Welcome at Krijnen.Com

| Friday, May 16, 2008, 6:33:33 P.M.  | RSS 1.0 | RSS 2.0 | Atom | Blogger | PhotoAlbums | Contact | Spam Poison |

October 20, 2005

Play Ball and The Fat Lady . . .

playball.jpg
Het is oktober, voor honkballers league pennants en world series. Tegenwoordig allemaal gemakkelijk te volgen, dankzij internet of schotel. Ook de Nederlandse televisie besteedt er aardig wat aandacht aan, zoals het voor Nederland met een vierde plaats zeer geslaagde wereldkampioenschap in eigen land. Dat was vroeger anders. Begin jaren zeventig bestond honkbal op Nederland een en twee niet. Toen arriveerden de world series in de honkbalkantines hier in november op 8 mm kleurenfilm, door de liefhebbers ademloos bekeken.

In 'Play Ball, honkbalverhalen uit de dug out van Nederland' vertelt Han Urbanus hoe hij al in de jaren vijftig in honderden volle zaaltjes en kantines in heel Nederland een demonstratiefilm over het profhonkbal in Amerika versleet tijdens zijn spreekbeurten. Het hoofdstuk over de Urbanus-dynastie (Han, diens broer Charles sr. en Charles jr., zoon van Han), geschreven door Loet van Schellebeek, is alleen het kopen van het boek waard.

Play Ball is uitgebracht onder redactie van Theo Reitsma, gevuld door Andre Bisschop, Koen Greven, Kees Kooman, Franks Snoeks, Van Schellebeek en Reitsma.

Prachtig essay van Kees Kooman over Antillianen en Arubanen (hier hetzelfde, daar een heel verschil) in het Nederlandse honkbal: 'Machinisten wachten niet speciaal op Antillianen'. Zal veel honkballers bekend voorkomen. Secretariaten draaiden destijds met de stencilmachine twee versies van het weekbericht. De Antilliaanse spelers kregen er een waarin de vertrektijden een half uur vervroegd waren. Dat hielp, meestal. Als het niet hielp, dan wachtte de bus toch wel, want missen kon je de snelheid en slagkracht van die immer opgewekte rijksgenoten niet.

Als het regende, vertrok de bus op tijd. Dan kwamen ze toch niet. Hudson John, met Simon Arrindel en Hamilton Richardson een van de eerste Antilliaanse iconen in het vaderlandse honkbal: 'als ze hier aankwamen moest ik ze uitleggen dat machinisten niet op Antillianen wachten'.

Play Ball, honkbalverhalen uit de dug out van Nederland. Onder redactie van Theo Reitsma. Tirion Uitgevers, ISBN 9043907537, prijs € 16,95.

Dat was het stukkie voor de krant, en daar moest ik het qua lengte en ego bij houden. Lees verder voor meer.

Bij zo'n boekbespreking is het niet zo relevant dat je er zelf ook iets mee te maken gehad hebt. Hier kan dat wel; die drie seizoenen in Amsterdam (OVVO en Amstel Tijgers) waren qua niveau en plezier het hoogtepunt van mijn honkballeven. Kan zelf ook nog wel een boek schrijven over honkbal in Nederland, realiseer ik me.

Toen ik in mezelf december 1975 bij OVVO als pitcher meldde voor de eerste wintertraining in een zaal ergens in Diemen was het eerste wat ze deden mijn zachte g imiteren, en omdat Brabants en Belgisch in Mokum een pot nat is, heette ik daarna 'onze Belg'. In het voorjaar maakte ik op het veld aan de Kruislaan in Diemen, pal achter het oude Ajax stadion, kennis met oom Han (Urbanus, de vader van Charly jr., toen nog met lang haar) en ome Charles (sr., broer van Han, oom van Charles). Han had Abraham toen al gezien, maar als-ie 15 ballen uit de werpmachine kreeg, sloeg hij er veertien uit.

Oom Charles rookte als een ketter, hetgeen van pas kwam bij het verbeteren van mijn follow trough. Anderhalve meter voor de werpplaat legde hij een peuk waar mijn linkervoet moest landen en rechts tekende hij een cirkeltje: dat was de asbak. Ik moest voluit gooien, in een vloeiende beweging de peuk oprapen en in de asbak deponeren.

Niet eenmaal, maar honderd maal, net zolang tot ome Charles tevreden was. Als de peuk versleten was, werd er een verse neergelegd. Heeft het geholpen? Nou en of! Ruim dertig jaar na dato ben ik soms verbaasd als ik het tijdens ingooien in de veteranencompetitie zonder nadenken de grond raak met mijn werphand. En probeer ik jonge snotapen met rubberen armen uit te leggen dat ze nu wel aardig kunnen gooien terwijl ze rechtop blijven, maar dat controle en speed niet verbeteren, en dat je rug binnen een paar jaar naar de donder is vertrokken.

Antillianen anecdotes heb ik ook, volop onvergetelijke herinneringen aan die vrijwel altijd zo vrolijke vrienden. Die ene, die zo ongeveer recht vanaf Schiphol werd opgehaald voor zijn eerste wedstrijd in Nederland, met Jeka, ergens in Noord Holland. Tijdens het ingooien vloog er een bal over een drie meter brede, volledig met kroes bedekte Hollandse sloot. Onze nieuwe aanwinst dacht dat het gras was, stapte er op, en ging tot zijn stomme verbazing kopje onder; nog nooit kroes gezien. Het enige wat eraan mankeerde was dat er geen kikker uit zijn mond stak toen hij weer boven water kwam.

De onvergetelijke line drive homerun van Henk Boeren, tijdens een toernooi in het voorseizoen, in Bussum. We speelden met het net opgerichte Amstel Tijgers op het tweede honkbalveld van HCAW, en op het aanpalende veld was een softbaltoernooi annex picknick van Antiliaanse families bezig. Een paar mama's waren in stijl verkleed; met grote versierde hoeden. Eentje had haar hoed opgetuigd met plastic fruit, en de bananen en sinaasappels vlogen alle kanten uit toen de line drive van Boeren er dwars doorheen ging, om haar kruin net te missen. De ene helft van alles wat Antilliaans was stond elkaar te high fiven, alle andere Ryans en Reggies, Edsels en Yacintos, Johnnies en Elvissen lagen te hikken op de grond of stonden in de broek te pissen van het lachen; Yo, man!

Iedere keer als ik in Amerika ben is een van de eerste gangen naar Borders of Barnes and Noble, mega-boekenzaken. Met een sectie baseball, alleen al zo groot een flinke boekenzaak. Wat een fantastisch materiaal heb je daar, en omdat iedere boekenzaak in Amerika als een bibliotheek is ingericht, compleet met een bar met perfecte espresso, latte en cappucino, kan ik daar uren doorbrengen.
Zelf bezit ik niet zoveel honkballiteratuur, maar wel een paar aardige dingen, ook op ander sportgebied. Waaronder 'The Sportswit Hall of Fame', waarover ik vorig jaar mei een van mijn laatste sportcolumns schreef.

Met een fantastische anecdote over Dizzy Dean en 'The Queen of The Netherlands'. Er staat niet bij om welke koningin het gaat, en een jaartal ontbreekt. Geen nood; Dizzy Dean, als pitcher net zo gek als goed, die na zijn carrière als radioverslaggever qua populariteit een soort Theo Koomen werd, stopte met spelen in 1941. Dat gegeven deducerend kunnen we concluderen dat de familie Van Oranje, tijdens de Tweede Wereldoorlog verblijvend in Canada, waarschijnlijk van daaruit een honkbalwedstrijd in Saint Louis heeft bezocht.

Dean, die enige commotie op de tribunes ontwaarde, vertelde zijn luisteraars dat het opstootje kennelijk iets te maken had met een dikke vrouw. Een bobo die beter wist, rukte de microfoon uit zijn handen en fluisterde hem toe dat het om de koningin der Nederlanden ging. Waarop Dean, nooit op zijn mondje gevallen, een leven lang ruzie met bobo's, de microfoon weer veroverde, het hele stadion, gans het land live en luidkeel liet weten dat het raadsel opgelost was: 'The fat lady, ladies and gentlemen, is the Queen of Holland.'

Yo!

Posted by Leon at 08:30 PM | Comments (2)

July 08, 2004

Tactische Bespreking

smeets.jpg
Zes keer is Mart Smeets live bij Olympische Spelen geweest, tweemaal werkzaam vanuit Hilversum. Goed voor een boek, door zijn uitgever aangeprezen als ‘een fantastisch sportboek vol verrassende observaties en herinneringen.’ Of de lezer net zo enthousiast is over dit dagboek van een razende sportreporter is de vraag.
Wellicht deelt die de mening van Smeets zelf, als hij zijn eigen slotbeschouwing over de Olympische Spelen van 1972 nog eens naleest: ‘Ruim drie decennia later heb ik dat artikel van toen een aantal malen gelezen en ingezien wat een rammelend geheel het was ... Het was gewoon een slecht stuk, ik moest het vak nog leren ...’



Smeets veegt de verschillende vormen van journalistiek, die hij beoefent, op een hoop, als hij het dertig jaar later over zijn vak heeft. Smaken verschillen, en zo ook de opvattingen betreffende de kwaliteiten van Smeets de commentator. Hier echter gaat het over het vijfentwintigste boek dat Smeets de schrijver geproduceerd heeft. Wellicht komt hij in 2034 tot dezelfde conclusie ten aanzien van het boek dat hij in 2004 over ‘zijn’ Olympische Spelen geschreven heeft: een rammelend geheel.

Ook na vijfentwintig boeken moet hij van schrijven nog veel leren, als hij de belangstelling van de lezer tenminste wil vasthouden. Bijzonder interessant om te lezen dat hij er, ondanks een fikse erectie, in slaagde om van een schitterende, poedelnaakte, roodharige Russische af te blijven. Dat ze ook nog voor de KGB bleek te werken past naadloos in het Kuifje-gehalte van de verzamelde anekdotes.

Terwijl zijn eigen geest sterker was dan het vlees, was dat volgens Smeets in 1992 niet het geval met een atlete van de Nederlandse ploeg. Die liet zich iedere morgen om 06.00 uur op het strand van Barcelona bestijgen door Braziliaanse kogelstoters, Franse handballers of Amerikaanse hardlopers. Hier handhaaft de schrijver de discretie. Daarmee gunt hij ons niet het antwoord op een prangende vraag: die van het effect van seks voor de wedstrijd.

Verder is het veel ‘mij’ en ‘ik’. Van alle elf hoofdstukken maar eens een pagina geturfd, nadat vanaf de eerste alinea het woordje ‘ik’ prominent in het oog prikt. Pak 'm beet, een stuk of tien per pagina, dat is iets van tweeduizend keer.

Ik, pardon, uw recensent, weet niet wat het gemiddelde aantal ‘ikken’ per autobiografie is, maar hiermee lijkt Smeets een record gevestigd te hebben.

Leon Krijnen



Een Olympische Reis - Mart Smeets. Uitgeverij L.J. Veen ISBN 9020406418, prijs 10 euro.

Posted by Leon at 05:14 PM | Comments (2)

May 28, 2004

The Fat Lady

wilhelmina.jpg
Het is weer voorjaar, zodat me verzocht is boeken en tijdschriften te ruimen, wat weg kan, weg te flikkeren, en de computer- en sportrommel zoveel mogelijk mee naar de krant te nemen. Aan zulke rituelen moet je vooral niet proberen te tornen. Het bijkomend voordeel is dat je weer eens wat tegen komt wat je lang geleden gelezen had, en weer uit je geheugen verdwenen was.
Zoals The Sportswit Hall of Fame, een amusante pocket die me, blijkens een signatuur voorin, op 20 januari 1984 op Barbados door Jeanne als verjaardagscadeau overhandigd is.

Ach ja, dat was een mooie trip, met een memorabele zondagmiddag, een onbesliste weddenschap tussen cricketers en honkballers.
Honkballers vinden dat cricket maar een ouwewijvenspelletje, maar als je een keer zo'n met gestrekte arm door een bowler afgeleverde zoevende stuiter op kaak of sleutelbeen ontvangen hebt, ga je daar anders over denken. Waarna die gitzwarte grappenmakers met witte hoeden op hun beurt het lachen verging als ze een honkbalknuppel in handen kregen, waarmee ze vooral veel lucht, maar nooit een bal wisten te raken. Honkbal en cricket vergelijken heeft verder weinig zin, want de technische verschillen zijn zo mogelijk nog groter dan die tussen handbal en voetbal.
Maar wat een leuke pocket, die Sportswit Hall of Fame van Lee Green. In de totaal 374 pagina's met ruim 1700 citaten en anekdotes komen twee landgenoten voor: Rinus Michels en de Nederlandse koningin.
Dat was u ongetwijfeld ook vergeten, maar voordat Michels Oranje naar de Europese titel leidde, is hij nog een tijdje coach geweest van de Los Angeles Aztecs. Daar werd hem tijdens een persconferentie gevraagd hoe lang het zou duren voordat er een topvoetballer met een Amerikaans paspoort zou zijn. Het antwoord van Michels: Vijf jaar. Zo lang duurt de naturalisatieperiode. Niet dan? Die van The Queen of The Netherlands is een hele mooie, maar er staat niet bij om welke koningin het gaat, en een jaartal ontbreekt. Geen nood; Dizzy Dean, als pitcher net zo gek als goed, die na zijn carriére als radioverslaggever qua populariteit een soort Theo Koomen werd, stopte met spelen in 1941. Dat gegeven deducerend kunnen we concluderen dat de familie Van Oranje, tijdens de Tweede Wereldoorlog verblijvend in Canada, waarschijnlijk van daaruit een honkbalwedstrijd in Saint Louis heeft bezocht. Dean, die enige commotie op de tribunes ontwaarde, vertelde zijn luisteraars dat het opstootje kennelijk iets te maken had met een dikke vrouw. Een bobo die beter wist, rukte de microfoon uit zijn handen en fluisterde hem toe dat het om de Koningin der Nederlanden ging. Waarop Dean, nooit op zijn mondje gevallen, een leven lang ruzie met bobo's, het hele land live liet weten dat het raadsel opgelost was: The fat lady, ladies and gentlemen, is the Queen of Holland.
De volgende hoop ik zelf nog eens mee te maken op vrijdagmiddag. Red Smith, sportverslaggever van de New York Times, tegen de vrouw aan de hotelbar die voor honderd dollar bereid bleek al zijn wensen te vervullen: Mijn typemachine staat op kamer 123. Hier is de sleutel. Maak maar een sportcolumn. Hij moet om 18:00 klaar zijn.

Posted by Leon at 07:51 PM | Comments (0)

May 22, 2004

Guardian Angel, tot de eerstvolgende stoelgang

digitalangel.jpg
Nog maar eens even over die vreemde, vaak onverklaarbare tegenstellingen in Amerika. Waar veel techniek uitgevonden en ontwikkeld is, die, om raadselachtige redenen, vaak niet toegepast is. Verplicht contant betalen bij benzinepompen in New Jersey, de huur via een handgeschreven cheque overmaken, dat soort werk. Met via internet aangeschafte vliegtickets is het ook nog niet wat het zou moeten zijn.

Waarbij ik me afvraag of reisbureaus nog toekomst hebben, als de vliegmaatschappijen er zelf in slagen om op hun eigen websites de goedkoopste mogelijkheden uit te spugen. Er resteert dan slechts enig bestaansrecht voor sites die constant en continue - zeg maar in real time - via een spiderbot de prijzen van alle luchtvaartmaatschappijen oogsten en zelf een paar centen verdienen via klassieke buttons en banners. Een paar procent provisie hoeven ze er niet op te plakken, want daar trapt niemand meer in.

De goedkoopste en geschiktste tickets voor tien dagen Amerika bleek Singapore Airlines op zijn eigen website in de aanbieding te hebben, dus daar maar rechtstreeks geboekt. Fluitje van een cent, snelle website, binnen een paar minuten geregeld en je hoeft aan de balie op Schiphol alleen maar je paspoort te laten zien bij het inchecken. Mooi, maar als de koffers op de band verdwenen zijn, vraagt de vriendelijke hostess met het overhandigen van de boarding passes of je eerst nog even langs een andere balie van Singapore Airlines wil lopen. Omdat je daar nog even een printje in ontvangst moet nemen. Blijkt dat het weliswaar inderdaad geheel en al digitaal afgewerkt zou kunnen worden, maar dat mag niet van Amerika. Daar willen ze dat iedereen die via het web gereserveerd heeft, alsnog een papieren bewijs toont bij aankomst en vertrek, en niet alleen zijn paspoort. Hoezo gemakkelijk, dat internet? Wat ze dan bij aankomst weer wel hebben, behalve een portie chagrijn, maar ach, dat is New York, is een digitale camera, waar je even in mag kijken en die je smoelwerk in een computer opslaat. Ook een digitale scanner, waarmee een vingerafdruk van linker- en rechterwijsvinger gemaakt wordt. Dat geldt dan kennelijk weer niet voor Nederlanders, van wie het moderne paspoort - waar ooit koppen van ministers door gerold zijn - door een andere scanner wordt gehaald, want mijn wijsvingers mocht ik houden. Wat ze ook hebben, als zou het me niet verbazen als die dingen intussen ook al bij Blokker of de HandyMan liggen, zijn Guardian Angels. Gezien bij WalMart: een elektronisch bandje met een chip erin, om de pols van kleuter of kind te klikken. Een ontvanger hang je om je eigen nek, nadat je een bepaalde afstand ingetikt heb op het display: tien, twintig of dertig meter. Komt het kind een meter buiten die onzichtbare kraal, dan begint er een alarm te piepen. Handig, maar de vraag is op welke leeftijd het kind het apparaat begint te hacken: tien, elf of twaalf jaar?

Het lijkt me niet dat je er een puber mee naar de disco zou moeten sturen. Komt vanzelf goed, las ik afgelopen week in een Belgische krant over de Baja Beach Club in Barcelona. Volgens Het Laatste Nieuws gaat die disco bij zijn vaste bezoekers onder de huid een chip plaatsen. De terminologie zal wel niet helemaal kloppen, want het lijkt me niet dat iedereen daarop zit te wachten. Hoe dan ook, ze hebben er een dokter voor in dienst genomen, die een RFID (Radio Frequency Identity Chip) pijnloos onder de huid plaatst. Waar staat er niet bij. Achter het oor? In je handpalm? In een bil? Met de RFID wordt niet alleen de toegang geregeld, ook de drankjes kunnen er automatisch mee afgerekend worden. Op dezelfde manier waarop betalingen via RFID nu al in sommige winkels en supermarkten in Amerika geregeld worden: door de chip langs een scanner te halen.

Een en ander zou de eerste weken gratis zijn, waarna er eenmalig 125 euro voor het ding betaald zou moeten worden. Ik neem maar aan dat je het lidmaatschap van die waarschijnlijk exclusieve club erbij krijgt, want wie trapt daar anders in? Het is tenslotte niet meer dan een (pin)pasje, zij het dat het onder je huid zit. Volgens Webwereld, dat het bericht dinsdag van Het Laatste Nieuws overnam, wordt de techniek geleverd door het Amerikaanse VeriChip, een dochter van Applied Digital Solution. Dat bedrijf beweert dat creditcards op termijn tot het verleden horen en dat ze vervangen zullen worden door een RFID. Tja, het is maar hoe je het bekijkt. Die dingen zitten allang op onze bankpasjes, want de chipknipper is natuurlijk ook niets meer of minder dan een RFID. Ik ben een liefhebber van alles wat met techniek te maken heeft, maar ik krab me eerst toch nog maar eens achter mijn oor, in plaats van daar zo'n ding te laten inplanten. Overigen kan ik wel een paar doelgroepen verzinnen voor die dingen. Gevangenisdirecteuren zullen er waarschijnlijk ongekende voordelen in zien. Al zouden in die omgeving de chips onder verdoving ingebracht moeten worden.

Niet omdat het pijn doet, maar om te voorkomen dat ze met een scheermesje uitgepeuterd worden. Waarna zonder problemen de scanner in de poort gepasseerd kan worden. De ouders die zich een Guardian Angel aangeschaft hebben, zullen er waarschijnlijk ook over denken om bij hun hun kinderen stiekem zo'n ding in te brengen. Om vervolgens op de computer te kijken of ze inderdaad naar de schoolavond zijn, en niet naar de disco. Zul je zien dat er binnen afzienbare tijd door Applied Digital Solution een nieuwe toepassing verzonnen is: de eetbare wegwerp RFID. Stop er eentje in het voer van je puber en volg zijn stappen zonder dat-ie er weet van heeft. Zo'n Guardian Angel werkt gegarandeerd, in ieder geval tot de eerstvolgende stoelgang.

Posted by Leon at 05:03 PM | Comments (2)

May 14, 2004

Baseball as America

baseballasamerica.jpgNieuw was het niet voor me. Minder is het ook niet geworden, zo is me de afgelopen tien dagen gebleken: de Amerikaanse fascinatie voor alles met sport te maken heeft in het algemeen en de cijfertjes in het bijzonder. Aan mijn vaderlandse voetbalvrienden is de wijsheid niet besteed en geschiedkundigen die niks met sport hebben, halen hun schouders erover op, maar wie hart en ziel van Amerika wil leren begrijpen, zal het honkbal moeten leren kennen.

Voorgaande one-liner is niet van mij, maar werd al in 1954 geproduceerd door de Franse cultuurhistoricus Jacques Barzun. Niet de minste, want al sinds de Tweede Wereldoorlog hoogleraar en rector magnificus aan de Universiteit van Columbia. Met een rits publicaties achter zijn naam, waarvan de titels niet eens in de voor deze column beschikbare ruimte passen.

Een van de mooie dingen van Amerika: de prominente plaats van sport in de cultuurgeschiedenis. Hier is het rijtje (semi-)intellectuelen dat vanuit de grachtengordel wel eens iets wil publiceren over schaken, voetbal of wielrennen, op één hand te te tellen. Daar is er alleen al over baseball, the national pastime, een stoot literatuur beschikbaar waarmee alle schappen van de complete bibliotheek van een stad als Breda met gemak gevuld kunnen worden. Let wel, literatuur, en uiteraard is er daarnaast nog een zooi bagger waarmee het best een vuilnisbelt opgehoogd kan worden.

Omdat die honkbalcultuur momenteel een flinke injectie krijgt door een de belangrijkste musea van het land aandoende tentoonstelling, kom je geen boekenwinkel binnen zonder een muur met fantastische honkbalboeken te passeren. Ook al zo prachtig in die Amerikaanse mega-boekenwinkels, net zo groot als een provinciehoofdstedelijke bieb, een cultuur op zich. Je pakt maar een paar boeken van die stapel en gaat op je gemak in een van de luie stoelen zitten, voorzien van een heuse schemerlamp. Niemand die je lastig valt als je daar een hele zondagmiddag blijft zitten, en ook niemand die je stoort als je in zo’n lezerswalhalla met een duur fotoboek op je schoot in slaap valt. Geen probleem, ze zijn van ‘s morgens zes tot ‘s avonds elf open, dus uiteindelijk word je vriendelijk gewekt. Er zijn maar twee regels: stelen mag niet, en als je koffie op een boek laat vallen moet je het kopen.

Stel u zich eens voor, voetballiefhebber, een tentoonstelling over uw sport, opgezet en uitgevoerd door historici, die zelf liefhebber zijn. Ongelooflijk uitgebreid, te mooi voor woorden, geen enkel facet dat vergeten is, veel te veel voor maar één dag. Stelt u zich eens voor dat zo’n tentoonstelling drie jaar door Europa toert, lang het Rijksmusuem, het Prado, de Hermitage, en het Louvre. Thema: voetbal in Europa.

Dat is wat er gaande is met ‘Baseball as America’, al in maart 2002 in New York geopend, en nu, na Los Angeles, Chicago en Cincinnatti, tot medio oktober in het National Museum of Natural History aan de Mall in Washington te bezichtigen. Pas in augustus 2005 wordt-ie afgesloten, via Saint Louis en Houston.

Wat er allemaal te zien is? Tja, wat is er niet te zien? Zou er zo’n reizende voetbaltentoonstelling komen, dan zouden alle ballen er zijn waarmee de beslissende goals in de WK-finales gemaakt zijn. Met certificaten van echtheid, de shirts van de belangrijkste spelers, hun schoenen en sokken, de netten en de doelpalen. Niet alleen de glorie, maar ook tastbare aandenkens aan de dieptepunten. Aan de slachtoffer van De Heizel, van de brand in Bradford, de SLM-crash, en van alle andere voetbalrampen in de geschiedenis. Met tienduizenden voorwerpen, boeken, reclame-uitingen, met wandpanelen, films en video’s over het racisme in de sport, over omkopingen, list en bedrog, over verlies en teleurstelling, winst en glorie. Niet alleen de gladiolen, vrij naar Gerrie Knetemann, maar ook de dood.

Van commercie weten die Amerikanen ook alles. Dus is het extern met miljoenen gesponsord, is ‘The Book’, veel meer dan de catalogus van de expositie een amper te tillen juweel van 320 pagina’s, en kun je jezelf na afloop blut kopen in de Museum Shop.

Kom op voetbalhistorici, dat moet jullie ook kunnen.

Posted by Leon at 11:02 PM | Comments (4)

April 23, 2004

Blijven lachen!

berry.jpg
Ik heb regelmatig heimwee naar Berry van Aerle, die na de zoveelste draak van een kwalificatieduel de enige juiste volzin in de microfoon gromde die onder zijn snor gehouden werd: 'Het was kut'.

Iedereen die meer dan een keer per jaar voor een camera verschijnt of voor radio wat zeggen mag, wordt tegenwoordig naar een mediatraining gestuurd. Goed voor de politieke correctheid, maar dodelijk voor de spontaniteit, want sporters en trainers klinken tegenwoordig als zware astmalijders zodra ze geinterviewd worden. Iedere vraag wordt gevolgd door dezelfde mantra van ingedreunde rituelen.

Les een: diep ademhalen, langzaam tot tien tellen, nog een keer diep ademhalen, bedachtzaam naar boven kijken, de ogen langzaam en gestaag richting camera of interviewer, nog een keer ademhalen.

Les twee: veel praten, maar niets zeggen. Bijna iedere vraag beantwoorden met: 'Dat zijn jouw woorden' of 'Dat zou ik zo niet willen zeggen'.

Les drie: nooit kwaad worden. Proberen ze het bloed onder je nagels vandaan te halen, onmiddellijk terug naar les een, blijven glimlachen. Wat ze ook vragen, altijd blijven glimlachen! Desnoods knarsentandend.

Glimlachen was een probleem voor de De Boertjes, die uitblonken in les een, met les twee raad wisten, maar die glimlach vloekt zo bij de aangeboren, in het voorhoofd gebrande frons. Als ze al eens lachten, kreeg dat door die frons iets satanisch. Daar kunnen ze niks aan doen, maar ik wed dat de afdeling publiciteit en/of communicatie van de KNVB geprobeerd heeft om de tweeling - op aanraden van de bezorgde mediatrainer - naar een botox chirurg te sturen.

Met al die politiek correcte sporters is het er de afgelopen jaren niet amusanter op geworden, hetgeen alleen maar wordt versterkt doordat het communicerende volk zelf ook massaal aan de mediatrainer is.

Van voorlichters en dat soort volk kun je moeilijk anders verwachten, maar er zijn ook bureaus die journalisten trainen.

Niet alleen in het stellen van lastige vragen, en het doorprikken van luchtballonnen, maar ook in het niets weggeven in de vraagstelling, het pareren van wedervragen, en het ontwijken van valkuilen.

Terwijl harakiri mijn keuze is als hier iemand op het idee komt om me naar zo'n training te sturen, beginnen gesprekjes na afloop van een wedstrijd steeds meer op een duovoorstelling van twee astma-patienten te lijken.

Had sakkerju alle uren die je aan die mediatrainingskul besteed hebt, op penalty's geoefend, dan hadden we minstens een WK en twee EK's gewonnen, denk ik iedere keer als er weer zo'n gedresseerde geval in beeld komt, overlopend van nietszeggende nonsens.

Ik vermoed een gat in de markt voor de eerste mediatrainer die de ramkoers kiest: 'Zeg nou gewoon eens een keer dat het zwaar k.. was. Ben nou eens niet bang voor lange tenen, stel geen vragen meer waar iedereen alle kanten mee op kan. In plaats van voorzichtig te vragen of meneer het er misschien wel mee eens zou zijn kunnen, kies de aanval. Opfokken die handel!

Die aanpak kan ook verkeren. Zoals bij Ron Atkinson, de vroegere manager van Manchester United, eeuwig zonnebankkleurtje, altijd een sigaar in zijn knar, veel gouden ringen, kettingen, en altijd een grote waffel. Tot dinsdagavond was hij commentator voor ITV, maar na afloop van de wedstrijd tussen Chelsea en Monaco vergat hij een heel belangrijke lesje: microfoons staan altijd aan.

In Engeland was de uitzending al afgelopen, maar de rest van de wereld hoorde wat Atkinson zei over Marcel Desailly, die volgens hem bekend stond als een 'fucking lazy, thick nigger'.

Dat nou had-ie nooit mogen zeggen, woensdagmorgen nam hij zelf ontslag, en ook bij The Guardian vliegt-ie eruit als columnist.

Terecht, voeg ik er voor de zekerheid aan toe, voordat u me verkeerd begrijpt, want dat kan niet. Maar zo'n type als kleurrijke bezem tussen de stoffige Nederlandse voetbalvragenstellers zou geen kwaad kunnen. Nou nog een zootje klonen van Berry van Aerle, die geen blad voor hun mond nemen, en het wordt weer leuk.

Posted by Leon at 06:37 PM | Comments (0)

April 16, 2004

David en Rebecca

rebecca.jpgDe vraag vandaag is niet waar we het nu weer eens over zullen hebben; de vraag is eerder hoe ver ik vandaag kan gaan. Het komt niet vaak voor dat een sportcolumnist met een nakende deadline zo’n smakelijk onderwerp in de schoot geworpen krijgt als David en Rebecca.


Anders dan deze aan de testamenten ontleend lijkende namen doen vermoeden, gaat het hier om een Engelse voetballer en een Hollandse golddigger.

Niet alleen de wereld van mevrouw Beckham blijkt door deze mooie affaire op zijn kop gezet, bijbelstudenten die voor hun navorsingen internet nodig hebben, worden door de zoekmachines pardoes de verkeerde kant uitgestuurd.

Tot vorige week kon u uw koters rustig op ‘David + Rebecca’ laten zoeken als ze voor godsdienstles een scriptie moesten maken. Dezer dagen daarentegen is het raadzaam om die bijbelse combinatie via het kinderfilter te blokkeren, want de resultaten van het zoeken naar de de combinatie David en Rebecca staat garant voor plaatjes en schuttingwoorden die in die scriptie niet passen. Terwijl u gewaarschuwd bent, maar het uiteraard niet laten kunt om snel even te kijken wat het oplevert, is de vraag, voor wie er tenminste in geïnteresseerd is, wat er allemaal van waar is.

Wat in ieder geval schijnt te kloppen, is dat Rebecca Loos de publiciteit gezocht heeft en voor een vergoeding van een half miljoen euro tegenover een Britse tabloid van alles heeft beweerd. Daardoor kan vastgesteld worden dat hetgeen vaak – al dan niet ten onrechte – over spelersvrouwen geroepen wordt, hier niet alleen onbeschaamd toegegeven wordt: Rebecca Loos gaat er zelfs prat op. ‘Yes! Ik ben een golddigger, en verder kan iedereen naar de maan lopen’. Een vertaling van golddigger staat nog niet in de Dikke van Dale, maar volgens Jan Kuitenbrouwer is het Nederlandse equivalent van de groupie van de 21e eeuw: ‘de stoere jonge vrouw van nu, die weet dat de gulp de kortste weg is naar het hart van een man’.

Het hart? Rebecca lijkt me niet bepaald een lief meiske, zo eentje waar je voor de gezelligheid de rest van je leven verliefd mee door zou kunnen brengen. Helemaal al niet het maagdelijk liefje dat de klassieke Jiddische moeke zoekt voor haar oogappel, de huisgod zoonlief. ‘Denk erom dat je altijd voor lief en aardig gaat’, is een oud Jiddisch gezegde, ‘en niet voor geld of knap. Schoonheid verdwijnt vanzelf, en geld kan ook zo weg zijn. Lief en aardige verdwijnen nooit. Ga altijd voor lief en aardig!’

Het één sluit het ander echter niet uit, dus wie weet, is Rebecca een schat van meid. Waarmee je over twintig jaar, als rimpels en zwaartekracht hun tol hebben geëist, en er geen geld meer over is voor botoxboer, liposuctie, tiet- en hangwangcorrecties, gezellig achter de sanseveria’s kunt zitten.

Ze zoeken het allemaal maar uit, maar ook mijn vlees is zwak. Dus ik geef toe dat er één dingetje in de affaire is dat me bijzonder intrigeert, reden waarom ik brandend van nieuwsgierigheid de soap zal blijven volgen.

Rebecca, lief of niet, is niet gek. U kunt het geslepen, doorgewinterd, of gewoon verstandig noemen, maar ze heeft voor haar eigen glazen muiltje gezorgd. Ze koestert haar wisselgeld: ze weet iets van David dat niemand weet.

Dat doet me aan een andere gedenkwaardige affaire denken, die tussen Bill Clinton en Monica Lewinsky. Het eerste slaapkamergeheimpje dat destijds op straat gesmeten werd had iets met een sigarenkoker te maken, en het tweede met een merkwaardige kink in een bepaald lichaamsdeel. Begint het alweer te dagen?

Mooi zo. Rebecca, zakelijk net zo bij de pinken als een sjacheraar in lompen en metalen op het Waterlooplein, deelt haar geheimpjes maar mondjesmaat mede. David heeft haar verse aardbeien gevoerd, maar hoe of waarmee, of waar hij ze ingestopt heeft, dat moeten we nog een paar dagen afwachten.

Haar grootste geheim bewaart ze zo lang mogelijk; een wel heel bijzonder kenmerk van een part van Davids goddelijke lijf, en u mag raden waar.

Maar wat? Zou het iets te maken hebben met die film, ‘Bend it like Beckham’? Ik lig er wakker van. Wat is er aan de hand met de ballen van Beckham?

Posted by Leon at 08:25 PM | Comments (0)

April 15, 2004

De kippenneuker

PotBellyPigs.jpgAls ons herenboertje op zijn buiten in Frankrijk resideert, gaan wij op vakantie naar de hobbyboerderij. Twee stadse mensen, die varkens, konijnen en duiven voeren, kippeneieren rapen en ganzeneieren uitgraven. Baldwin de bok is godzijdank wijlen, zodat je tijdens het voederen niet meer onverwacht van achteren op de horens genomen wordt.

Met dit mooie voorjaarsweer leggen de kippen als gekken, terwijl de haan intussen vrolijk te pakken neemt wat zijn weg kruist. Het gekraai (alweer een ei!) en gekukel (alweer een beurt!) blijkt een gans te inspireren: oproer in de ren. De uit de kluiten gewassen bruine knobbelgans, snaterend aangemoedigd door zijn witte soortgenoten, heeft een van de sierkippen, vanwege zijn potkapsel Calimero genaamd, in de houdgreep. Terwijl Calimero er van de doodsangst een nog niet volgroeid eitje uitperst, probeert ‘De Bruine’, vier keer zo groot, een paars aanlopend koppie in zijn bek, fanatiek te penetreren.

De enige manier om aan de misdaad een eind te maken blijkt een flinke schop onder de dikke kont van de verkrachter. Die nu een nieuwe bijnaam heeft: Jan de Kippenneuker.

Link: Life on The Bolberg

Posted by Leon at 05:51 PM | Comments (2)

April 08, 2004

Schone Spelen

dope.jpgNog steeds weet ik niet wat ik van doping denken moet. Als ik zo kort mogelijk door de bocht ga, ben ik altijd geneigd om te denken dat ze in iedere profsport maar gewoon op moeten houden met alle controles. Laat slikken en spuiten die handel, en niet zeuren als je dood valt.

Dan wel, naast de Paralympics, aparte spelen voor de schone niet-slikkers. Zou dat sportieve Utopia opgericht worden, dan is het probleem slechts verplaatst, en zou niet lang gewacht hoeven worden op het eerste dopingschandaal van de Schone Spelen. Maar natuurlijk, minder ruim door de bocht genomen, zijn er meer argumenten die pleiten voor strenge regels, en nog strengere controles.

Je kunt lang filosoferen over het onrecht dat principiële niet-slikkers aangedaan wordt door tegenstanders met minder scrupules, waarbij de volgende vraag zichzelf stelt: of wie weigert te slikken geschikt is voor topsport, want immers niet bereid om alle offers te brengen? Dat is overigens niet de reden dat Pantani in zijn vaderland tot wielerpatroonheilige wordt verklaard, dat is nationale ontkenning.

Terwijl u daar over nadenkt, is het simpelste argument tegen doping: de jeugd. Wie eenmaal achttien is, en tot de ontdekking gekomen is dat hij niet behoort tot die ene promille die in zijn sport het hoogste niveau zal bereiken, moet het zelf weten. Al vertellen door de wol geverfde kenners me dat hoe lager het niveau van wielerwedstrijden, hoe meer er geslikt en gespoten wordt.

Hoe het er in andere amateursporten aan toe gaat, geen flauw idee. Ik zou zeggen, kijk overmorgen eens om u heen, op een traditioneel paastoernooi of hardloopwedstrijdje. Is dat eigenlijk wel een druivensuikertje dat uw eigen spits in de rust tot zich neemt? Begint het u nu pas te dagen waarom uw eigen libero er in de nadagen van zijn carrière er iedere week weer in slaagt om zichzelf helemaal op te peppen?

Ik hoor het wel, maar als er door strenge dopingregels en consequent uitgevoerde controles geen duidelijke signalen aan jeugd met ambitie worden afgegeven begint het daar al helemaal fout te gaan. Zoals in de Verenigde Staten, waar ze ten aanzien van doping in het basketbal, American football, honkbal en ijshockey de afgelopen jaren een halfslachtig beleid ten aanzien van dopinggebruik gevoerd hebben. Het zijn toevallig ook nog vier sporten waarbij een beetje extra spiermassa, met betrekking tot hard slaan of stevige bodychecks, goed van pas komt. Dus wordt er al van jongs af aan door velen met een beetje talent naar de pot met pillen gegrepen. Anabole steroïden leveren allerlei bijverschijnselen op, waaronder mogelijke oorzaak van hartfalen. Valt me altijd weer op in Amerika; hoe vaak er een jonge veelbelovende sporter – high school, universiteitsniveau – voortijdig aan een hartaanval bezwijkt. Berichtjes in lokale kranten, korte stukjes op lokale televisiezenders, en pas als het een hele veelbelovende was, goed voor een positie in een draft, verschijnt-ie ook op CNN.

Cijfers zijn er dienaangaande niet, omdat ze , net als de vele jonge wielrenners die de afgelopen twintig jaar in Nederland aan een hartstilstand overleden, niet als zodanig geregistreerd worden. Verder zie je in Nederland niet zo gauw een in memoriam van een 17-jarige, die toevallig aardig kon fietsen of voetballen.

Het blijft dus natte vingerwerk, maar als er geen dopingregels- en controles zouden zijn, begint het misbruik hoe dan ook steeds vroeger, met ook steeds vroegere gevolgen. Terwijl ik dit zit te tikken wordt Martin Verkerk opgerold door Carlos Moya. Verkerk heeft zo te zien helemaal niks geslikt, en Moya heeft het niet nodig, terwijl ze allebei voor een bond spelen waar ze het met gemak hadden kunnen doen. Als er één organisatie is die een lachertje van dopingcontroles maakt, is het wel de ATP. De laatste die betrapt werd, was Greg Rusedski. Die niet ontkende dat-ie nandrolon gebruikt had, maar frontaal de aanval koos.

Het spul zat in een voedselsupplement dat hem door de ATP verstrekt was. Mat andere woorden: als jullie me schuldig verklaren, komt er een miljoenenclaim plus een mega schandaal retour.

Beter een kleiner schandaal, berekenden juristen en boekhouders van de ATP, en spraken Rusedski vrij.

Dat zijn dus de momenten waarop ik kort door de bocht terug naar af ga: laat ze lekker slikken en spuiten tot ze er dood bij neervallen.

Posted by Leon at 06:32 PM | Comments (1)

April 02, 2004

Don Camillo

camillo.jpg
Duiken er pardoes bisschoppen in de sport op. Het eerste wat me te binnen schoot was Don Camillo, gespeeld door de in een lange zwarte jurk geklede Fernandel, die op een stoffig veldje tegen een voetbal trapt, het paardengebit breed ontbloot.
Het is volgens mij ook een wederkerend thema, in soepjurken geklede priesters die in verfilmingen van historische streekromans een voetbalwedstrijd organiseren tegen de goegemeente van een aanpalend dorp, of, als het een progressief boek was, tegen de protestanten uit hetzelfde dorp.


Hij zal het wel niet met de mijter op zijn kop doen, of met de staf in de hand, maar kardinaal Simonis heeft het plan opgevat om morgen een voetbalwedstrijd in de eredivisie te bezoeken. Heel vroeger hadden we op de krant een verslaggever geestelijk leven, en spuwde de telex geestelijke berichten uit, die uit Rome of van de perschef van een bisdom afkomstig waren. Dat is niet meer het geval. Dus komt het bericht dat de aartsbisschop van Utrecht zich morgen na het lezen van de hoogmis door zijn koetsier bij stadion Galgenwaard af laat zetten, tussen de sportbrei terecht.

Monseigneur Simonis maakt in Utrecht kennis met de spelers en coach van de thuisploeg, voordat ze de mouwen opstropen en ADO Den Haag te lijf gaan. Waarom? Volgens het van het Rooms Katholiek Kerkgenootschap afkomstige persbericht omdat het hem �als inwoner van de Domstad en oud-Hagenaar een goede gelegenheid leek om zijn debuut op de voetbaltribunes te maken�. Het zal wel een eenmalige exercitie blijven, want als-ie liefhebber was geweest, was dat debuut niet zo lang uitgebleven.

Mooier is het bericht over een kardinaal in Itali�, waar men zowel sportgekker als geloviger dan in de lage landen is. De kardinaal in kwestie heeft niet alleen een column over de dood van Marco Pantani geschreven in sportkrant Tuttosport, het hij heeft ook al enkele malen op de televisie het live-commentaar verzorgd bij thuiswedstrijden van zijn geliefde Genova.

Kennelijk heeft de eerwaarde aanleg, want staatszender RAI heeft hem uitgenodigd om eind deze maand het commentaar te verzorgen bij een oefenduel dat het nationale elftal in Genua speelt. Wie in een column en in een microfoon over sport lult, kan in een preek, geheel in de geest van Dom Camillo, op de preekstoel natuurlijk niet achter blijven. Dus heeft monseigneur Tarcisio Bertone vanaf het gestoelte een prachtige preek afgestoken over de Barmhartige Samaritaan en alle nog levende renners en kampioenen gewaarschuwd om de Piraat niet te volgen op diens heilloze afdaling van zijn laatste col.

Kardinaal Bertone heeft het woord doping in preek en column niet gebruikt. Zoals met de meeste preken kun je er alle kanten mee op, maar aan het eind is de conclusie hetzelfde: alleen geloof en god kunnen redding bieden. De vraag welke rol doping precies gespeeld heeft in de teloorgang van de klimgeit, is na zijn overlijden nauwelijks gesteld. Het is er ook ��n die moeilijk te beantwoorden is, want niemand weet of Pantani geen problemen met drugs gekregen zou hebben als hij tijdens zijn carri�re nooit een spuit gezet zou hebben. Resteert, met de twee mooiste voorjaarsklassiekers voor de deur, de vraag of het peloton er iets van geleerd heeft.

Terwijl het seizoen nog maar net lekker op gang gekomen is, begint het al naar onoorbaar medicijn te rieken. Bijvoorbeeld bij de Franse Cofidis-ploeg, waardoor Cedric Vasseur en Mederic Clain morgen niet starten in Vlaanderen. Vasseur, ex-gele trui in de Tour, is door zijn eigen ploegleider geschorst, maar wat dat wil zeggen weet je nooit. Het gedonder in de glazen begon met de arrestatie van de Pool Rutkiewicz. Die werd met een voorraad dope aangehouden waarmee het halve peloton de hele zomer door had kunnen komen.

Dat een door de wol geverfde ploegleider niet weet wat zijn renners uitspoken, wil er bij mij niet in. Als-ie het niet ruikt aan het zweet, dan ziet-ie het wel aan de pupillen van zijn pupillen, en als er dan nog geen lichtje gaat branden is-ie niet geschikt voor zijn vak. U hoort mij niet roepen dat manager Alan Bondue een Farizee�r is, maar als ik morgen een preekstoel zou moeten beklimmen zou ik het wel weten.

Posted by Leon at 06:31 PM | Comments (0)

March 26, 2004

Communicatiekonijnen

shutup.jpg
Mag een columnist supporter zijn van de club waarover hij schrijft? Zelf hoef ik hem niet te beantwoorden, want ik ken het probleem niet. Zodra ik hier de letters N, A en C achter elkaar tik, is dat voor een aantal supporters van NAC aanleiding om op hun internetforum alle registers open te trekken en vaten vol gal te lozen. De aldaar gemiddelde opvatting aangaande ondergetekende: ‘ Daar heb die je die arrogante klootzak weer, die moeten ze bij BN/DeStem buiten flikkeren.’.

De redacteurs van De Rat, stuk voor stuk NAC-supporter in hart en nieren, bewijzen zelf dagelijks dat iemand die over een bepaalde club publiceert zeer wel supporter van die club kan zijn. De redactie van De Rat speelt namelijk net zo graag en zo vaak de luis in de geelzwarte pels, als de loyale supporter. Politiek correct zijn ze ook nog, als ze een column van mijn hand (hoewel ongevraagd, dus zowel onbeleefd als illegaal, rekening volgens NVJ-tarief volgt) integraal op hun website publiceren, en als volgt introduceren:

‘Noem het een grote zeikerd, die zeikt om te zeiken. Noem het iemand die zeer kritisch en positief opbouwend is. Noem het iemand die een traumatische jeugd heeft gehad, en BN/DeStem misbruikt om zijn negativisme te uiten. Noem het een schrijfwonder, die weet waar hij over schrijft. Allez, de meningen over Krijnen zijn altijd al zeer verdeeld geweest binnen NAC. Vandaag schrijft hij weer een column waarin hij uithaalt naar de spelers van NAC. Lees, oordeel zelf en geef je reactie (wel een normale graag) erop’.

Ik weet niet wat ze er aan scheldpartijen en onwelvoeglijke taal tegenhouden en/of verwijderen, maar aan dat laatste verzoek wordt niet altijd voldaan. Moet kunnen, denk ik dan maar, maar wat me verbaast, is het totale gebrek aan humor bij sommigen. Iedere ironische opmerking is goed voor schuim op de bekken, en van vitriool druipende reacties.

Hoewel er, dat moet gezegd, altijd wel een paar NAC-supporters zijn die soms vinden dat ik ergens gelijk in heb. Of dat ik absoluut geen gelijk heb, maar desondanks plezier in het debat scheppen, in de stellingname zelf, of in de manier waarop die verkondigd wordt, en vervolgens zelf een interessante, leuke of ‘normale’ reactie plaatsen.

Smaken verschillen, dus gelukkig zal ik het nooit iedereen naar de zin kunnen maken. Goed nieuws voor de herrieschoppers met lange tenen: zij hoeven zich niet eenzaam te voelen, zij bevinden zich in goed gezelschap.

Bij de KNVB, die niet gauw ergens de lol van inziet. Niet alleen Hugo Borst kan daar over meepraten, ook mijn collega Cyril Rosman heeft deze week vanuit Zeist een bozig figuur van de afdeling voorlichting aan de telefoon gehad. Omdat ik niet alleen over sport schrijf, maar ook over andere dingen, heb ik het regelmatig aan de stok met verrekte serieuze types die iets van internet en communicatie weten en zich (junior) public relations officer of zoiets noemen. Bij de KNVB heet het nog steeds voorlichter, maar de beperkte denktrant van die twee titels is hetzelfde: hun vaknieuws moet positief en naar hun zin zijn, en als het niet volgens hun geboden is, dan hangen ze aan de telefoon, of klimmen ze in de pen. Communicatiekonijnen, die hard met hun achterpoten beginnen te trommelen, als ze onzeker worden.

Ze dreigen Borst met een stadionverbod omdat die scheidsrechter Vink badinerend beschreven en besproken heeft. Rosman is op strenge toon verzekerd dat een aangetekende brief op poten onderweg is naar onze hoofdredacteur, over een stukkie van zijn hand. ‘Uitgerekend Wegereef als arbiter’, stond er boven het gewraakte artikeltje, een dag voor de halve finale van de beker, waarin gerefereerd werd aan een eerdere Twente-NAC, onder leiding van – juist, goed geraden –, waarin NAC twee penalty's door de neus geboord werden. Bovendien, zo stelde Rosman vast, ‘is de man die de scheidsrechters namens de KNVB aanwijst Jaap Uilenberg, anderhalf jaar geleden nog technisch directeur van FC Twente.’

Niet meer dan een opsomming van relevante feiten, maar strafbaar volgens het departement censuur van de voetbaldictatuur in Zeist. Ik ben benieuwd hoe laat er maandag een geagiteerd communicatiekonijn aan mijn deur begint te rammelen.

Posted by Leon at 09:35 PM | Comments (0)

March 19, 2004

Stand verplicht

penalty.jpgAan het gehanteerde dialect te horen is geen van de monteurs in de garage waar mijn vierwieler onderhouden wordt een Rotterdammer, dus waarschijnlijk heeft er eentje met zijn elleboog per ongeluk de knoppen van de radio beroerd terwijl hij de handrem aan het afstellen was. Hoe dan ook, na de laatste APK bleek Radio Rijnmond zich achter het dashboard gevestigd te hebben.

Van meet af aan bevielen die Rotterdammers me, met een paar fantastische programma's, waarin de mix van Rotjeknorse humor en de eigenzinnige muziekkeuze van Hans van Vliet elementen zijn waarom ik er vaste klant gebleven ben.
Verder valt er altijd wat te lachen op Rijnmond, als ze in een bejaardentehuis ‘op Zuid' of in Overschie op bezoek gaan. Waar van die ex-bootwerkers aan het woord komen die wijlen Bep van Klaveren hebben leren vloeken, en wie dat niet gelooft kan een knal voor z'n harses krijgen. Of van die opscheppers die nog met Coen Moulijn in de klas gezeten hebben. En mij passeerde hij nooit, meneer!
Rijnmond houdt van Feyenoord, en als Feyenoord niet speelt dan schreeuwen ze zich schor voor Excelsior. Of voor Sparta, dus u kunt zich het enthousiasme voorstellen toen ik woensdagavond in de auto op weg naar huis was en en het allemaal nog zo veelbelovend uitzag voor Sparta. Net als u heb ik daarna thuis zitten smullen van de verlenging, en van de penalty's, en alleen omdat ik de frequenties van Rijnmond niet uit mijn hoofd kende, het commentaar op SBS aan laten staan. Ik vraag me af of ze misschien een minuut of drie gezwegen hebben nadat het op Spangen fout ging met die penalty's. Altijd leuk als Duitsland een tegentreffer krijgt: meteen overschakelen naar een Duitse zender en genieten van de verstomde stilte.
De volgende dag was het weer lachen met een enquête op Rijnmond: of voetbalwedstrijden in het vervolg niet beter door een jury in plaats van door doelpunten beslecht dienden te worden? Volslagen idioot idee natuurlijk, en een niet ter zake doende uitslag, maar wat een geweldig gekanker van een paar Spartanen in hart en nieren. Jazeker meneer, best wel goed gevoetbald en hard gevochten, maar dat die godvergeten klerelijers nou eerst maar eens een paar weken niks anders gaan doen dan strafschoppen nemen.
Duizend per dag, zou ik eraan toe willen voegen, sakkerju nog aan toe! Iedere dag opnieuw, voor de training, na de training, tijdens de training, net zo lang tot ze die bal vanaf elf meter met een blinddoek voor in een bovenhoek kunnen schieten.
Ik snap dus ook helemaal niks van Ton Lokhoff. Dat je iemand met de naam Seedorf een strafschop laat nemen is nog tot daaraan toe, want tot dinsdagavond was immers niet bekend dat het hier een kennelijk erfelijke familiekwaal betrof. Achteraf hoor je dan ook ineens iedereen roepen dat Boukhari er geen had mogen nemen omdat die vlak daarvoor twee dotten van kansen gemist had. Dat is me te gemakkelijk lullen, dus over het lijstje van Lokhoff wil ik het hier niet hebben.
Wat me daarentegen verbijstert, is het vervolg. Die gasten verdienen een vermogen om te doen wat ze hartstikke leuk vinden, en dat kunnen ze doen omdat een heleboel mensen, die veel minder verdienen, een lap van hun salaris op tafel leggen omdat ze het leuk vinden om ernaar te kijken. De verplichtingen die zo'n constructie met zich meebrengen hoef je aan bijvoorbeeld balletdansers niet uit te leggen. Die trainen hun hele carrière, iedere dag opnieuw, alle passen, alle sprongen, alle basics, ook nog na een voorstelling, en ze gaan iedere avond bijna jankend van de pijn naar bed. Niet alleen net zolang tot ze alles blindelings kunnen, maar vooral om dat daarna iedere dag blindelings te kunnen blijven doen. Stand verplicht.
Dat inzicht, die discipline, zijn in het behoudende voetbalwereldje nog niet doorgedrongen. NAC is voor de finale van de beker uitgeschakeld omdat er iets essentieels aan de basics mankeert. En wat gaan de heren de volgende dag doen, inplaats van allemaal duizend penalty's nemen?
Een boswandeling, om de beschadigde ego's een beetje te herstellen. Ik hoop dat ze in het Mastbos kabouters en elfjes gezien hebben, want daar schijn je ook een lekker positief gevoel van te krijgen.

Posted by Leon at 04:32 AM | Comments (1)