf Gmail is too creepy gedoopt heeft. De website is een lang pamflet, onderverdeeld in vier hoofdsecties, met veel links naar andere documenten. Belangrijkste bezwaren, gedeeld door 28 verschillende privacy-organisaties, waaronder het Nederlandse Bits of Freedom: alles in Gmail is onsterfelijk en niet prive. Google garandeert in de kleine lettertjes immers niet dat berichten die verwijderd zijn, ook echt verwijderd zijn, terwijl er naast mijn emails advertenties op kunnen duiken, die gerelateerd zijn aan de inhoud van de mail. Dat betekent dus dat alle mail gescand wordt en dat er een robot met mij mee leest. Een democratische senator in Calfornië, Liz Figueroa, heeft aangekondigd een wet in te zullen dienen die Gmail gaat verbieden, of die Google dwingt zaken aan te passen.
Ik maak me niet zo druk over dat scannen, dat wordt ook met uw mail gedaan. Is het niet door uw internet-provider, dan wel door uw baas. Die zijn tegenwoordig gedwongen om alle mail op virussen en spam te scannen en als ze dat niet doen, dan gaat het pas goed fout. Het doel is anders dan dat van Google, maar het middel is hetzelfde. Willen we niet verzuipen in spam en/of virussen, dan zullen met zijn allen het scannen moeten tolereren. Ook Google zal derhalve moeten scannen en filteren en zolang de irritatie over opduikende advertenties de vreugde over het gebruikersgemak niet overstijgt, blijf ik gebruiker. Over serendipiteit gesproken, hetgeen zo typisch des internet is: vaak iets vinden waar je helemaal niet naar op zoek was. Vraag me niet hoe, maar op zoek naar kritiek op Gmail bots ik op de in januari aan een hersentumor overleden honkbalpitcher Tug McGraw. Met een hilarische terugblik op zijn legendarische carrière: 'Ik schat dat ik tachtig procent van mijn geld opgemaakt heb aan lol trappen, drank en vrouwen. De rest heb ik verspild.'

Gmail is too Creepy
Tug McGraw Foundation
Carter Beats The Devil
Warren Gamaliel Harding

 Posted: October 02, 2004, 07:00 PM | Comments (2) |